- Arrêt of January 27, 2012

27/01/2012 - 2010/AA/91

Case law

Summary

Samenvatting 1

Wanneer de sociale inspecteurs handelen vanuit hun controlebevoegdheid, die bestuurlijk van aard is, en het onderzoek dus plaatsvond buiten elke strafvervolging zijn de principes betreffende het recht op bijstand van een advocaat en het verbod op zelfincriminatie niet van toepassing. Daaruit volgt dat de argumentatie welke gesteund is op artikel 6, §3 van het EVRM en de SALDUZ-rechtspraak van het EHRM niet in aanmerking kan genomen worden om de verklaringen van de gedelegeerde bestuurder en de personeelsverantwoordelijke ter zijde te schuiven als onrechtmatig verkregen bewijselementen.

Diezelfde verklaringen kunnen niet gelden als een buitengerechtelijke bekentenis, gelet op het feit dat de regelgeving betreffende de sociale zekerheid van de werknemers van openbare orde is. De verklaring waarin een werkgever een belangrijk feitelijk gegeven erkent dat relevant is voor de toepassing van de RSZ-Wet blijft wel een gewoon bewijselement, waarvan de feitenrechter de bewijswaarde beoordeelt.


Arrêt - Integral text

Free keywords

  • Sociale zekerheid voor werknemers

  • algemene regeling

  • bijdrageplicht

  • verklaringen werkgever

  • buitengerechtelijke bekentenis

  • gewoon bewijsmiddel

  • recht bijstand advocaat bij verhoor

  • VII A