- Arrêt of February 25, 2014

25/02/2014 - 2010AR3187

Case law

Summary

Samenvatting 1

Er is in beginsel geen wettelijk beletsel tegen het opmaken van de notariële boedelbeschrijving na het opmaken van het opmaken van het proces-verbaal van opening der werkzaamheden, of zelfs na het opmaken van de staat van vereffening.

Evenwel, wanneer een boedelbeschrijving zou opgesteld worden jaren na de ontbinding van het gemeenschappelijk vermogen en na de verkoop van de gezinswoning kan zij enkel steunen op herinneringen en verklaringen van partijen. Zelfs bij een goede medewerking van de beide partijen zou dit weinig kans bieden op volledigheid en nauwkeurigheid, laat staan op een onderbouwde en correcte schatting. Het bevelen van een boedelbeschrijving zou in de omstandigheden van een concreet huidig geval bijgevolg niet de voortgang van de vereffening en verdeling kunnen dienen.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2014/

A.R. nr. 2010/AR/3187

INZAKE VAN :

Mevrouw D. V, wonende

appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te L. van 2 november 2010,

vertegenwoordigd door Meester Marceline VAN BOSSTRAETEN, advocaat te 3012 WILSELE, Lange Beemdenlaan 6,

1ste kamer

TEGEN :

De heer D. T., wonende

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Rudi BEEKEN, advocaat te 3390 T., Kraasbeekstraat 41,

Notariële boedelbeschrijving van een gemeenschap na ontbinding ervan door echtscheiding op grond van bepaalde feiten. Mogelijk laattijdig karakter van de vordering tot het opmaken ervan.

Er is in beginsel geen wettelijk beletsel tegen het opmaken van de notariële boedelbeschrijving na het opmaken van het opmaken van het proces-verbaal van opening der werkzaamheden, of zelfs na het opmaken van de staat van vereffening.

Evenwel, wanneer een boedelbeschrijving zou opgesteld worden jaren na de ontbinding van het gemeenschappelijk vermogen en na de verkoop van de gezinswoning kan zij enkel steunen op herinneringen en verklaringen van partijen. Zelfs bij een goede medewerking van de beide partijen zou dit weinig kans bieden op volledigheid en nauwkeurigheid, laat staan op een onderbouwde en correcte schatting. Het bevelen van een boedelbeschrijving zou in de omstandigheden van een concreet huidig geval bijgevolg niet de voortgang van de vereffening en verdeling kunnen dienen.

....

De feiten

1. De echtgenoten D. T. en D. V. zijn gehuwd te T., op 22 mei 1992. Zij hebben geen huwelijksvoorwaarden laten opmaken noch vóór noch tijdens het huwelijk. Zij hebben één gezamenlijk kind, geboren vóór hun huwelijk op 29 juli 1989, namelijk J. T..

2. De gezinswoning, gelegen te T., , werd door de echtgenoten verkocht voor de prijs van 7.000.000 BEF/173.525,46 euro, bij akte verleden door geassocieerd notaris A. te K. op 17 oktober 2002. Er staat bij diens confrater geassocieerd notaris V. te K. nog 12.500 euro (saldo van de verkoopprijs na o.a. terugbetaling van de lening), geblokkeerd.

3. De betekening van de dagvaarding in echtscheiding op grond van bepaalde feiten, uitgaand van D. T. tegen zijn echtgenote D. V. dateert van 30 augustus 2001. Bij deze dagvaarding werd er tevens verzocht om voorlopige maatregelen te nemen. Mevrouw V. heeft een tegenvordering tot echtscheiding op grond van bepaalde feiten ingesteld bij conclusie van 22 november 2001.

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te L., zetelend in kort geding, beval voorlopige maatregelen in zijn beschikking de dato 14 januari 2002. Bij deze beschikking werden, onder andere, de notarissen G. R. en H. gerechtelijk aangesteld om een tegensprekelijke inventaris van de roerende en onroerende goederen van de partijen op te maken. Deze beslissing werd hervormd in hoger beroep, door een arrest van het hof van Beroep te Brussel, derde kamer, op 26 juni 2007. Hierbij werden verschillende maatregelen zonder voorwerp verklaard.

