Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer: Advies van 9 Mei 1994 (België). RG 16/94

Date :
09-05-1994
Language :
French Dutch
Size :
3 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-19940509-4
Role number :
16/94

Summary :

Samenvatting 1

Avis :

Add the document to a folder () to start annotating it.
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
Gelet op de Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, inzonderheid artikel 29;
Gelet op de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, inzonderheid artikel 5;
Gelet op de adviesaanvraag geformuleerd door de Vice-Eerste Minister en Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven, dd. 18 october 1993;
Gelet op de uitleg, verstrekt op de zitting van 22 maart 1994 door een afvaardiging van Belgacom;
Gelet op het verslag van de de heer ...X...;
Brengt op 9 mei 1994 hiernavolgend advies uit :
I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG :
De vraag betreft een ontwerp van koninklijk besluit tot toegang van BELGACOM tot het Rijksregister van de natuurlijke personen.
Belgacom vraagt de toegang tot:
a/ de informatiegegevens die opgesomd zijn onder 1° tot 9°, voor het beheer van het personeel van Belgacom.
b/ de informatiegegevens die opgesomd zijn onder 1° tot 8°, wat de betrekkingen van Belgacom met haar kliënten betreft.
II. ONDERZOEK
A. WETTELIJKE BASIS TOT TOEGANG
1. De aanvraag tot advies is gesteund op artikel 5, tweede lid van de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen ( hierna, de wet van 8 augustus 1983 ).
De vraag is derhalve of Belgacom beantwoordt aan het begrip : instelling van Belgisch recht die opdrachten van algemeen belang vervult.
Het artikel 58 van de Wet van 21 maart 1991 onder TITEL II, Hervorming van de Regie van telegraaf en telefonie, bepaalt de opdrachten van openbare dienst :
" de opdrachten van openbare dienst van Belgacom bestaan, in de terbeschikkingstelling voor het publiek van de openbare telecommunicatie bedoeld in artikel 82 van deze wet, evenals de taken van sociale of humanitaire aard die inzake de openbare telecommunicatie moeten verwezenlijkt, worden zoals ze in het beheerscontract zijn omschreven. " Derhalve is Belgacom, ook na de Wet van 21 Maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, te beschouwen als instelling van Belgisch recht die opdrachten van algemeen belang vervult.
2. Echter, zoals bevestigd door de afvaardiging van Belgacom op de zitting van 22 maart 1994, vervult Belgacom naast deze opdrachten van openbare dienst heel wat andere diensten, de zgn. commerciële diensten (o.a. niet gereserveerde diensten, art. 87 e.v.; eindapparaten, art.93 e.v. ).
De uitbating van niet-gereserveerde diensten is vrij. De terbeschikkingstelling enz. van eindapparaten is in principe eveneens vrij.
Om misbruiken te voorkomen, die kunnen voortspruiten uit haar monopoliepositie inzake openbare diensten, heeft de Wetgever maatregelen getroffen ter vrijwaring van de eerlijke mededinging inzake de zgn. commerciële diensten.
Het art. 109 van voornoemde wet bepaalt overigens dat Belgacom zijn boekhouding zodanig dient te organiseren dat de exploitatieresultaten voortvloeiend uit de openbare telecommunicatie gescheiden dienen te blijven van deze voortvloeiend uit andere activiteiten.
3. Het recht van toegang tot het Rijksregister kan alleen een wettelijke basis vinden voor de opdrachten van openbare dienst, en niet voor de andere activiteiten.
In het verslag aan de Koning bij het aan de Commissie voorgelegde ontwerp van besluit staat nochtans :
" Zowel de opdrachten van openbare dienst als de industriële of commerciële context kunnen worden weerhouden om het gebruik door Belgacom te wettigen van de moderne technologische middelen die door de Staat zelf werden uitgewerkt en ter beschikking gesteld van zijn administratie...;"
