- Arrêt of July 13, 2011

13/07/2011 - 2010/AB/00753

Case law

Summary

Samenvatting 1

Bij onzekerheid over het oorzakelijk verband tussen de voorgehouden fout en de uiteindelijke schade mag de rechter die een fout zou hebben begaan niet veroordelen tot vergoeding van de zogenaamde werkelijk geleden schade. Bij causale onzekerheid bestaat de mogelijkheid dat de voorgehouden schade ook zonder de ingeroepen fout zou geleden zijn.


Arrêt - Integral text

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

BUITENGEWONE OPENBARE TERECHTZITTING VAN 13 JULI 2011

3 e KAMER

ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende

tegensprekelijk

definitief

In de zaak:

XEROX NV, met maatschappelijke zetel te

1930 ZAVENTEM, Wezembeekstraat 5,

appellante,

vertegenwoordigd door mr. VIERIN Thierry en mr. VAN HERREWEGHEN Johanna, advocaten te 1050 BRUXELLES, Marsveldplein 2.

Tegen:

A.B. , wonende te [xxx],

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. SMOUT Hilde loco mr. DEBAERDEMAEKER Robert, advocaat te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan, 100.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 11 juni 2010 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23e kamer (A.R. 11202/08).

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 17 augustus 2010;

- de conclusie voor de appellante, neergelegd ter griffie op 10 januari 2011,

- de conclusie en de syntheseconclusie voor de geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 5 november 2010 en 23 februari 2011;

- de voorgelegde stukken;

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 17 juni 2011, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op de zitting van 2 september 2011 en vervroegd werd uitgesproken op de buitengewone terechtzitting van heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De NV Xerox en mevrouw A.B. ondertekenden op 10 oktober 2003 een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd, waardoor mevrouw A.B. met ingang van 20 oktober 2003 in dienst kwam als handelsvertegenwoordiger. Ze had recht op een vast loon, in de arbeidsovereenkomst bepaald op euro 2.800, en op een variabel loon, jaarlijks vast te stellen op grond van een zogenaamd payplan.

In artikel 8.1 van deze arbeidsovereenkomst wordt een niet exclusiviteitclausule opgenomen, als volgt:

De vertegenwoordiger erkent hierbij uitdrukkelijk dat het gamma der artikelen en diensten waarvan de vertegenwoordiging hem wordt toevertrouwd, de lokalisatie van zijn sector en het door hem geprospecteerd cliënteel evenals de modaliteiten betreffende de berekening van zijn eventuele variabele bezoldiging op zich geen essentieel element vormen van het contract. Derhalve aanvaardt hij van nu af iedere latere wijziging voor zover zijn inkomstmogelijkheden hierdoor niet worden aangetast.

2. Bij e-mail van 31 oktober 2006 stelt mevrouw A.B. vragen over de toepassing van de bonusregeling in het payplan 2006, zoals haar meegedeeld bij interne memo van 26 januari 2006.

De discussie hierover zal beslecht worden door een beslissing van het interne payplan comité van 5 juli 2007, waarbij duidelijk werd gemaakt dat bij de optelling van target 1 ( euro 1.950.000) en target 2 ( euro 4.554.000) een fout ( euro 4.554.000) in het werkblad werd gemaakt, daar dit euro 6.504.000 diende te zijn, wat in het eerste kwartaal ontdekt en verklaard werd.

Tevens wordt haar meegedeeld dat haar SCLR-target target 1 is, en niet target 2, waardoor ze haar doelstellingen voor de bonus niet bereikte.

Het comité gaf geen positief gevolg aan haar aanspraken, omdat zij haar payplan heel goed kende en er over de correctie was gecommuniceerd, terwijl zij hierover in haar maandelijks persoonlijk gesprek ook geen vragen had gesteld of opmerkingen had gemaakt. Tevens waren er in de berekening van haar commissie ook een aantal fouten in haar voordeel gemaakt.

Na deze beslissing van het comité werd er geen verdere betwisting meer gevoerd.

