- Jugement of September 20, 2013

20/09/2013 - 13.163.A

Case law

Summary

Samenvatting 1

In de overeenkomst tot overdracht van het handelsfonds gesloten tussen beslagene en revindicante is voorzien dat de revindicante het volledige handelsfonds (met inbegrip van de goederen waarop het beslag ligt) overneemt.

Er wordt niet aangetoond dat de voorwaarden voor de eigendomsoverdracht, zoals voorzien in de overeenkomst, zijn vervuld geworden

De revindicante toont niet afdoende naar recht aan dat zij op het ogenblik van het beslag reeds eigenaar is geworden van de goederen die in beslag werden genomen.


Jugement - Integral text

De beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, achtste kamer, wijst volgende beschikking :

A.R. nr. 13/163/A INZAKE :

De nv FOODMAKER, met zetel te 2800 Mechelen, Blarenberglaan 6, met ondernemingsnr. 0844.295.819, eiseres in revindicatie, die als raadsman heeft Mr. Magda Lauwers, advocaat te 2000 Antwerpen, Lange Leemstraat 53,

TEGEN :

1. De nv A.A.S.V., met zetel te 5002 Saint-Servaes, chaussée de Waterloo 316, met ondernemingsnr. 0430.121.358, verweerster in revindicatie - beslagleggend schuldeiser, die als raadslieden heeft Mrs. Béatrice Vandeputte en Gertrude Bogaert, advocaten te 1020 Brussel, Houba-de Strooperlaan 777C,

2. Mr. G. V. D., advocaat, , in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van de nv OCWCO, met zetel te 2800 Mechelen, Blarenberglaan 6, met ondernemingsnr. 0458.296.393, voorheen de nv FOODMAKERS, verweerster in revindicatie - beslagene, die niet verschijnt,

IN AANWEZIGHEID VAN :

1. De STAD ANTWERPEN, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen, beslagleggend schuldeiser, die niet verschijnt,

2. De bvba SMARTWAY, rue de la Basse Hestre 124, 7170 Manage, beslagleggend schuldeiser, die niet verschijnt,

3. De heer J. F, beslagleggend schuldeiser, die niet verschijnt,

De beslagrechter neemt in acht :

- de inleidende dagvaarding van 25.01.2013

- de kennisgeving aan de andere beslagleggers overeenkomstig artikel 1514, lid 3 van het gerechtelijk wetboek bij gerechtsbrief van 01.02.2013

- de beschikking van 05.04.2013 verleend overeenkomstig artikel 747 §2 van het gerechtelijk wetboek

- de conclusie voor de nv FOODMAKER neergelegd ter griffie op 15.07.2013

- de conclusie voor de nv A.A.S.V. neergelegd ter griffie op 29.07.2013

- de voor deze partijen neergelegde stukken.

* * * * *

1. Vooraf

De nv OCWCO, voorheen de nv FOODMAKERS, werd failliet verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Mechelen van 24.06.2013. Mr. G. V. D. werd aangesteld als curator.

Ter zitting van 06.09.2013 legde de raadsman van de nv A.A.S.V. een e-mail van Mr. V. D. van 24.07.2013 neer, waarin deze meldt dat de zaak hem niet bekend is, en dat hij geen enkele reden ziet om een geding te hernemen waarvan elk belang is verdwenen ingevolge faillissement.

2. Aanleiding tot het geschil

De nv OCWCO, toen nog de nv FOODMAKERS, werd bij uitvoerbaar verstekvonnis verleend op 01.04.2011 door de vrederechter van het eerste kanton Namen veroordeeld tot betaling aan de nv A.A.S.V. van onder meer een bedrag van euro 27.000,00 (wederverhuringsvergoe-ding).

