- Arrêt of April 4, 2011

04/04/2011 - 2010/AB/00609

Case law

Summary

Samenvatting 1

De toelaatbaarheidsfase van de collectieve schuldenregeling heeft, gelet op de inleiding bij éénzijdig verzoekschrift, een éénzijdig karakter heeft, maar nadien bij de tussenkomst van de schuldbemiddelaar en de schuldeisers, wordt de procedure tegensprekelijk. Deze opeenvolging van eenzijdige naar contradictoire fase heeft zijn repercussie op de aanwending van rechtsmiddelen, omdat na de beschikking van toelaatbaarheid niet alleen de schuldenaar, maar ook de schuldeisers volwaardige procespartijen zijn.


Arrêt - Integral text

ep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 04 april 2011

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

Op tegenspraak t.o.v. appellante, de schuldbemiddelaar en FOD FINANCIEN REGISTRATIEKANTOOR HALLE en bij verstek t.o.v. de andere schuldeisers

definitief

In de zaak:

ING BELGIE NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

1000 BRUSSEL, Marnixlaan 24,

Appellante, vertegenwoordigd door Mter COIGNIEZ, advocaat te

3000 LEUVEN, Vaartstraat 64 .

Tegen:

DE CHAFFOY DE COURCELLES Jean-Louis, schuldbemiddelaar, van Mijnheer J. M

verschijnend in persoon;

De schuldeisers :

1. ELECTRABEL CS NV, c/o Mr. ROBERT, Gerechtsdeurwaarder, 1180 BRUSSEL, Vanderkinderestraat, 272, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

2. TELENET NV, met maatschappelijke zetel te 2800 MECHELEN, Liesesteenweg 4/PB 58, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

partij,

3. IWVB, wonende te 1600 SINT-PIETERS-LEEUW, Steenweg op Alsemberg 5A, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

4. KBC BANK NV, met maatschappelijke zetel te 1080 BRUSSEL, Havenlaan 2, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

5. ZIEKENHUIS INKENDAEL VZW, met maatschappelijke zetel te 1602 VLEZENBEEK, Inkendaelstraat 1, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

6. THOMAS COOK BELGIUM NV, schuldeiser, c/o Mr. D'HOOGHE Piet, 8310 SINT-KRUIS (BRUGGE), Altebijstraat, 21, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

7. ZIEKENHUISNETWERK ANTWERPEN VZW, schuldeiser, c/o Mr. DE MEUTER Jan, 2000 ANTWERPEN, Amerikalei, 122, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

,

8. REGIONAAL ZIEKENHUIS SINT MARIA VZW, schuldeiser, c/o Mr. AMEELE Luc, 1500 HALLE, Baetenstraat, 3, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

9. SITA LIMBURG, schuldeiser, c/o Mr. DE PROOST & Co, 2300 TURNHOUT, Otterstraat, 179, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

10. OCMW VAN SINT PIETERS LEEUW, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1601 RUISBROEK (BT.), Fabriekstraat 1, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

,

11. EANDIS CVBA, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 9090 MELLE, Brusselsesteenweg 199, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

12. IVERLEK, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 3012 WILSELE, Aarschotsesteenweg 58, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

,

13. BELASTINGEN AUTO'S, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1030 BRUSSEL, Koning Albert II-Lan 33 bus 41, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;,

14. VLAAMSE ZORGKAS VZW, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1030 BRUSSEL, Koning Albert II- Laan 35/36, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

15. VLAAMSE BELASTINGSDIENST OV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 9300 AALST, Bauwensplaats 13, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

16. V. S., schuldeiser,

die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

17. FOD FINANCIEN ONTVANGSTKANTOOR DIRECTE BELASTINGEN, LENNIK, 1500 HALLE, Zuster Bernardastraat 32, vertegenwoordigd door Mter Ch. COLOGNE loco Mter Ph. DECLERCQ, advocaat te Brussel ;

18. C. E.,

niet verschijnend noch vertegenwoordigd;

,

19. RIJKSDIENST VOOR JAARLIJKSE VAKANTIE, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1050 BRUSSEL, Elyzeese Veldenstraat 12, niet verschijnend noch vertegenwoordigd;

20. FOD FINANCIEN REGISTRATIEKANTOOR HALLE I, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1500 HALLE, Zuster bernadastraat 32, niet verschijnend noch vertegenwoordigd;

21. NATIONALE BANK VAN BELGIE NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Berlaimontlaan 14, niet verschijnend noch vertegenwoordigd;

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op 27-05-2010 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 32e kamer (A.R. 974/09/B). op tegenspraak t.o.v. de ING BELGIE en de schuldbemiddelaar en bij verstek t.o.v. de heer M. J. en de andere schuldeisers

- de beschikking van toelaatbaarheid uitgesproken door de 32ste kamer van de

32ste kamer van de Arbeidsrechtbank te Brussel op 21 oktober 2009;

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 28 juni 2010;

- de conclusies van partijen;

- de voorgelegde stukken;

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 07 maart 2011, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING.

