- Jugement of February 3, 2012

03/02/2012 - 12/397/A + 12/398/A

Case law

Summary

Samenvatting 1

Jugement - Integral text

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

33ste kamer - openbare zitting van 03/02/2012

A.R. nr 12/397/A + 12/398/A

Sociale verkiezingen - gegrond Aud. nr

Rép. nr 12/

IN ZAKE :

HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579,

eisende partij, vertegenwoordigd door de heer Stijn DE BEUL, gevolmachtigde afgevaardigde ;

TEGEN

1) DE NV J.S.T. BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 1910 KAMPENHOUT, Oudestraat, 15, met ondernemingsnummer 0417.530.659,

2) J.S.T. Research and Development Belgium ESV, met maatschappelijke zetel te 1910KAMPENHOUT, Oudestraat, 15, met ondernemingsnummer 0417.530.659,

verwerende partij, vertegenwoordigd door Mr Jan SWINNEN, advocaat met kantoor te 2018 ANTWERPEN, Desguinlei, 214 ;

MEDE IN ZAKE

1) HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (A.B.V.V.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat, 42,

2) DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE (A.C.L.V.B.), representatieve werknemersorganisatie met sociale zetel gevestigd te 1070 BRUSSEL, Poincarélaan, 72-74 en met administratieve zetel gevestigd te 9000 GENT, Koning Albertlaan, 95,

3) DE NATIONALE CONFEDERATIE VOOR KADERPERSONEEL (N.C.K.), representatieve organisatie van kaderleden,met zetel gevestigd te 1030 BRUSSEL, Lambermontlaan, 171, bus 4,

betrokken partijen, die niet verschijnen ;

* * *

Gelet op de wet van 15 juni 1935 houdende het gebruik der talen in gerechtszaken ;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek ;

Gelet op de Bedrijfsorganisatiewet van 20 september 1948 en de Welzijnswet van

4 augustus 1996;

Gelet op de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011 ;

Gelet op de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011 ;

Gelet op de oproeping per aangetekend schrijven verstuurd aan de partijen op 11 januari 2012;

Op aanwijzing van eisende partij werden als in het geding betrokken partijen opgeroepen : het ABVV, het ACLVB en de NCK die ter zitting niet verschenen zijn ;

Gehoord de aanwezige partijen ter openbare zitting van 26 januari 2012 waarna de debatten gesloten werden ;

Gehoord de heer Jan GEYSEN, Substituut van de Arbeidsauditeur in zijn mondeling advies waarop partijen niet repliceren en waarna de zaak in beraad genomen werd voor uitspraak uiterlijk op 3 februari 2012;

I. DE PROCEDURE

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 januari 2012

- de conclusie van verweerster van 20 januari 2012

- de conclusie van eiser van 24 januari 2012

- de syntheseconclusie van verweerster van 25 januari 2012

- de bundels van partijen

II. DE VORDERING

In de zaak met AR 12/397/A

Bij verzoekschrift van 11 januari 2012 vordert het ACV :

- de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;

- te zeggen voor recht dat de juridische entiteiten de NV J.S.T. BELGIUM en ESV J.S.T. Research en Development Belgium dienen worden samengevoegd tot één technische bedrijfseenheid voor de organisatie van de sociale verkiezingen (8 mei 2012) voor de aanwijzing van de personeelsafgevaardigden in het comité voor preventie en bescherming op het werk.

- verweerders te veroordelen tot de kosten van het geding.

In de zaak met AR 12/398/A

Bij verzoekschrift van 11 januari 2012 vordert het ACV dat :

- de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;

- te zeggen voor recht dat de juridische entiteiten de NV J.S.T. BELGIUM en ESV J.S.T. Research en Development Belgium dienen worden samengevoegd tot één technische bedrijfseenheid voor de organisatie van sociale verkiezingen (8 mei 2012) voor de aanwijzing van de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad.

- verweerders te veroordelen tot de kosten van het geding.

III. DE SAMENVOEGING

De rechtbank voegt beide zaken samen omdat ze samenhangend zijn (artikel 30 gerechtelijk Wetboek).