3. Mevrouw A.B. stelt verder dat omstreeks oktober 2006 haar functieopdracht wijzigde, waardoor zij zich meer diende te richten op nieuwe contracten. Zij houdt voor dat zij daardoor de doelstellingen voor de bonus van het payplan 2007 niet meer kon bereiken.

4. Bij aangetekende brief van 14 december 2007 beëindigde Xerox de arbeidsovereenkomst van mevrouw A.B. met een opzeggingstermijn van 7 maanden, ingaande op 1 januari 2008.

Op 10 januari 2008 beëindigde Xerox de arbeidsovereenkomst definitief met uitbetaling van een saldo opzeggingsvergoeding op basis van 7 maanden en een uitwinningsvergoeding van 3 maanden.

5. Bij schrijven van de raadsman van mevrouw A.B. aan Xerox van 10 maart 2008 werd opgemerkt dat mevrouw A.B. haar doelstellingen voor het jaar 2006 bereikt had, zodat een achterstallige bonus gevraagd werd van euro 9.000, vermeerderd met interesten en van het achterstallig vakantiegeld hierop van euro 1.380,60, eveneens vermeerderd met interesten; tevens wordt erop gewezen dat mevrouw A.B. verhinderd werd in aanmerking te komen voor de bijkomende incentive, bestaande uit een reis naar Chili, waarvoor een schadevergoeding van euro 2.500 werd gevraagd.

Voor het jaar 2007 werd vastgesteld dat door de wijziging van de opdracht het bij voorbaat uitgesloten was dat mevrouw A.B. haar doelstellingen kon bereiken en er werd hiervoor een schadevergoeding van euro 10.380,60 gevraagd voor de bonus en euro 11.408,28 voor het commissieloon, vermeerderd met interesten. Omdat dit laatste ook doorwerkte in de berekening van de opzeggingsvergoeding en de uitwinningsvergoeding werd een schadevergoeding van euro 18.157,40 gevraagd vermeerderd met interesten.

Tenslotte werd voorgehouden dat het ontslag willekeurig was waarvoor een bijkomende vergoeding van euro 2.500 werd gevraagd.

Deze vorderingen werden betwist in een antwoordschrijven van de raadsman van Xerox van 14 maart 2008, verder toegelicht in een brief van 8 mei 2008.

6. Partijen kwamen hierdoor niet tot overeenstemming, zodat mevrouw A.B. op 6 augustus 2008 Xerox dagvaardde voor de arbeidsrechtbank te Brussel in betaling van:

- euro 9.000 ten titel van bonus 2006, te vermeerderen met de wettelijke intresten per kwartaal

- euro 1.380,60 als vakantiegeld op deze bonus, te vermeerderen met wettelijke intresten vanaf 1 januari 2007

- euro 1 provisioneel wegens het niet kunnen maken van een reis naar Chili, meer de verwijlsintresten vanaf 10 maart 2008

- euro 40.229,64 als schadevergoeding wegens loonverlies en het tekort in de opzegging en de uitwinningsvergoeding ingevolge de onmogelijkheid de bonus en het commissieloon 2007 te realiseren, vermeerderd met enkel en dubbel vakantiegeld, meer de wettelijke intresten vanaf 10 maart 2008

- euro 1 provisioneel als aanvullende opzeggings en uitwinningsvergoeding meer wettelijke intresten vanaf 14 december 2007; hiertoe werd ook de voorlegging gevraagd van de berekening van het basisloon;

- euro 2.500 als schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht meer de wettelijke intresten vanaf 14 december 2007

alle bedragen meer de gerechtelijke intresten en de gerechtskosten.

7. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel aan 11 juni 2010 werd deze vordering ontvankelijk en gegrond verklaard in de mate dat Xerox veroordeeld werd tot betaling van:

- euro 9.000 ten titel van bonus 2006, te vermeerderen met de wettelijke intresten per kwartaal

- euro 1.380,60 als vakantiegeld op deze bonus, te vermeerderen met wettelijke intresten vanaf 1 januari 2007

- euro 24.619,96 als schadevergoeding wegens loonverlies en het tekort in de opzegging en de uitwinningsvergoeding ingevolge de onmogelijkheid de bonus en het commissieloon 2007 te realiseren, meer de wettelijke intresten vanaf 10 maart 2008;

alle bedragen meer de gerechtelijke intresten en de gerechtskosten.

8. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 17 augustus 2010, tekende Xerox hoger beroep aan en ze vroeg dat de oorspronkelijke vordering van mevrouw A.B. ongegrond zou worden verklaard; ondergeschikt vroeg ze dat de intresten op de eventueel toe te kennen schadevergoeding enkel zouden worden aangerekend vanaf de datum van de ingebrekestelling of 10 maart 2008 en dat de rechtsplegingsvergoeding zou worden beperkt tot het minimumbedrag van euro 1.000.

Mevrouw A.B. tekende incidenteel beroep aan in de mate dat haar oorspronkelijke vordering niet werd toegekend, behalve wat betreft de euro 1 provisioneel als aanvullende opzeggings- en uitwinningsvergoeding.

II. BEOORDELING.

1. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hogere beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is daardoor ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep.

Bonus 2006 en de Chili reis

2. Zoals voorzien in artikel 9 van de arbeidsovereenkomst van 10 oktober 2003 wordt de variabele verloning van mevrouw A.B. geregeld via het jaarlijkse payplan.

Op grond van artikel 8.1 van deze overeenkomst vormen de modaliteiten betreffende de berekening van deze variabele bezoldiging geen essentieel element, zodat de latere wijziging hiervan door de vertegenwoordiger aanvaard wordt, voorzover haar inkomstmogelijkheden hierdoor niet worden aangetast.

Voor het jaar 2006 werd het payplan aan mevrouw A.B. overgemaakt bij memo van 24 januari 2006.

Bij interne memo van 26 januari 2006 wordt haar meegedeeld dat, zoals aangekondigd tijdens de payplan sessies, de bonussen voor 2006 voortgezet worden, waarbij zij verzocht wordt de volgende regels te noteren :

...

Voor de XGS verkopers wordt de achievement berekend t.o.v. de target XGS SCLR.

3. Uit deze interne memo volgt dus dat het payplan toegelicht werd via sessies en dat de bonussen voor 2006 werden voortgezet, wat beduidt dat er geen wijziging is ten aanzien van de beginselen van 2005.

Uit het YTD overzicht van de bonus 2005 (stuk 29 Xerox en stuk 27a mevrouw A.B.) kan afgeleid worden dat in 2005 de bonus enkel berekend werd op de target XGS, met name P1 (1.500.000) zonder rekening te houden met P2 (6.755.000).

Er kon dan ook voor mevrouw A.B. geen twijfel zijn dat ook voor 2006 dezelfde zienswijze diende te worden aangehouden, zodat haar bonus enkel gerelateerd was aan de eerste target (in 2006 euro 1.950.000).

Niet betwist wordt dat mevrouw A.B. deze doelstelling niet bereikte.

Ze kan dan ook geen aanspraak maken op deze bonus.

4. Hoewel het payplan 2006 toegelicht werd via sessies en mevrouw A.B. op 24 januari 2006 uitgenodigd werd om haar rechtstreekse manager te consulteren indien zij meer uitleg nodig had, heeft ze pas omstreeks oktober 2006 toelichting gevraagd, waarna de heer Herinckx haar bij e-mail van 31 oktober 2006 uitdrukkelijk bevestigde dat de 100% bonus berekend werd op target 1 of euro 1.950.000, wat ze op dat ogenblik nog niet bereikte.

Nadat mevrouw A.B. bij e-mail van 21 november 2006 hierover verdere vragen had gesteld, werd ze uitgenodigd om haar standpunt duidelijk uiteen te zetten, zodat haar vraag in het payplan comité kon worden besproken.

