- Arrêt of December 17, 2013

17/12/2013 - 2012/AB/926

Case law

Summary

Samenvatting 1

Een handelsvertegenwoordiger dient rechtstreeks contact met klanten te hebben bij zijn bezoeken. Een verkoper, die bouwheren bezoekt en met hen een verkoopsproject bespreekt, heeft rechtsreeks contact met zijn cliënteel, omdat de bouwheer de rechtstreekse klant is van zijn werkgever, ook al gebeurt de facturatie via een plaatser, die de producten enkel doorfactureert.


Arrêt - Integral text

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 DECEMBER 2013

3 e KAMER

ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende

tegensprekelijk

definitief

In de zaak:

BASF BELGIUM COORDINATION CENTER GCV, voorheen BASF CONSTRUCTION CHEMICALS BELGIUM NV, met maatschappelijke zetel te 2040 ANTWERPEN, Scheldelaan 600 Haven 725,

appellante op hoofdberoep,

geïntimeerde op incidenteel beroep,

vertegenwoordigd door mr. BEIRENS Iwein loco mr. VAN ROEYEN Wim, advocaat te 9051 SINT-DENIJS-WESTREM, Drie Koningenstraat 3.

Tegen:

P. ,

geïntimeerde op hoofdberoep,

appellant op incidenteel beroep,

vertegenwoordigd door mr. PETEN Serge, advocaat te 1200 BRUSSEL, Woluwedal, 60.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

het tussenarrest van het hof van 7 juni 2013,

de conclusie na tussenarrest voor de appellante, neergelegd ter griffie op 26 augustus 2013,

de conclusie na tussenarrest voor de geïntimeerde, neergelegd ter griffie op 7 oktober 2013,

de voorgelegde stukken.

***

*

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 19 november 2013, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

1. De feiten en rechtspleging werden beschreven in het tussenarrest van 7 juni 2013, waarnaar kan worden verwezen.

Het geschil heeft grotendeels betrekking op de vraag of de heer P. als handelsvertegenwoordiger kan worden beschouwd. BASF voert daarbij aan dat de heer P. indirecte verkoop verzorgde, waardoor hij geen rechtstreeks contact had met de klant. In het tussenarrest werd de vraag opgeworpen wie in de concrete werksituatie van de heer P. als klant moet worden beschouwd.

Gelet op de door de heer P. voorgebrachte onvolledige activiteitsfiches, werd in het tussenarrest aan BASF gevraagd ook de mappen " Contacts" en "Activities" mee te delen.

2. BASF deelde de mappen van de door de heer P. aangebrachte fiches mee, voor zover ze ingevuld werden.

BASF had tevens voorgesteld de heer V. als getuige te horen, waarna het hof BASF had uitgenodigd een verklaring van betrokkene in de zin van art. 961/2 Ger. W. voor te brengen. De heer V. weigert aangaande de tewerkstelling van de heer P. een verklaring af te leggen.

BASF brengt wel een verklaring bij van de heer H. in de zin van art. 961/2 Ger. W.

De hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger

3. Uit de voorgebrachte stukken kan afgeleid worden dat BASF zogenaamde "hunters" opdracht gaf om projecten i.v.m. het plaatsen van slijtvaste vloeren met klanten uit te werken. Dit was het werk van de heer P.

Deze projecten werden uitgevoerd door plaatsers, die vanuit BASF werden opgevolgd door zogenaamde "farmers".

4. De klanten zijn bouwheren, bijgestaan door hun architect; de heer P. zocht hen op en onderhandelde met hen het project tot en met de prijsopgave van de BASF-producten. Voor de uitvoering door de plaatsers was een niet bindende keuzelijst beschikbaar; in de onderhandeling van de heer P. met de klanten kwamen ook de keuze en de prijzen van de plaatsers aan bod, zoals blijkt uit de stukken V/1, p. 23, 40 en 65.

Wanneer de overeenkomst rond is en het project verkocht werd, koopt de plaatser de BASF-producten en factureert deze samen met zijn werk door aan de bouwheer.

Dit wordt binnen BASF opgevolgd door de zgn. "farmers".

5. Over deze werkwijze hebben partijen als dusdanig weinig betwisting; ze verschillen van mening rond de vraag of de heer P. aldus handelsvertegenwoordiger is en of de door hem gecontacteerde bouwheer werd benaderd als klant van BASF in de zin dat de heer P. daarbij voor rekening en in naam van BASF als opdrachtgever handelde.

6. In artikel 4 van de arbeidsovereenkomstenwet wordt de activiteit van een handelsvertegenwoordiger omschreven als volgt:

"de arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordiger is de overeenkomst waarbij een werknemer, de handelsvertegenwoordiger, zich verbindt tegen loon cliënteel op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over en het sluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd, onder het gezag, voor rekening en in naam van een of meer opdrachtgevers".