IV. DE FEITEN

(1)

Verweersters zetten uiteen :

- dat de JST-groep een Japanse multinational is, die elektrische en elektronische connectoren, en daaraan verwante gereedschappen en machines vervaardigt;

- dat begin 2011 de nv J.S.T. Belgium werd geherstructureerd: de nv J.S.T. Belgium werd gesplitst in twee aparte juridische entiteiten, de nv J.S.T. Belgium en J.S.T. Research and Development Belgium ESV. De design- en ontwikkelingsafdeling van de nv J.S.T. Belgium ( vroeger gekend als "Groep 16") werd afgesplitst en in J.S.T. Research and Development Belgium ESV ondergebracht. Verder werd de productieafdeling van de nv J.S.T. Belgium (stamping, assemblage en vertinning) in april 2011 gesloten. Tot slot werd de opslagruimte in Tessenderlo verkocht, en verhuisde de opslag/logistiek naar de nu vrijgekomen productiehallen van de nv J.S.T. Belgium in Kampenhou;

- dat de nv J.S.T. Belgium sindsdien alleen nog actief is in logistiek/opslag en verkoop.

(2)

In 2011 daalde het personeelsbestand van nv J.S.T. Belgium van 67 naar 43 werknemers. J.S.T. Research and Development Belgium ESV heeft sinds haar oprichting zeven werknemers in dienst die voordien allemaal in dienst waren van de nv J.S.T. Belgium

In 2008 werden bij de nv J.S.T. Belgium sociale verkiezingen gehouden voor de oprichting van een ondernemingsraad en een comité voor preventie en bescherming op het werk (hierna het comité PBW).

De nv J.S.T. Belgium heeft de voorziene datum van de volgende sociale verkiezingen vastgelegd op 8 mei 2012.

Omdat het gemiddeld aantal werknemers in 2011 is gedaald tot minder dan 100 maar meer dan 50, worden enkel sociale verkiezingen voor het comité PBW georganiseerd.

In de mededeling x-60 gaf nv J.S.T. Belgium aan dat de technische bedrijfseenheid wordt beperkt tot nv J.S.T. Belgium en dat de onderzoek- en ontwikkelingsafdeling werd afgesplitst in een aparte rechtspersoon ‘J.S.T. Research and Development Belgium ESV', opgericht op 7 januari 2011, die geen deel uitmaakt van de technische bedrijfseenheid.

In de mededeling x-35 van 4 januari 2012 bevestigde nv J.S.T. Belgium haar beslissing om J.S.T. Research and Development Belgium ESV voor de komende sociale verkiezingen niet te beschouwen als deel van de technische bedrijfseenheid.

V. DE ONTVANKELIJKHEID

Het beroep werd met een geldig verzoekschrift ingeleid binnen de termijn van 7 dagen als bepaald in artikel 3 van de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011.

De vordering is ontvankelijk.

VI. BESPREKING

1) Wat betreft de ondernemingsraad

(1)

Verweersters stellen in conclusies dat de nv J.S.T. Belgium in 2011 gemiddeld minder dan 100 werknemers tewerkstelde, zodat geen verkiezing zal gehouden worden met het oog op de samenstelling van een ondernemingsraad. Deze vordering is daarom zonder voorwerp;

in ondergeschikte orde voeren verweersters hetzelfde als mbt de verkiezing van een CPBW.

Eiseres bevestigt in conclusies dat omwille van de personeelssamenstelling inderdaad geen aparte verkiezingen moeten worden georganiseerd om de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad aan te duiden, maar enkel voor het comité PBW.

Eiseres benadrukt daarbij dat beide organen onafhankelijk van mekaar blijven bestaan en functioneren; dat de werkgever zelfs andere werkgeversafgevaardigden kan aanduiden voor de ondernemingsraad en het comité PBW; dat het wel de personeelsafgevaardigden van het comité PBW zijn die ook de mandaten in de ondernemingsraad zullen opnemen.

Eiseres stelt dat zij daarom de rechtbank verzoekt te horen zeggen voor recht dat de juridische entiteiten, nv J.S.T. Belgium en J.S.T. Research and Development Belgium ESV, dienen te worden samengevoegd tot één technische bedrijfseenheid voor de aanwijzing van de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad.

(2)

Artikel 6, §1 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011 , bepaalt het volgende :

"Er moet een raad worden opgericht in de ondernemingen, die gewoonlijk gemiddeld ten minste honderd werknemers tewerkstellen. Hetzelfde geldt voor de ondernemingen waar bij de vorige verkiezing een raad werd opgericht of had moeten worden opgericht, voor zover zij gewoonlijk gemiddeld ten minste vijftig werknemers tewerkstellen.