Ook dit comité kwam op 5 juli 2007 tot de conclusie dat als gevolg van de interne memo van 26 juni 2006 (bedoeld werd: 26 januari 2006) de bonus enkel gerelateerd was aan target 1 of euro 1.950.000, wat zij niet bereikte.

Hetzelfde gold voor de incentive i.v.m. de Chili reis.

Hieruit kan afgeleid worden dat Xerox in verband met de te bereiken doelstellingen voor de bonus steeds eenvormig heeft geïnformeerd en gecommuniceerd. Aangezien de regeling geen wijziging inhield met het voorgaande jaar, kan dit voor mevrouw A.B. niet onduidelijk zijn geweest.

5. Weliswaar volgt uit het besluit van het payplan comité dat er voorheen een foutieve optelling was gemaakt in verband met de samentelling van target 1 en target 2, maar dit staat los van de interne regels in verband met de bonus, waarvoor dus enkel rekening moet gehouden worden met target 1.

Ook de andere vraagtekens die mevrouw A.B. zet achter de door haar bekomen documenten, doen geen afbreuk aan wat vastgesteld werd in de randnummers 2 tot en met 4.

Terecht werd dan ook voor 2006 aan mevrouw A.B. geen bonus toegekend, zodat het hoger beroep van Xerox wat dit onderdeel betreft gegrond is; zij kwam door het niet bereiken van het vastgestelde target evenmin in aanmerking voor de Chili reis, waardoor haar incidenteel beroep op dit punt ongegrond is.

Schadevergoeding bonus 2007

6. Mevrouw A.B. verwijst naar haar stukken 30 en 31 om voor te houden dat zij met ingang van 2007 een nieuwe opdracht kreeg, die meer gericht was op hunting, zijnde de verkoop van nieuwe diensten aan bestaande klanten.

In de e-mail van de heer Dara, de global account general manager wordt ze inderdaad gelukgewenst met haar nieuwe opdracht, terwijl de heer Serneels, haar sales manager, haar goede raad geeft in verband met een nieuw begin; ook de heer Jamoulle bevestigt dat haar voor 2007 een strategisch opdracht werd toegewezen.

Xerox bevestigt in besluiten dat mevrouw A.B. zich vanaf 2007 meer diende bezig te houden met hunting- activiteiten, maar Xerox ziet dit meer als een heroriëntatie van iets wat ze vroeger ook al gedeeltelijk deed en wat door haar werd aanvaard.

Mevrouw A.B. benadrukt dat zij geen probleem zag in deze nieuwe taken, maar zij houdt voor dat ze daardoor in haar verdienvermogen werd beperkt omdat ze zodoende haar bonus 2007 niet meer kon behalen.

7. Artikel 8.1 van de arbeidsovereenkomst voorziet inderdaad in de mogelijkheid voor de werkgever om het gamma van de diensten van vertegenwoordiging, de lokalisatie van de sector en van het te prospecteren cliënteel te wijzigen, doch enkel voorzover de inkomstmogelijkheden van de vertegenwoordiger hierdoor niet worden aangetast.

Zonder hierin te worden tegengesproken door Xerox, wijst mevrouw A.B. er op dat zij deze nieuwe activiteit heeft overgenomen van de Belgische commerciële verantwoordelijke voor ePrintsourcing, mevrouw Kloppert, die 23 maanden nodig had gehad om haar eerste contract voor deze producten af te sluiten; tevens erkent Xerox dat zij om commerciële redenen het offerte aanbod van juni 2007 van mevrouw A.B. bij Carrefour geannuleerd heeft.

Mevrouw A.B. toont niet aan dat zij door Xerox onvoldoende zou gesteund zijn.

Wel diende Xerox bij de heroriëntatie van haar opdrachten en bij het annuleren van het Carrefour contract, aandacht te hebben voor het feit dat in overeenstemming met artikel 8.1 de verdienmogelijkheden van mevrouw A.B. dienden te worden gevrijwaard.

De bonus- en commissieregeling dienden aan deze situatie te zijn aangepast.