Het echtscheidingsvonnis werd uitgesproken op 30 september 2002. Het is in kracht van gewijsde gegaan. Het beschikkend gedeelte ervan werd overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente T. op 19 december 2002. Bij dit zelfde vonnis van 30 september 2002 werd de vereffening-verdeling van het gemeenschappelijk vermogen bevolen, werd notaris R. te L. aangesteld als boedelnotaris (in de zin van oud artikel 1209, lid 2 Ger. W.), en werd notaris H. te L. aangesteld als notaris-vertegenwoordiger in de zin van oud artikel 1209, derde lid Ger. W.

4. Het notarieel proces-verbaal van opening der werkzaamheden in de zin van oud artikel 1213 Ger. W. werd opgemaakt op 1 maart 2007; het werd niet voorafgegaan door de boedelbeschrijving of schatting in de zin van artikel 1428 BW noch in de zin van oud artikel 1212 Ger. W. Vermits mevrouw V. niet kwam opdagen, werd ze in dit proces-verbaal vertegenwoordigd door voormelde notaris H. bij toepassing van oud artikel 1209, derde lid Ger. W.

De notariële staat van vereffening dateert van 16 september 2008.

Het notarieel proces-verbaal van beweringen en zwarigheden dateert van 8 december 2008. Het bevat diverse zwarigheden uitgaand van elk van beide ex-echtgenoten. De boedelnotaris gaf zijn advies op 24 februari 2009. Bij toepassing van oud artikel 1219, §2 Ger. W. heeft de boedelnotaris een uitgifte van de voormelde notariële staat van vereffening en van het voormeld notarieel proces-verbaal van beweringen en zwarigheden, neergelegd ter griffie van de rechtbank op 3 maart 2009.

1. Het onderwerp van de vordering

1.1

Voor de eerste rechter vorderde de heer T.:

- te stellen voor recht dat hij recht heeft op 751,63 euro inzake hypothecaire lening, 1.090,66 euro en 500 euro inzake gerechtkosten en erelonen raadsman, 175,83 euro inzake onroerende voorheffing, 4.880,52 euro als bezettingsvergoeding, 4.167,53 euro inzake de aandelen, 7.708,50 euro inzake de personenwagen en 1.590,86 euro inzake de consignatiekosten;

- de bij notaris V. geblokkeerde gelden tot beloop van 12.500 euro vrij te geven, zodat ieder de helft hiervan krijgt, vermeerderd met de helft van de intresten sedert 19 oktober 2002;

- de kosten ten laste te leggen van de huwgemeenschap.

Mevrouw V. vroeg te zeggen voor recht dat:

- het advies van 24 februari 2009 van de instrumenterende notaris op het proces - verbaal van beweringen en zwarigheden van 8 december 2008 niet kan gevolgd worden (en dat haar zwarigheden aanvaard worden) en de zaak terug te zenden naar de instrumenterende notaris voor een aanvullende staat van vereffening

- de heer T. verwezen wordt in alle kosten van het geding.

1.2

De eerste rechter verklaarde de vorderingen ontvankelijk maar ongegrond, en homologeerde de staat van vereffening-verdeling van de notaris. Hij besliste dat elk van de partijen de door haar gemaakte kosten moest dragen.

1.3

In hoger beroep herneemt mevrouw V. haar zwarigheden. Zij vraagt verder aan de heer T. op te leggen vermelde bankstukken en bewijzen voor te leggen teneinde een loyale procedure toe te laten op verbeurte van een dwangsom van 250,00 euro per dag, 7 dagen na arrest van het hof. Zij

vraagt de zaak terug te zenden naar de notaris ten einde een aanvullende staat van vereffening op te maken en te bevelen dat de instrumenterende notaris een boedelbeschrijving opmaakt en dat de partijen hierop de eed afleggen.