In die ondernemingen waar minder dan honderd werknemers worden tewerkgesteld moet evenwel niet worden overgegaan tot de verkiezing van de leden van de raad. Hun mandaat wordt uitgeoefend door de personeelsafgevaardigden verkozen in het comité."

Artikel 86 van dezelfde wet bepaalt het volgende :

" In de ondernemingen die minder dan honderd werknemers tewerkstellen en waar een raad moet worden opgericht, oefenen de personeelsafgevaardigden, verkozen voor het comité het mandaat uit van afgevaardigden voor de raad.

Wanneer deze afgevaardigden overeenkomstig artikel 79 worden vervangen, oefenen hun plaatsvervangers eveneens hun mandaat in de raad uit.

De raad blijft afzonderlijk functioneren volgens de regeling vastgesteld bij artikel 22 van de wet van 20 september 1948".

De partijen bevestigen dat bij de nv J.S.T. Belgium en J.S.T. Research and Development Belgium ESV samen er alleszins gewoonlijk gemiddeld minder dan honderd werknemers tewerkgesteld werden in 2011. Er moet dus wel een ondernemingsraad worden opgericht in 2012. Maar er moet niet worden overgegaan tot de verkiezing van de leden van de raad. Hun mandaat zal worden uitgeoefend door de personeelsafgevaardigden verkozen in het comité.

2) Wat betreft het comité PBW

(1)

De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bepaalt het volgende:

Artikel 49 :

"Comités worden ingesteld in al de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstellen. (...) Onverminderd de bepalingen van artikel 69, dient voor de toepassing van deze afdeling te worden verstaan onder :

1° onderneming : de technische bedrijfseenheid, bepaald in het kader van deze wet op grond van de economische en sociale criteria; in geval van twijfel primeren de sociale criteria (...)"

Artikel 50, § 3.:

" Meerdere juridische entiteiten worden vermoed, tot het tegendeel wordt bewezen, een technische bedrijfseenheid te vormen, indien het bewijs kan worden geleverd :

(1) dat ofwel deze juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep of beheerd worden door eenzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben,

ofwel dat deze juridische entiteiten éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar afgestemd zijn;

(2) en dat er elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten, zoals met name een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

Wanneer het bewijs wordt geleverd van één van de voorwaarden bedoeld in (1) en het bewijs van bepaalde elementen bedoeld in (2), zullen de betrokken juridische entiteiten beschouwd worden als vormend een enkele technische bedrijfseenheid behalve indien de werkgever(s) het bewijs levert(en) dat het personeelsbeheer en -beleid geen sociale criteria aan het licht brengen, kenmerkend voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid in de zin van artikel 49.

Dat vermoeden mag geen weerslag hebben op de continuïteit, de werking en de bevoegdheidssfeer van de nu bestaande organen en mag enkel worden ingeroepen door de werknemers en de organisaties die hen vertegenwoordigen in de zin van artikel 3, § 2, eerste lid."

(2)

De representatieve organisatie of werknemer die zich op het vermoeden wil beroepen, moet dus bewijzen dat alle verschillende betrokken juridische entiteiten zich bevinden in één van de volgende drie gevallen:

• deel uitmaken van éénzelfde economische groep;

• beheerd worden door éénzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben;

• éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar zijn afgestemd.

De representatieve organisatie of werknemer die het wettelijk vermoeden inroept, moet tevens bewijzen dat er meerdere elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen alle verschillende betrokken juridische entiteiten. De wet geeft een niet limitatieve opsomming van deze sociale criteria:

• gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen;

• een gemeenschappelijk personeelsbeheer;

• een gemeenschappelijke personeelsbeleid;

• een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

In de voorbereidende werken bij de wet (het verslag Goutry ,Kamer 1998-'99, stuk 1856/3, 98/99, 12) staat in dat verband:

"de versoepeling van de criteria maken het mogelijk komaf te maken met de fictieve splitsingen van ondernemingen in diverse entiteiten."