8. Uit de voorgelegde stukken kan nochtans niet met een voldoende zekerheid worden afgeleid dat de bonusregeling 2007 in strijd zou zijn met artikel 8.1 van de arbeidsovereenkomst.

Mevrouw A.B. brengt dit bovendien voor het eerst formeel ter discussie na haar ontslag via het schrijven van haar raadsman van 10 maart 2008, terwijl het payplan 2007 haar werd medegedeeld op 15 januari 2007, met een uitnodiging om haar rechtstreekse manager te contacteren, indien ze meer uitleg nodig had.

Bij de vaststelling van het plan stelde ze dit plan niet ter discussie.

9. Maar zelfs indien Xerox art. 8.1 zou miskend hebben, dan geeft dit aan mevrouw A.B. nog niet de mogelijkheid om een schadevergoeding te bekomen gelijk aan het loonverlies, dat zij afleidt uit de bonussen die zij in de voorgaande jaren ontving.

Immers, in randnummer 3 werd vastgesteld dat mevrouw A.B. niet voldeed aan de bonusregels voor 2006.

Er is dus alleszins onzekerheid over het oorzakelijk verband tussen de voorgehouden fout en de aldus begrote uiteindelijke schade; ze stelt bovendien incidenteel beroep in omdat deze uiteindelijke schade door de eerste rechter niet volledig werd toegekend.

Bij een dergelijke onzekerheid mag de rechter degene die een fout zou hebben begaan niet veroordelen tot vergoeding van de zgn. werkelijk geleden schade (Cass. 26 juni 2008, Pas 2008, 1688) er is immers causale onzekerheid omdat de mogelijkheid bestaat dat mevrouw A.B. de voorgehouden schade ook zonder de ingeroepen fout van Xerox zou geleden hebben. ( H. Bocken, Verlies van een kans, NjW 2009, 2-12, in het bijzonder p. 8, nr. 20).

Dit onderdeel van de oorspronkelijke vordering is dan ook ongegrond, zodat het hoger beroep op dit punt gegrond moet worden verklaard.

Het incidenteel beroep is daardoor eveneens ongegrond.

Misbruik van ontslagrecht

10. Zoals van elk recht kan ook van het ontslagrecht misbruik worden gemaakt.

Anders dan voor werklieden, voor wie artikel 63 van de arbeidsovereenkomstwet geldt, bestaat voor bedienden geen vergelijkbare uitdrukkelijke wetsbepaling, maar dit verhindert niet dat het misbruik van ontslagrecht kan worden ingeroepen, wanneer er een kennelijk misbruik is waarbij de regel van artikel 1134,3de lid van het Burgerlijk Wetboek ernstig wordt geschonden; op basis van deze bepaling moeten overeenkomsten te goeder trouw worden uitgevoerd. (cfr. Cassatie, 19 september 1983, R.W. 1983-1984, 1480).

Rechtsmisbruik in verband met het ontslag vloeit dan ook voort uit de uitoefening van dit recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van het ontslagrecht door een voorzichtig en bedachtzame werkgever (Cassatie, 12 december 2005, JTT 2006, 155).

De opzeggingsvergoeding heeft bovendien een forfaitair karakter en dekt de volledige schade die door het ontslag werd veroorzaakt, zowel de materiële als de morele schade (Cass., 7 mei 2001, JTT 2001, 410).

Gelet op het forfaitair karakter van de opzeggingsvergoeding kan een vergoeding wegens misbruik van ontslagrecht slechts worden toegekend voor andere schade dan deze die voortvloeit uit het verlies van de dienstbetrekking, m.a.w. voor schade die niet veroorzaakt is door het ontslag zelf, maar door met het ontslag gepaard gaande omstandigheden (Cass., 26 september 2005, Soc. Kron. 2006, 69).

11. Mevrouw A.B. houdt voor dat haar ontslag rechtsmisbruik uitmaakt als represaille voor haar rechtmatige revindicaties in verband met de resultaten 2006 en 2007 en haar daaruit volgend recht op de bonussen.