1. De heer J. M. legde op 13 oktober 2009 een verzoekschrift neer, waarbij hij de collectieve schuldenregeling aanvroeg.

Bij beschikking van de arbeidsrechtbank te Brussel van 21 oktober 2009 werd dit verzoek toelaatbaar verklaard en werd advocaat Jean Louis de Chaffoy de Courcelles als schuldbemiddelaar aangesteld.

Op 23 oktober 2009 werd deze beschikking bij gerechtsbrief betekend aan ING België.

Deze schuldeiser deed geen aangifte van schuldvordering binnen de in artikel 1675/9 §2 Ger. W. vermelde termijn.

2. Bij aangetekende brief van 25 november 2009 nodigde de schuldbemiddelaar ING België uit om binnen de 15 dagen vanaf de ontvangst van deze brief aangifte te doen van haar schuldvordering, en dit onder verwijzing naar artikel 1675/9 §3 Ger. W., dat o.m. bepaalt:

Indien de aangifte niet binnen die termijn gedaan wordt, wordt de betrokken schuldeiser geacht afstand te doen van zijn schuldvordering. In dat geval verliest de schuldeiser het recht om zich te verhalen op de schuldenaar en de personen die voor hem een persoonlijke zekerheid hebben gesteld. Hij herwint dit recht ingeval van afwijzing of herroeping van de aanzuiveringregeling.

3. ING België doet laattijdig aangifte van haar schuldvordering per fax en per aangetekende brief van 14 december 2009 voor een totaal bedrag van euro 238.662,56, te weten

euro 236.594,15 uit hoofde van de hypothecaire lening nr. 377.418-88, samengesteld als

• euro 232.015,50 te vervallen maandsommen op 21 oktober 2009

• euro 4.578,65 vervallen maandsommen op 21 oktober 2009 en

euro 2.068,41 uit hoofde van de verrichting op afbetaling nr. 02791734-74, samengesteld als

• euro 1.804,51 kapitaal

• euro 263,90 intresten en kosten

Bij brieven van 16 december 2009 en 29 december 2009 merkt de schuldbemiddelaar op dat deze aangifte gebeurde buiten de termijn van 15 dagen, zodat ING België geacht werd afstand te hebben gedaan van haar schuldvordering.

4. Op grond van artikel 1675/14 §2 Ger. W. vat de schuldbemiddelaar de arbeidsrechtbank te Brussel in verband met deze laattijdige aangifte en de betwisting in hoeverre ING België geacht wordt afstand te hebben gedaan van haar schuldvordering.

Niettegenstaande de eigen aangifte voor een totaal bedrag van euro 238.662,56, wil ING België blijkbaar haar opgave van schuldvordering beperken tot de volgens haar vervallen bedragen van

• hypothecaire lening euro 4.578,65

• verrichtingen op afbetaling euro 283,96

Op grond van artikel 1675/14 §2, 4° Ger. W. stelt de griffier de schuldenaar en de schuldeisers in kennis van de datum waarop de zaak voor de rechter komt.

5. Op 27 mei 2010 velt de arbeidsrechtbank te Brussel vonnis inzake de verzoekende partij M. ( niet aanwezig), de schuldbemiddelaar ( aanwezig) en de schuldeisers ( ING vertegenwoordigd door haar raadsman, de schuldeiser C. niet verschijnend en de overige schuldeisers niet verschijnend op de terechtzitting van 16 maart 2010).

In dit vonnis wordt gezegd voor recht dat de aangifte van de totale schuldvordering van ING België ten belope van euro 238.662,56 laattijdig is ingediend en dat ING België conform artikel 1675/9 §3 van het Ger. W. geacht wordt afstand te doen van haar totale vordering voor zover de aanzuiveringregeling niet zou afgewezen of herroepen worden en

zegt voor recht dat ING België, naar aanleiding van de beëindiging van de procedure door correcte uitvoering van een aanzuiveringregeling, gehouden zal zijn handlichting te verlenen.

In het beschikkend gedeelte van het vonnis wordt verder gepreciseerd dat recht gedaan wordt op verstek ten aanzien van de schuldeisers en op tegenspraak ten aanzien van de schuldbemiddelaar en de NV ING België.

Bij gerechtsbrieven van 3 juni 2010 wordt aan de schuldenaar M., aan de schuldbemiddelaars en aan de vermelde schuldeisers kennis gegeven van dit vonnis.

6. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 28 juni 2010 tekent ING België hoger beroep aan tegen dit vonnis, dat zij richt tegen de schuldbemiddelaar en de schuldeisers.