Bij exploot van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder G. Wattez loco gerechtsdeurwaarder E. Maes te Mechelen van 18.12.2012 werd uitvoerend beslag gelegd lastens de nv FOODMAKERS voor voormelde hoofdsom, meer intresten en kosten, op volgende goederen (letterlijke overname uit het beslagexploot) :

 een grote partij grijze archiefkasten (hoog + halfhoog model) met volle deuren

 5 kuipzeteltjes in zware simili

 houten salontafeltje met rechthoekig blad

 een partij archiefkasten met lades

 microgolf Brother

 espressomachine Leko

 diepvries Liebherr Comfort

 grote partij kantoormateriaal

 ovale tafel op grijs onderstel met 5 bijhorende stoelen

 partij computerschermen HP

 partij desktops / torenpc's HP met toebehoren

 stereoinstallatie Pioneer

 laptop HP (2x)

 partij stoffen bureaustoelen

 partij grijze bureautafels

 partij bureautafels met MDF / houtlook blad

 bureaustoel in zwarte simili.

De openbare verkoop werd vastgesteld op 26.01.2013.

Bij exploot van 25.01.2013 werd de dagvaarding in revindicatie betekend.

3. Voorwerp van de vordering

De vordering van de nv FOODMAKER, zoals geformuleerd in haar conclusie, strekt er toe bij uitvoerbaar vonnis :

 te zeggen voor recht dat zij de enige en uitsluitende eigenaar is van de roerende goederen waarop uitvoerend beslag werd gelegd op 18.12.2012

 het uitvoerend roerend beslag op te heffen ten aanzien van deze goederen

 te zeggen dat verweerders in revindicatie vrijwillig opheffing dienen te verlenen van het beslag binnen de 24u te rekenen vanaf de betekening van de te vellen beslissing

 te zeggen voor recht dat bij gebreke aan vrijwillige opheffing binnen de gestelde termijn de uitspraak als ambtshalve handlichting zal gelden

 de nv A.A.S.V. te veroordelen tot de kosten van het beslag en van de opheffing, en tot de kosten van het geding, inbegrepen de wettelijke rechtsplegingsvergoeding begroot op euro 1.320,00

 de nv A.A.S.V. te veroordelen om haar een schadevergoeding te betalen, begroot op euro 5.000,00, te vermeerderen met de vergoedende intresten en met de gerechtelijke intresten.

De nv A.A.S.V. besluit tot de ontoelaatbaarheid, minstens ongegrond-heid van de vordering.

Zij verzoekt de nv FOODMAKER bij uitvoerbaar vonnis te veroordelen tot de kosten van het geding, zijnde de "kosten uitvoering vonnis" ten belope van euro 930,46 en de rechtsplegingsvergoeding ten belope van euro 1.320,00.

4. Ontvankelijkheid / toelaatbaarheid

De nv A.A.S.V. besluit in het dispositief van haar conclusie tot de ontoelaatbaarheid van de vordering, maar brengt hiertoe geen enkel middel aan. De beslagrechter gaat er dan ook van uit dat het een loutere stijlformule betreft.

De vordering is tijdig en regelmatig ingesteld, en derhalve ontvankelijk.

5. Beoordeling ten gronde

5.1.

De eiser tot revindicatie die beweert dat de goederen hem in exclusieve eigendom toebehoren op het ogenblik van het beslag, moet het bewijs daarvan leveren. Dit eigendomsbewijs mag geleverd worden door alle middelen van recht, vermoedens inbegrepen.

De beslagrechter beschikt over een ruime appreciatiebevoegdheid om de bewijswaarde en de waarachtigheid van de voorgelegde documenten te beoordelen. Deze stukken dienen in het licht van alle omstandigheden op hun betrouwbaarheid te worden getoetst.

Bij de beoordeling van de eigendomsaanspraken is het beginsel van artikel 2279 van het burgerlijk wetboek essentieel. Uit deze bepaling volgt dat de schuldeisers er mogen van uitgaan dat de roerende lichamelijke goederen in het bezit van hun debiteur deze laatste ook effectief toebehoren en betreffende goederen als hun onderpand mogen beschouwen. Het komt de ware eigenaar toe dit vermoeden te ontkrachten.