Uit de definitie van een handelsvertegenwoordiger volgt dus dat deze cliënteel dient op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over en/of het sluiten van zaken. (Aanvaard wordt dat het woordje "en" in de Nederlandse tekst moet begrepen worden als "of", zodat het onderhandelen en het sluiten van zaken niet samen moeten aanwezig zijn (J. Petit, De arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers in CAD - II-8-22-23, nr.18).

Wat de notie bezoeken van klanten betreft, is vereist dat er een rechtstreeks contact met het cliënteel bestaat.

Zo oordeelde het Hof van Cassatie in een arrest van 8 januari 1970 dat een werknemer (een medische afgevaardigde), die de bezochte personen enkel bekend maakt met de producten zonder dat blijkt dat de betrokkenen klanten van de werkgever waren of konden worden, niet de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger heeft (Cass. 8 januari 1970, RW 1969-1970, 1569).

Om dezelfde reden werd door het Hof van Cassatie een beslissing onwettig geacht, die het opsporen en bezoeken van kleinhandelaars ten gunste van groothandelaars, die klanten van de werkgever zijn, gelijkstelt met bezoeken aan personen die cliënteel van de werkgever zijn of kunnen worden (Cass. 14 december 1977, Arr. Cass. 1978, I, 460, Pas, 1978, I, 432).

Uit deze rechtspraak volgt dat rechtreeks met de klanten moet worden gehandeld en dat een gelijkstelling met klanten niet volstaat, zodat productpromotie bij een derde niet aanvaard wordt om de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger te hebben, daar er in die hypothese geen rechtstreeks contact met het cliënteel is, zodat men niet toekomt aan het onderhandelen over en/of het sluiten van zaken.

7. Bij de vertegenwoordigingsopdracht van de heer P. was de bouwheer wel degelijk de klant van BASF. Immers de heer P. deed veel meer dan productpromotie, maar onderhandelde met een welbepaalde bouwheer over een volledig project met inbegrip van de plaatsing, waarvoor een modellijst aan de klant werd gegeven; ook de prijzen van de plaatsing kwamen aan bod in de onderhandeling met het oog op de verkoop van het project.

In deze verhouding is de bouwheer de rechtstreekse klant van BASF. Het feit dat het product wordt doorgefactureerd door de plaatser doet daaraan geen afbreuk, evenmin als de omstandigheid dat de plaatser binnen BASF wordt opgevolgd door een zgn. ‘farmer' (zie Arbh. Brussel 3 september 2004, Or. Katern 2005, afl.2, 3).

De heer P. bewerkte daardoor rechtstreeks het cliënteel van BASF door te onderhandelen over de verkoop van door hen geleverde vloeren, waarvoor voor de plaatsing een beroep moest worden gedaan op een derde.

Hij had dan ook de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger.

De uitwinningsvergoeding

8. Artikel 101 van de arbeidsovereenkomstenwet kent aan de handelsvertegen-woordiger een recht op de uitwinningsvergoeding toe, indien aan 4 voorwaarden cumulatief wordt voldaan:

- de arbeidsovereenkomst werd beëindigd door de werkgever zonder dringende reden,

- de handelsvertegenwoordiger heeft aan de werkgever een cliënteel aangebracht,

- hij is langer dan een jaar tewerkgesteld als handelsvertegenwoordiger,

- de werkgever toont niet aan dat de handelsvertegenwoordiger door de beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen nadeel heeft geleden.

9. BASF betwist dat de heer P. cliënteel heeft aangebracht. Ze baseert zich daarvoor opnieuw op het foutieve standpunt dat de door de heer P. bezochte personen geen rechtstreekse klanten van BASF waren.

De heer P. verwijst terecht naar het feit dat hij in 2008 en 2009 telkens de streefdoelen voor het toekennen van een bonus heeft bereikt, zodat hij alleszins cliënteel heeft aangebracht, wat ook blijkt uit de meegedeelde fiches in verband met zijn werkzaamheden.

Niet betwist wordt dat aan de overige voorwaarden van art. 101 voldaan is.

10. Voor de begroting van het jaarloon voor de berekening van de uitwinningvergoeding kan verwezen worden naar wat hierna wordt gezegd in randnummer 12, zodat hij terecht aanspraak maakt op een uitwinningsvergoeding van 3 maanden of euro 61.293,12/12 x 3 maanden = euro 15.323,28

Behoudens een correctie omwille van een verkeerde berekening, is het hoger beroep op dit punt ongegrond.

De opzeggingsvergoeding

11. De opzeggingstermijn bij toepassing van artikel 82 § 3 van de arbeidsovereen-komstenwet wordt door de rechter bepaald met inachtneming van de op het tijdstip van de kennisgeving van beëindiging van een overeenkomst bestaande kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden en dit rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd van de werknemer, de uitgeoefende functie en het loon volgens de gegevens eigen aan de zaak (Cass., 8 september 1980, Arr. Cass., 1980-1981, 17; Cass., 17 september 1975, T.S.R. 1976, 14; Cass., 3 februari 1986, JTT 1987, 58; Cass., 4 februari 1991, RW 1990-1991, 1407; Cass. 11 maart 2013, S.12.0088.N, S.12.0099.N, JTT 2013, 272 en S.12.0101.N, JTT 2013, 259).