In randnummer 3 werd vastgesteld dat mevrouw A.B. de doelstellingen voor de bonus 2006 niet bereikte.

Uit randnummer 9 volgt dat zij niet aantoont dat ze voor 2007 recht heeft op een schadevergoeding gelijk aan loonverlies wegens niet toegekende bonus.

De discussie over de niet toegekende bonus 2006 werd open gevoerd, waarbij mevrouw A.B. door de werkgever werd uitgenodigd om het geschil voor te leggen aan de interne payplan commissie (zie stuk 8 Xerox e-mail 22 februari 2007) de beslissing van deze commissie van 5 juli 2007 werd overigens door mevrouw A.B. niet meer aangevochten.

De discussie over de bonusregeling 2007 werd slechts opgeworpen in de brief van de advocaat van mevrouw A.B. van 10 maart 2008, zijnde na het ontslag, zodat deze discussie geen invloed kan gehad hebben op de ontslagbeslissing.

12. Mevrouw A.B. werpt ook op dat de werkgever bij de ontslagbeslissing de interne procedure van 28 september 2001 (stuk 5 mevrouw A.B.) niet zou hebben nageleefd.

Over de accurate naleving van deze regels bestaat er betwisting tussen partijen, maar de gebeurlijke miskenning van deze regels leidt alleszins niet automatisch tot misbruik van ontslagrecht, zoals geschetst in randnummer 10, daar hiervoor het ontslagrecht moet zijn uitgeoefend op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening door een voorzichtig en bedachtzame werkgever

(K. Rasschaert, Beperking van de ontslagmacht van de werkgever door werkzekerheidsbedingen : afdwinging bij gebrek aan expliciete sanctieregeling, JTT 1996, 388 - zie voetnoot 78).

Een zodanig kennelijk rechtsmisbruik wegens een bewezen miskenning van interne ontslagprocedures wordt door mevrouw A.B. niet aangetoond.

Ze erkent overigens dat er op 14 december 2007 een gesprek was met de personeelsdirecteur over het ontslag.

Bovendien dient ze in concreto de schade te bewijzen die zich dient te onderscheiden van de schade die wordt veroorzaakt door het verlies van de arbeidsbetrekking en die reeds op forfaitaire wijze wordt gedekt door de toegekende opzeggingsvergoeding. (Arbh. Brussel 5 december 2008, JTT 2009, 108; Arbh. Gent 17 juni 2003, NjW 2003, 853; K. Rasschaert, aw, 388 en de rechtspraak aangehaald in voetnoot 77) Ook dergelijke schade wordt niet aangetoond.

Terecht heeft de eerste rechter dit onderdeel van de vordering ongegrond verklaard; het incidenteel beroep is op dit punt dan ook ongegrond.

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht sprekend op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond;

verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk, doch ongegrond;

Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende,

Wijst de oorspronkelijke vordering af, als zijn de toelaatbaar, doch ongegrond.

Veroordeelt mevrouw A.B. tot betaling van de gerechtskosten van beide aanleggen, deze aan de zijde van de N.V. Xerox begroot op euro 5.139,62 en door het arbeidshof wegens indexatie vereffend op

rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg euro 2.750

rechtsplegingsvergoeding hoger beroep euro 2.750

totaal euro 5.500

en aan de zijde van mevrouw A.B. vereffend op

dagvaarding euro 139,62

rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg euro 2.750,00

rechtsplegingsvergoeding hoger beroep euro 2.750,00

totaal euro 5.639,62

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

Marcel VAN AKEN, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Andre LEURS, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER,

Marcel VAN AKEN, Andre LEURS.

en uitgesproken op de buitengewone openbare terechtzitting van vrijdag 13 juli 2011 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Free keywords

  • RECHTSWETENSCHAP

  • RECHT

  • WETGEVING

  • BURGERLIJK RECHT

  • Contractuele schade

  • Causale onzekerheid

  • Verlies van een kans

  • Geen vergoeding uiteindelijke schade.