5.2.

De nv FOODMAKER zet in conclusie uiteen dat :

 de nv FOODMAKERS bij vonnis van de rechtbank van koophandel van 31.08.2011 een procedure onder de wet continuïteit ondernemingen heeft opgestart met het oog op een collectief akkoord, en dat nieuwe investeerders werden gevonden, die enkel wensten verder te gaan indien dit kaderde binnen een nieuwe vennootschap

 er door de aandeelhouders en de nieuwe investeerders in dit kader gekozen is voor een vrijwillige overdracht van het handelsfonds van de nv FOODMAKERS

 in de overeenkomst tot overdracht van het handelsfonds is voorzien dat nv FOODMAKER het volledige handelsfonds (met inbegrip van de goederen waarop het beslag ligt) overneemt, behoudens de schulden en het handelsfonds van een aantal vestigingen van de nv FOODMAKERS die niet meer rendabel waren

 de stemming over het herstelplan heeft plaatsgevonden op 12.03.2012, en bij vonnis van 19.03.2012 het herstelplan werd gehomologeerd door de rechtbank

 in dit vonnis uitdrukkelijk wordt verwezen naar de overdracht van het handelsfonds in toepassing van artikel 51 WCO

 alle materiële activa die dienstig waren voor de verderzetting van de activiteit zijn overgedragen, met inbegrip van de goederen waarop het beslag werd gelegd, aangezien ze zich bevinden in de hoofdzetel van waaruit alle activiteiten worden bestuurd.

De nv FOODMAKER beroept zich op de overeenkomst van overdracht van het handelsfonds die op 24.03.2012 werd afgesloten tussen haarzelf en de nv FOODMAKERS. Zij stelt dat de effectieve overdracht van de goederen heeft plaatsgevonden op 01.04.2012.

De nv A.A.S.V. betwist zulks, en verwijst hiertoe naar de bepalingen van de overeenkomst tot overdracht betreffende de closing en de eigendomsoverdracht.

Artikel III.1.2 van de overeenkomst stipuleert dat de datum van closing 01.04.2012 is, "of elke datum daaropvolgend waarop alle noodzakelijke formaliteiten zijn vervuld ".

De betalingsmodaliteiten (artikel III.3.2) voorzien onder meer de betaling van euro 500.000,00 cash op datum van closing.

Artikel III.5 bepaalt :

"De eigendomsoverdracht en de levering van alle onderdelen van het handelsfonds gebeuren op datum van closing.",

en artikel III.7 "Acties op datum van closing" :

"1. Voorlegging overdracht van de huurovereenkomsten overeenkom-stig artikel 10-11 handelshuurwet.

2. Ondertekening van de overdracht van verkoper naar koper van het merk en de handelsbenaming 'The Foodmaker' en voorlegging instructie verkoper aan volmachtdrager om de overdracht van het merkrecht op "De Foodmaker" te registreren bij de bevoegde autoriteiten.

3. Voorlegging documenten waaruit blijkt dat de koper voor 31.05.2012 een kapitaalsverhoging door inbreng van natura zal doorvoeren waarna 110 aandelen met een waarde van 1.000 euro per aandeel zal worden toegekend/uitgereikt aan de verkoper.

4. Bewijs dat formaliteiten inzake artikel 442bis WIB en artikel 41 Quinquies aan de wet van 27.06.1969 inzake de sociale zekerheidsbijdrage zijn nageleefd en/of worden nageleefd.

Eventuele schulden blijven onherroepelijk en onvoorwaardelijk ten laste van de verkoper.

5. Ondertekening van documenten

- overdracht contracten nutsvoorzieningen

- overdracht contracten telefoonnummers en internetverbindingen

- overdracht domeinnamen."