12. Partijen hebben betwisting over het basisloon, meer bepaald wat betreft de waardering van het privé gebruik van de firmawagen, Mercedes E.

BASF wil dit beperkt zien tot het bedrag van de fiscale aangifte.

Om het loon te bepalen voor de berekening van de opzeggingsvergoeding moet er worden rekening gehouden met de werkelijke waarde van het voordeel in natura, dit zijn de werkelijke kosten die de werknemer zou moeten maken om hetzelfde voordeel te verwerven. Wanneer de werkelijke waarde van het voordeel in natura niet met nauwkeurigheid kan worden vastgesteld, dient de rechter bij zijn begroting de werkelijke waarde zoveel mogelijk trachten te benaderen, rekening houdend met de concrete elementen van de zaak, die van aard zijn om op de waardering van het voordeel invloed uit te oefenen (Cass. 26 september 2005 JTT 2005, 494).

Oordeelkundig heeft de eerste rechter dit voordeel bepaald op euro 500/maand.

Hierdoor komt het globale jaarloon op:

Vast loon euro 32.851,20

Variabel loon euro 20.186,00

Groeps- en andere verzekeringen euro 1.162,80

Privégebruik firmawagen 12 x 500 euro 6.000,00

Maaltijdcheques euro 1.093,12

Totaal euro 61.293,12

13. Rekening houdend met dit jaarloon, de anciënniteit van 2 jaar en 4 maanden, de leeftijd van 42 jaar, de functie van handelsvertegenwoordiger kan de kans van de heer P. om spoedig een gelijkwaardige betrekking te vinden volgens de gegevens eigen aan de zaak worden geraamd op 3 maanden, zodat de heer P. recht had op een opzeggingsvergoeding van euro 61.293,12/12 x 3 maanden = euro 15.323,28.

Er werd euro 14.326,79 betaald, zodat er een saldo blijft van euro 996,46.

Behoudens een correctie omwille van een verkeerde berekening, is het hoger beroep op dit punt ongegrond.

Belgacomfactuur

14. De eerste rechter heeft dit deel van de vordering terecht afgewezen wegens het ontbreken van bewijs dar BASF dit ten laste heeft genomen.

Het dossier met de stukken 1 tot 16 bevat geen stukken die tot een andere conclusie kunnen leiden.

Het incidenteel beroep is op dit punt ongegrond.

De gerechtskosten

15. De gerechtskosten van het hoger beroep komen ten laste van BASF.

Ook na de mogelijkheid om een procedure voor de arbeidsrechtbank veralgemeend in te leiden met een verzoekschrift op tegenspraak, behoudt de eiser de vrijheid om de vordering via dagvaarding aanhangig te maken, zonder dat de hieruit voort-vloeiende meerkost ten zijne laste kan worden gelegd (Art. 704 en 1017 Ger.W.) (Arbh. Gent (afd. Brugge) 13 januari 2011 TGR-TWVR 2011, 106).

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht sprekend op tegenspraak,

Het tussenarrest van 7 juni 2013 verder uitwerkend, verklaart het hoger beroep slechts gedeeltelijk gegrond en het incidenteel beroep ongegrond.

Hervormt het bestreden vonnis wat betreft de begroting van het saldo opzeggingsvergoeding en van de uitwinningsvergoeding en op deze punten opnieuw recht doende,

Veroordeelt de GCV BASF Belgium Coordination Center tot betaling aan de heer P. van:

een saldo opzeggingsvergoeding van euro 996,46

een uitwinningsvergoeding van euro 15.323,28

te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten op het brutobedrag.

Bevestigt het vonnis wat betreft de veroordeling tot de gerechtskosten eerste aanleg en wat betreft de afwijzing van al het overige.

Veroordeelt de GCV BASF Belgium Coordination Center tot betaling van de gerechtskosten van beide aanleggen, deze aan de zijde van de heer P. begroot op

Dagvaarding euro 125,79

Rechsplegingsvergoeding eerste aanleg euro 2.200,00

Rechtsplegingsvergoeding beroep euro 2.200,00

Totaal euro 4.525,79.

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, kamervoorzitter,

Marcel VAN AKEN, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Koen DRIES, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER,

Marcel VAN AKEN, Koen DRIES.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van dinsdag 17 december 2013 door:

Lieven LENAERTS, kamervoorzitter,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Free keywords

  • ARBEIDSOVEREENKOMSTEN.

  • ALGEMENE REGELINGEN.

  • Wet 3 juli 1978, art. 4.

  • Handelsvertegenwoordiger.