(3)

In deze zaak zijn de voorwaarden voor het wettelijk vermoeden vervuld:

Wat betreft de economische criteria:

J.S.T. Research and Development Belgium ESV werd opgericht bij notariële akte van 24 december 2010 (stuk 5 eiseres) als een "economische samenwerkingsverband" (ESV) tussen de Japanse vennootschap JST MFG CO Ltd. Enerzijds en de nv J.S.T. Belgium(stuk 5 eiseres).

Beide verweersters behoren dus tot eenzelfde economische groep, wat zij ook bevestigen in conclusies.

J.S.T. Research and Development Belgium ESV werd opgericht met als uitdrukkelijk doel "de ondersteuning en de ontwikkeling alsook de verbetering en vergroting van de resultaten van de gemeenschappelijke economische bedrijvigheid van zijn leden (...)."

Beide verweersters hebben dus activiteiten die op elkaar zijn afgestemd.

Verder brengt eiseres ook het bewijs aan van nog andere elementen die wijzen op de economische verbondenheid:

- beide verweersters worden geleid door dezelfde persoon, namelijk dhr. Yoshimura. (stuk 6 eiseres, organigrams);

- zij hebben dezelfde maatschappelijke zetel en hetzelfde adres;

- hun namen bevatten dezelfde initialen "JST";

- zij hebben dezelfde personeelsverantwoordelijke ("Human Resources") en verantwoordelijke voor de boekhouding (stuk 6 eiseres, organigrams);

- zij hebben ook dezelfde commissaris-revisor / bedrijfsrevisor (stukken 5 en 12 eiseres).

(4)

Wat betreft de sociale criteria:

Verweersters pogen te weerleggen dat beide juridische entiteiten een enkele technische bedrijfseenheid zijn. Daartoe moeten zij aantonen dat het personeelsbeheer en -beleid geen sociale criteria aan het licht brengen, kenmerkend voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid (artikel 50 §3 van de Welzijnswet).

Verweersters zetten in conclusies uiteen :

- de nv J.S.T. Belgium is sinds 1977 actief in België hoofdzakelijk als productie-eenheid en ook inzake verkoop en opslag/logistiek.

- In 2000 werd binnen de nv J.S.T. Belgium een "Engeneering Center Europe" ("ECE") opgericht, ter algemene ondersteuning van het ganse Europees cliënteel van de hele JST-groep op vlak van engineering. Het ECE was organisatorisch, managementmatig en financieel rechtstreeks afhankelijk van Japan, en de nv J.S.T. Belgium factureerde alle aan het ECE gerelateerde kosten door.

- In 2004 werd via een afsplitsing van het ECE een nieuwe afdeling binnen de nv J.S.T. Belgium opgezet: "Groep 16". ( Binnen de JST-groep bestaan er 18 zogenaamde groepen: Groep 0 t/m Groep 17, waarbij elke groep verantwoordelijk is voor design en ontwikkeling, en technische ondersteuning binnen het haar toegewezen marktsegment. Deze groepen overstijgen lokale, regionale of nationale of juridische structuren); Groep 16 was enkel verantwoordelijk voor design en ontwikkeling en technische ondersteuning van één enkele klant: Siemens VDO Automotive AG wereldwijd.

- De JST-groep ziet erop toe dat engineering afdelingen zoals Groep 16 operationeel, hiërarchisch en financieel onafhankelijk blijven van productie- en verkoopsfaciliteiten, zelfs als ze in dezelfde juridische eenheid met hen worden ondergebracht, om te vermijden dat lokale directies van productiesites of verkoopskantoren "hun" engineering afdeling zouden opdragen om aan hun eigen lokale design- en ontwikkelingsproblematiek voorrang te geven, terwijl dat misschien niet strookt met het beleid op groepsniveau, of nog om te vermijden dat directies van lokale productiesites via "hun" engineeringafdeling zouden trachten projecten naar zich toe te trekken, terwijl de JST-groep mogelijks elders over een geschiktere productiefaciliteit beschikt.

- Voor Groep 16 betekende dit concreet dat ze operationeel en hiërarchisch rapporteerden aan Europese Automotive groepsleider D (verbonden aan de Duitse JST-vestiging in Winterbach), en gefinancierd werden door Japan. Aan Groep 16 werd in de boekhouding van nv J.S.T. Belgium een aparte kostencode (9205) toegewezen waarbij elke kost werd doorgefactureerd aan JST MFG. (stukken 1-2).