Zij vraagt dat zou worden gezegd voor recht

- dat zij enkel afstand heeft gedaan van haar vordering in de zin van artikel 1675/9 §3 van het Ger. W. voor de bedragen die vervallen waren op datum van de beschikking van toelaatbaarheid, met name

• hypothecaire lening euro 4.578,65

• verrichtingen op afbetaling euro 283,96

- dat de hypothecaire lening niet werd opgezegd

- dat de verrichting op afbetaling pas opeisbaar werd na de beschikking van toelaatbaarheid

- dat de hypothecaire rechten behouden blijven en enkel worden geschorst tot het einde, verwerping of herroeping van de aanzuiveringsregeling, behalve in het geval van de te gelde making.

De schuldbemiddelaar en de Belgische staat, FOD Financiën, in de persoon van de Ontvanger der directe belastingen te Lennik vragen dat het hoger beroep ontoelaatbaar minstens ongegrond zou worden verklaard en dat het vonnis zou worden bevestigd.

II. BEOORDELING.

Ontvankelijkheid.

1. Artikel 1053 Ger. W. bepaalt dat, wanneer het geschil onsplitsbaar is, het hoger beroep moet gericht worden tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de eiser in hoger beroep. Deze moet bovendien de andere niet in beroep komende, niet in beroep gedagvaarde of niet opgeroepen partijen binnen de gewone termijnen van hoger beroep en ten laatste voor de sluiting van de debatten in de zaak betrekken. Bij niet inachtneming van de in dit artikel gestelde regels wordt het hoger beroep niet toegelaten.

Deze bepalingen zijn van openbare orde (Cass., 16 januari 1976, A.C. 1975 -76, 577).

2. Een betwisting in het kader van een collectieve schuldenregeling maakt een onsplitsbaar geschil uit in de zin van artikel 31 Ger. W. (Antwerpen, 18 februari 2003, P&B 2007, 164 met noot E. Brewaeys, Het onsplitsbaar karakter van de procedure tot collectieve schuldenregeling; S. Voet, Hoger beroep tegen een herroepingsbeslissing inzake collectieve schuldenregeling: Maar vergeet ook de schuldeisers niet! noot onder Gent, 27 september 2005, RW 2006-07, 606 e.v., meer bepaald p. 610, nr. 6.3; P. Dauw, Topics van de collectieve schuldenregeling, 22 oktober 2004, p. 82, nr. 121).

Het hoger beroep moet bijgevolg worden gericht tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de appellante. Deze partijen moeten binnen de gewone termijn van hoger beroep in de zaak worden betrokken zoals vereist door artikel 1053 tweede lid Ger. W. (Antwerpen 18 februari 2003, P&B 2007, 164 met noot E. Brewaeys).

Bijzonder aan de collectieve schuldenregeling is dat deze in de toelaatbaarheidfase, als gevolg van het éénzijdig verzoekschrift, een éénzijdig karakter heeft en naderhand, door de tussenkomst van de schuldbemiddelaar en de schuldeisers, een contradictoire aard krijgt. Deze opeenvolging van eenzijdige naar contradictoire fase heeft zijn repercussie op de aanwending van rechtsmiddelen, omdat na de beschikking van toelaatbaarheid niet alleen de schuldenaar, maar ook de schuldeisers volwaardige procespartijen zijn (S. Voet, a.w., meer bepaald 608, nr. 6.1)

3. De schuldenaar is dan ook partij in de procedure beschreven in artikel 1675/14 §2 Ger. W., dat om die reden voorschrijft:

De griffier stelt de schuldenaar en de schuldeisers in kennis van de datum waarop de zaak voor de rechter komt.

Terecht heeft de griffier van de arbeidsrechtbank dan ook de heer M. telkens in kennis gesteld van de terechtzittingen voor de eerste rechter.

In dezelfde zin vermeldt het bestreden vonnis de heer M. in de hoofding bij de betrokken partijen. Het feit dat hij niet aanwezig was doet geen afbreuk aan zijn hoedanigheid van partij. Evenmin wordt hieraan afbreuk gedaan door het feit dat hij in het beschikkend gedeelte blijkbaar bij vergetelheid niet opgegeven is als verstekdoende partij.

Bij gerechtsbrief van 3 juni 2010 werd aan de schuldenaar M. kennis gegeven van het vonnis.

4. Hieruit vloeit voort dat het hoger beroep van ING België, dat niet aangetekend werd tegen de heer M., terwijl hij van bij het begin partij was in het geschil, onontvankelijk is gelet op het onsplitsbaar karakter van de betwisting.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewij¬zigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak tegen de schuldbemiddelaar, ING België en de Belgische staat, FOD Financiën en bij verstek t.o.v. de overige schuldeisers;

Verklaart het hoger beroep onontvankelijk.

Kosteloze procedure.

Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 11de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 4 april 2011, waar aanwezig waren :

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door :

Linda HERREGODTS, griffier.

Linda HERREGODTS Lieven LENAERTS

Free keywords

  • SCHULDOVERLAST.