De overeenkomst is voorts gesloten onder twee ontbindende voorwaarden, die neergelegd zijn in artikel III.8 :

"1. Huidig overeenkomst wordt gesloten onder ontbindende voorwaarden dat uiterlijk op 31.05.2012 de koper een kapitaalsverhoging heeft doorgevoerd ingevolge een inbreng van natura van het saldo van de goodwill van de verkoper en waarbij aan de verkoper 110 aandelen ter waarde van 1.000 euro per aandeel worden uitgereikt.

2. De koper uiterlijk op 12.11.2013 een bijkomende betaling van 41.000 euro uitvoert ten voordele van de koper omdat de verkoper haar betalingsverplichtingen ten opzichte van de schuldeisers in de opschorting overeenkomstig het herstelplan dat goedgekeurd werd door de schuldeisers en gehomologeerd door de Rechtbank van Koophandel te Mechelen op 19.03.2012 zou kunnen nakomen."

De nv A.A.S.V. doet in conclusie gelden dat niet wordt aangetoond dat de closing heeft plaatsgevonden. Ook wijst zij erop dat geen publicatie van de door te voeren kapitaalsverhoging is gebeurd.

De beslagrechter stelt vast dat de nv FOODMAKER in conclusie niet ingaat op deze argumentatie, en al evenmin aan de hand van stukken aantoont dat de voorwaarden voor de eigendomsoverdracht zijn vervuld geworden.

In de gegeven omstandigheden is de beslagrechter van oordeel dat de revindicante niet afdoende naar recht opzichtens de nv A.A.S.V. aantoont dat zij eigenaar is geworden van de goederen die in beslag werden genomen op het adres van de zetel van de beslagene, waar ook haar eigen zetel is gevestigd.

5.4.

Gelet op hetgeen voorafgaat, wordt besloten tot de ongegrondheid van de revindicatievordering.

Bijgevolg is er geen enkele reden om aan de nv A.A.S.V. een schadevergoeding op te leggen, zoals door de nv FOODMAKER gevorderd.

6. De kosten van het geding

De nv FOODMAKER wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot de gerechtskosten (artikel 1017, lid 1 van het gerechtelijk wetboek).

De gerechtskosten omvatten onder meer de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het gerechtelijk wetboek (artikel 1018, 6° van het gerechtelijk wetboek).

De revindicatievordering is in essentie een niet in geld waardeerbare vordering, waarvoor artikel 3 van het KB van 26.10.2007 (na indexatie) een basisrechtsplegingsvergoeding van euro 1.320,00 vooropstelt. De vordering tot schadevergoeding leidt niet tot een hogere rechtsplegings-vergoeding.

Er is evenwel geen aanleiding tot vereffening van de uitvoerings-kosten (bevel, beslag, aanplakking) waarvan de nv A.A.S.V. opgave doet in conclusie, nu artikel 1024 van het gerechtelijk wetboek hoe dan ook bepaalt dat de kosten van tenuitvoerlegging ten laste komen van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevorderd (zie Cass. 27.02.1995, S.94.134.N, www.cass.be).

BESLISSING VAN DE BESLAGRECHTER :

Deze beschikking wordt uitgesproken op tegenspraak;

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en op de latere aanvullingen en wijzigingen daaraan werden in acht genomen;

De vordering van de nv FOODMAKER is ontvankelijk maar ongegrond, en wordt afgewezen;

De nv FOODMAKER wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, voor haarzelf begroot op euro 335,25 (dagvaardingskosten), voor de nv A.A.S.V. op euro 1.320,00 (rechtsplegingsvergoeding), en voor de overige partijen op nihil;

Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus uitgesproken op twintig september tweeduizend dertien in openbare zitting van de achtste kamer, die samengesteld was uit

Mevrouw N. PEETERS, beslagrechter,

Mevrouw E. VERBINNEN, griffier

E. VERBINNEN N. PEETERS

Free keywords

  • Revindicatievordering

  • overdracht handelsfonds in kader WCO

  • geen bewijs dat voorwaarden vervuld

  • afwijzing