- Ook in de organogrammen komt Groep 16 of "design" er vanaf haar oprichting in 2004 steeds op voor, ogenschijnlijk als onderdeel van nv J.S.T. Belgium, maar steeds van de rest van nv J.S.T. Belgium afgescheiden door een stippellijn. (stukken 3.1 t/m 3.21 - organogrammen J.S.T. Belgium).

- In 2010 besliste JST Japan om Groep 16 op te doeken en de financiering ervan stop te zetten. (zie stuk 2 - de doorrekening van de kosten aan Japan stopt op in augustus 2009).

- Zie in dit verband ook het organigram van de nv J.S.T. Belgium dd. 1/2/2010 (stuk 3.8), waar de hoger vermelde stippellijn is verdwenen. De design afdeling werd zij ook organisatorisch, hiërarchisch en financieel geïntegreerd in de nv J.S.T. Belgium.

- Omdat de directies van de JST vestigingen in Frankrijk, Duitsland, UK, Oostenrijk en de USA aandrongen dat er in België toch een engineering center zou behouden blijven heeft Japan dit principe in september 2010 aanvaard, met het proviso dat het engineering center dan ook juridisch volledig onafhankelijk zou zijn van nv J.S.T. Belgium.

- Aldus werd op 24 december 2010 J.S.T. Research and Development Belgium ESV als aparte rechtspersoon opgericht (stuk 4), en werd de Belgische engineering afdeling (design en ontwikkeling en technische ondersteuning van klanten en JST-groep productiesites) daarin ondergebracht. Daar waar "engineering" al jaren operationeel, hiërarchisch en financieel onafhankelijk van nv J.S.T. Belgium had geopereerd, was nu ook de juridische onafhankelijkheid een feit. (stukken 3.10 t/m 3.21 - organogrammen nv J.S.T. Belgium waar Groep 16 niet meer op verschijnt en stukken 5.1 t/m 5.12 - organogrammen J.S.T. Research and Development Belgium ESV).

- Soort bedrijvigheid en geografisch bereik: bij de nv J.S.T. Belgium werd de productie in het voorjaar van 2011 stopgezet en is er enkel nog een verkoopsteam en een afdeling logistiek/opslag; zij is regionaal actief. J.S.T. Research and Development Belgium ESV daarentegen is aktief op het gebied van engineering (design, ontwikkeling, en technische ondersteuning van klanten, en productiesites en verkoopsteams van de JST-groep) en werkt op verzoek van of ten behoeve van productiesites, verkoopsteams en klanten wereldwijd. (zie stuk 4 - oprichtingsakte JRDB).

- Financiering : De nv J.S.T. Belgium is financieel zelfbedruipend ( koopt producten aan in Japan en bij diverse JST-vestigingen wereldwijd, en verkoopt die op de Belgische en Europse markt). S.T. Research and Development Belgium ESV daarentegen levert diensten ter ondersteuning van JST-vestigingen en -klanten wereldwijd, en factureert hiervoor niet. Haar kosten worden integraal gesubsidieerd door Japan a rato van euro 75.000,- per maand. (stuk 6 - service-overeenkomst met Japan) ; zij is hierdoor volledig financieel onafhankelijk van de nv J.S.T. Belgium.

- Het personeel :Design, ontwikkeling en technische ondersteuning vereist een groep van hooggeschoolde, minstens technisch geschoolde of technisch onderlegde werknemers. Onder de 7 werknemers die J.S.T. Research and Development Belgium ESV nu tewerkstelt zijn er dan ook 3 ingenieurs (XXX), en heeft er 1 een graduaat mechanica (...); er is maar 1 arbeidster (...).Bij de nv J.S.T. Belgium (43 werknemers) zijn er 23 arbeider en 20 bedienden, waarvan 6 in de verkoopafdeling. Dit verschil vertaalt zich ook in verschillende rekruteringsmethodes: de nv J.S.T. Belgium zoekt of zocht voor haar productie-, verkoop- of logistiekafdeling, via main-stream rekruteringskanalen (zoals internet, VDAB, de Streekkrant, publicatie van de vacature op de eigen website, ...) (stukken 7.1 en 7.2 - rekrutering JB anders dan voor Groep 16); J.S.T. Research and Development Belgium ESV heeft sinds de afsplitsing (toen zij in toepassing van CAO 32bis al de werknemers die aan die betreffende afdeling van de nv J.S.T. Belgium verbonden waren overnam), geen bijkomende werknemers aangeworven. Maar voor de Groep 16 moest men beroep doen op gespecialiseerde rekruteringsbureaus (stuk 8.1 t/m 8.5). Sinds de oprichting begin 2011, zijn er geen bijkomende personeelstransfers meer geweest in de ene of de andere richting omwille van de verschillende kwalifikatie.