De heer T. concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

2 De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

2.1 De grond van het hoger beroep

2.1.1 De grond van de vordering

Vermits de echtscheiding op grond van bepaalde feiten het voorwerp uitmaakt van het voormeld vonnis de dato 30 september 2002, moet voor de vereffening van het ontbonden gemeenschappelijk vermogen, in de verhouding tussen de ex-echtgenoten, rekening gehouden worden met de retroactieve ontbinding ervan tot op de dag waarop de vordering tot echtscheiding op grond van bepaalde feiten is ingesteld, en, wanneer er meer dan een vordering is - zoals in casu - tot op de dag waarop de eerste is ingesteld, ongeacht of zij werd toegewezen of niet. Dit volgt in casu uit het tweede lid van oud artikel 1278, zoals vervangen bij artikel 19, 2° van de wet van 30 juni 1994 houdende wijziging van artikel 931 van het Gerechtelijk Wetboek en van de bepalingen betreffende de procedures van echtscheiding (Belgisch Staatsblad van 21 juli 1994).

In deze is de datum van de inleidende dagvaarding tot echtscheiding bepalend, namelijk 30 augustus 2001. Op deze datum wordt het gemeenschappelijk vermogen geacht retroactief ontbonden te zijn in de verhouding tussen de ex-echtgenoten. Goederen verworven of schulden aangegaan of opgelopen nadien komen niet meer in aanmerking voor de samenstelling en verdeling van het op 30 augustus 2001 ontbonden gemeenschappelijk vermogen van de ex-echtgenoten.

Voor de verdeling wordt echter rekening gehouden met de waarde van de goederen op het ogenblik van de daadwerkelijke verdeling.

...

2.1.1.1 De vordering van mevrouw T. tot het opmaken van een notariële boedelbeschrijving met eedaflegging.

Er is geen boedelbeschrijving van het ontbonden gemeenschappelijk vermogen. De eerste rechter oordeelde terecht dat bijgevolg de omvang van het gemeenschappelijk vermogen kan worden bewezen met alle wettelijke middelen, zelfs de algemene bekendheid (artikel 1428, vierde lid, in fine van het Burgerlijk Wetboek).

De boedelnotaris stelde tijdens zijn verrichtingen vast "dat geen enkele partij het opstellen van een inventaris vordert en dat tevens geen enkele partij hem stukken overhandigd heeft die de voorbereiding van de inventaris mogelijk zou maken." Het hof merkt hierbij op dat, zelfs in het kader van artikel 1212 van het Gerechtelijk Wetboek de notaris niet ambtshalve overgaat tot boedelbeschrijving; de partijen zelf moeten hem vragen het nodige te doen.

Mevrouw T. vordert, na het opstellen van de staat van vereffening en verdeling, dat er nu toch nog een notariële boedelbeschrijving met eedaflegging zou worden opgemaakt. De boedelnotaris noemde deze vraag laattijdig en onontvankelijk.

Er is weliswaar geen wettelijk beletsel tegen het opmaken van de boedelbeschrijving na het proces-verbaal van opening der werkzaamheden, of zelfs na het opmaken van de staat van vereffening. In de omstandigheden van de zaak evenwel zou een boedelbeschrijving opgesteld jaren na de ontbinding van het gemeenschappelijk vermogen en na de verkoop van de gezinswoning (in oktober 2002) enkel kunnen steunen op herinneringen en verklaringen van partijen. Zelfs bij een goede medewerking van de beide partijen zou dit weinig kans bieden op volledigheid en nauwkeurigheid, laat staan op een onderbouwde en correcte schatting. Het bevelen van een boedelbeschrijving zou in huidig geval bijgevolg niet de voortgang van de vereffening en verdeling dienen.

...

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak...,

Verklaart het hoger beroep van mevrouw T. ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

25/02/2014

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

Free keywords

  • Vereffening en verdeling na echtscheiding op grond van bepaalde feiten. Gerechtelike verdeling. Vordering tot het opmaken van een notariële boedelbeschrijving in de loop van de procedure van vereffening. In casu: laattijdig karakter van deze vordering