- Verschillende veiligheidsproblematiek : Bij de beoordeling van de vraag of verweersters één enkele dan wel twee afzonderlijke TBE's vormen, primeert het belang van de werknemers, en dan vanuit de specifieke opdracht van een CPBW: veiligheid op de werkvloer. Er zijn weinig of geen raakpunten met de veiligheidsproblematiek. : de nv J.S.T. Belgium was tot april 2011 in de eerste plaats een productiesite, wat een bijzondere veiligheidsproblematiek creëert, die niet onmiddellijk transponeerbaar is naar een design- en ontwikkelingsgroep; mutatis mutandis kan dezelfde overweging gemaakt worden over een TBE die zich bezighoudt met logistiek en verkoop vs. een TBE die bedrijvig is in design en ontwikkeling. Deze laatste staat ver af van de veiligheidsproblematiek die zich situeert rond grote magazijnen waar goederen tot 3 verdiepingen hoog opgestapeld liggen, waar heftrucks rondrijden om die goederen te verplaatsen, en waar die goederen in en uit vrachtwagens geladen worden op laadkaaien. De notulen van de verschillende vergaderingen van het Comité die er geweest zijn sinds de sociale verkiezingen van 2008 (stukken 9.1 t/m 9.8 - notulen comité) geven duidelijk aan waar het zwaartepunt van de veiligheidsproblematiek ligt; in geen enkele van de notulen komt een rechtstreekse verwijzing voor naar Groep 16, J.S.T. Research and Development Belgium ESV of de activiteiten van design, ontwikkeling en technische ondersteuning.

- De grote verschillen tussen beide verweersters verantwoorden ook niet de oprichting van één gezamenlijke ondernemingsraad. Deze geeft adviezen over arbeidsorganisatie en die is verschillend in een onderneming die zich bezig houdt met logistiek en verkoop vs. een onderneming die zich bezighoudt met design en engineering. Het zelfde geldt voor de adviezen over economische kwesties die mogelijk een effect zouden kunnen hebben op werkgelegenheid (totaal andere activiteit; financieel zelfbedruipend vs. gesubsidieerd door Japan). Tenslotte is het personeelsbeleid volledig van elkaar gescheiden zodat het niet nodig is dat de ondernemingsraad van de nv J.S.T. Belgium bevoegd is om te adviseren over het personeelsbeleid van ESV J.S.T. Research and Development Belgium.; sinds de oprichting van ESV J.S.T. Research and Development Belgium heeft de ondernemingsraad geen enkel advies uitgebracht over haar werking.

(5)

De argumenten en stukken van verweersters tonen niet op overtuigende wijze aan dat er geen sprake zou zijn van eenzelfde technische bedrijfseenheid.

In de eerste plaats heeft de afsplitsing van de "design en engineering"- activiteiten in een aparte juridische entiteit ESV J.S.T. Research and Development Belgium, geen enkele wijziging gebracht in de fysieke aanwezigheid van dezelfde gemeenschap van mensen als voordien, verzameld in dezelfde gebouwen, met minstens een gemeenschappelijke toegang, parking en gangen.

De werknemers, die jarenlang in dienst waren van dezelfde werkgever en dus collega's waren, werkzaam in eenzelfde gebouw te Kampenhout, hebben in de praktijk blijkbaar geen enkele wijziging in hun concrete werkorganisatie ondervonden. Zij ontvingen slechts een korte brief van de werkgever met de mededeling dat hun arbeidsovereenkomst werd overgedragen (stuk 4 eiseres).

Verweersters bewijzen alvast niet dat er concreet een verhuizing van ESV J.S.T. Research and Development Belgium wordt voorbereid; de interne email die verweersters neerleggen (stuk 11) bewijst dat alleszins niet.

Ter zitting is gebleken op basis van de stukken (ondermeer het briefhoofd van verweersters) en verweersters hebben dit niet betwist, dat beide verweersters hetzelfde telefoon- en telefaxnummer gebruiken en dus bediend worden door dezelfde telefooncentrale. Verweersters tonen ook helemaal niet aan dat beide vennootschappen afzonderlijke websites zouden hebben.

Verweersters verklaren in conclusies dat zij elk in "hun lokalen" hun eigen prikbord of memobord hebben waar informatie ten behoeve van het personeel wordt aangeplakt en dat de werknemers van de ene vennootschap niet zijn opgenomen in de distributielijst van dienstnota's en/of -circulaires die de andere per e-mail rondstuurt naar haar personeel. Zij leggen in dat verband geen enkel bewijsstuk neer en het blijkt dus ook helemaal niet dat er geen gemeenschappelijke berichten zouden bestaan, wat eerder ongeloofwaardig lijkt rekening met de feitelijke werksituatie (zelfde gebouwen en zelfde personeelsverantwoordelijk en boekhouder, zie hierna).

Verder bewijzen verweersters ook geenszins hun verklaringen in conclusies over aparte "personeelsactiviteiten- en feesten"

Uit de organigrammen blijkt dat beide verweersters dezelfde bedienden vermelden voor de boekhouding (W) en "human resources" (personeelszaken) (Y). Mevrouw Z is sinds 8 november 1999 in dienst van de nv J.S.T. Belgium. Zij werkt deeltijds (24 uur per week).

Het is dus duidelijk dat de ESV J.S.T. Research and Development Belgium zondermeer beroep doet op personeel van de nv J.S.T. Belgium, waarbij verweersters zelfs niet aantonen dat er enige formele afspraken in dat verband (over kosten, werktijd e.d.) werden gemaakt.

Belangrijker nog is de vaststelling dat het personeel van beide entiteiten , zoals reeds jarenlang het geval was, dezelfde personen als aanspreekpunt heeft voor alle personeelszaken (sinds 1999) en boekhoudkundige vragen.

In een bijlage bij de arbeidsovereenkomst van mevrouw Z van 9 januari 2009 (stuk 16 verweersters) blijkt dat zij met volgende taken is belast:

1) Verantwoordelijkheden en taken :

- personeelsadministratie

- vacature verwerking

- coördinatie en opvolgen van personeelsevaluatie en trainingen

- secretariaat

2) Contact

Intern :

- met de algemeen directeur

- met de afdelingsmanagers, supervisors en coördinators

- met alle medewerkers op gebied van personeelsproblematiek en administratie

- vakbondsafgevaardigden

Extern :

- met het sociaal secretariaat voor loonadministratie

- met interim-kantoren

- met sollicitanten

- met overheidsinstanties i.v.m. sociale wetgeving

- met verzekeringsmaatschappijen

- met interbedrijfkundige dienst

Dit wijst duidelijk op een gemeenschappelijk personeelsbeheer en verweersters tonen alleszins niet aan dat dit niet het geval is doordat de overeenkomsten inzake loopbaanvermindering en ouderschapsverlof door de respectievelijke "general manager" (algemeen directeur) van beide verweersters werd ondertekend (stukken 17 en 18 verweersters). Dergelijke overeenkomsten moeten ondertekend worden door de werkgever.

Uit geen enkel stuk blijkt echter dat deze beide heren zich daadwerkelijk inlaten met het dagdagelijks personeelsbeheer. Integendeel blijkt ook dat de beide overeenkomsten hetzelfde typemodel volgen. Overigens verdeelt een van hen (de heer R) zijn werk tussen Kampenhout en het Verenigd Koninkrijk, zoals werd toegelicht ter zitting.

Er is dus een gemeenschappelijke organisatie van het personeelsbeheer zonder dat blijkt dat er een verschillend personeelsbeleid zou zijn. Dit gegeven, samen met het feit dat het volledige personeel van het ESV J.S.T. Research and Development Belgium werd overgenomen van de nv J.S.T. Belgium, met toepassing van CAO 32 bis, heeft dan ook nog eens tot gevolg en kan verklaren dat met hetzelfde sociaal secretariaat wordt gewerkt, dezelfde voordelen (b.v. maaltijdcheques) worden toegekend en dat nog steeds hetzelfde arbeidsregelement bestaat en de werkgever alleszins geen aanstalten heeft gemaakt om een ontwerp van arbeidsregelement voor ESV J.S.T. Research and Development Belgium te maken en voor te leggen aan de ondernemingsraad. Al deze elementen zijn van die aard dat zij bij de betrokken werknemers het gevoel versterken dat zij tot eenzelfde gemeenschap blijven behoren.

(6)

De uitgebreide uiteenzetting in de conclusies van verweersters (samengevat hierboven) over de verschillen tussen de activiteiten van nv J.S.T. Belgium en deze van ESV J.S.T. Research and Development Belgium, doen geen afbreuk aan de eenheid op basis van sociale criteria.

Het is overigens juist eigen aan ondernemingen die tot een internationale groep behoren, dat bepaalde afdelingen ondersteunende diensten aan de hele groep leveren en dat deze (deels) onder de leiding kunnen staan van personen op een hoger niveau in de groep, die verbonden zijn aan andere vestigingen. Bij verweersters blijkt alvast dat de design en engineering-afdeling van ESV J.S.T. Research and Development Belgium ook diensten levert aan nv J.S.T. Belgium, die haar overigens mee heeft opgericht. Bovendien blijkt uit het organigram van de nv J.S.T. Belgium dat deze zelf ook een research-afdeling heeft, waarbij verweersters alleszins niet aantonen dat deze dienst niet samenwerkt met ESV J.S.T. Research and Development Belgium. Het feit dat in deze laatste afdeling enkele ingenieurs werken met een hogere opleiding dan de overige werknemers is eigen aan vele ondernemingen en belet niet dat het gaat om een gemeenschap.

Verder blijkt dat ook bij nv J.S.T. Belgium, naast de arbeiders, 20 bedienden werken, in hetzelfde gebouw als de bedienden van ESV J.S.T. Research and Development Belgium.

Voor deze beide groepen zijn er dus meerdere problemen op het vlak van organisatie, preventie en bescherming op het werk waarvan het aangewezen is om deze gemeenschappelijk te behandelen in de overlegorganen. Het is overigens opmerkelijk dat in de verslagen van de ondernemingsraad en het comité alleszins geen aparte vermelding is geweest van de agendapunten naargelang het de werknemers van de ene of de andere entiteit zou aanbelangen.

Verweersters leveren niet het bewijs dat het personeelsbeleid en -beheer geen sociale criteria aan het licht brengen die kenmerkend zijn voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid.

Op basis van het wettelijk vermoeden en op basis van de hierboven uiteengezette elementen dienen beide verweersters als één technische bedrijfseenheid te worden beschouwd. Voor de oprichting van de ondernemingsraad en het comité PBW.

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK

Gehoord de heer Jan GEYSEN, Substituut van de Arbeidsauditeur, in zijn andersluidend mondeling advies ter zitting van 26 januari 2012 ;

Voegt de zaken met Algemeen Rol nummer 12/397/A en 12/398/A samen wegens samenhang ;

Verklaart de vordering van eisende partij in de volgende mate gegrond:

Zegt voor recht dat de juridische entiteiten de NV "J.S.T. Belgium" en het ESV" J.S.T. Research and Development Belgium" één technische bedrijfseenheid vormen voor de oprichting van een ondernemingsraad en van een comité voor preventie en bescherming op het werk, met dien verstande dat op 8 mei 2012 enkel moet worden overgegaan tot de verkiezing van de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Verwijst verwerende partijen in de kosten tot op heden niet begroot ;

Aldus gevonnist door de drieëndertigste kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden :

Mevrouw Carla CORBISIER, rechter,

Mijnheer Luc PROESMANS, rechter in sociale zaken, werkgever

Mijnheer Jean DE KEYZER, rechter in sociale zaken, bediende

En uitgesproken ter openbare zitting van

waar aanwezig waren

Mevrouw Carla CORBISIER , rechter

bijgestaan in de uitspraak door Mevrouw Sabine DE BRUYCKER, griffier - Hoofd van Dienst

De Griffier-Hoofd van Dienst , De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter,

S. DE BRUYCKER J. DE KEYZER & L. PROESMANS C. CORBISIER

Free keywords

  • SOCIALE VERKIEZINGEN

  • TECHNISCHE BEDRIJFSEENHEID