Daarmee kan de Commissie het duidelijk niet eens zijn: het recht van toegang vindt enkel een wettelijke grondslag voor de openbare dienst (art. 5 tweede lid van de Wet van 8 augustus 1983).
Indien Belgacom bijvoorbeeld eindapparatuur verkoopt en toegang verkrijgt tot het Rijksregister voor de organisatie van de betalingsdienst (wanbetalingen), dan zou dit ten aanzien van de commerciële bedrijven (die geen toegang hebben tot het Rijksregister) neerkomen op een niet te verantwoorden ongelijke behandeling.
De toegang tot het Rijksregister kan dus niet verleend worden "met het oog op het vervullen van taken die bij of krachtens de wet aan Belgacom zijn toevertrouwd", zoals in het ontwerp wordt bepaald. Essentieel is dat de toegang beperkt zou worden enkel tot het vervullen van de bij of krachtens de wet verleende opdrachten van openbare dienst.
Vanzelfsprekend betekent het voorgaande dat ook in feite de nodige maatregelen genomen moeten worden opdat de toegang tot het Rijksregister slechts het vervullen van de opdrachten van openbare dienst ten goede zou komen. De Commissie heeft echter niet de verzekering gekregen dat daartoe het nodige gedaan zou worden, met name op het vlak van de facturatie.
Bij gebrek aan waarborgen, zowel van juridische als van organisatorische aard, in verband met de scheiding tussen de opdrachten van openbare dienst en de andere taken van Belgacom, moet de Commissie over het voorgelegde ontwerp een ongunstig advies uitbrengen.
In ondergeschikte orde worden hierna nog enkele opmerkingen gemaakt.
B. VERANTWOORDING VAN DE TOEGANG
1. Uit de op 22 maart 94 verstrekte uitleg blijkt dat de toegang tot het Rijksregister enkel wordt gevraagd voor de dienst wanbetalingen van Belgacom.
Er wordt gesteld dat Belgacom jaarlijks 25.000.000 facturen uitstuurt. Zelfs indien minder dan 1% onbetaald blijft, betekent zulks nog altijd zeer veel administratief werk.
Het komt aannemelijk voor dat gegevensverzamelingen m.b.t. dergelijk groot debiteurenbestand de aanwending van moderne hulpmiddelen vergt. Principiëel kan de toegang tot het Rijksregister voor facturatie in verband met de openbare diensten van Belgacom worden toegestaan.
2. De toegang tot de informatiegegevens van het Rijksregister wordt gevraagd voor :
a/ de betrekkingen met de klanten (informatiegegevens 1° tot 8°).
Op de vergadering van 22 maart 94 werd toegelicht, waarom, inzake de betrekkingen met de klanten, voor elk van de gegevens toegang wordt gevraagd.
De Commissie is niet overtuigd van de noodzaak van toegang tot de gegevens nationaliteit en beroep. Dit laatste element zou overigens discriminatoire behandeling in de hand kunnen werken.
b/ personeelsbeheer (gegevens 1° tot en met 9°).
Noch uit de schriftelijke nota's, noch uit de uitleg ter zitting van 22 maart 1994 is gebleken waarom de toegang tot het Rijksregister nodig zou zijn voor het beheer van het personeel van Belgacom.
De Commissie moet er derhalve van uitgaan dat er voor het recht van toegang, in zoverre het betrekking heeft op het personeelsbeheer, geen verantwoording voorhanden is.
C. AANDUIDING VAN DE TITULARISSEN DER MACHTIGING
Het ontwerp van koninklijk besluit bepaalt dat de toegang tot de informatie is voorbehouden aan:
1. leden van het directiecomité;
2. de door hen aangewezen personeelsleden.
De omschrijving onder 2. is veel te vaag.
Bij herhaling werd door de Raadgevende Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aangenomen dat de personen waaraan de toegang tot het Rijksregister is verleend uitdrukkelijk en beperkend worden aangeduid en dat de aanwijzing van de personen moet gebeuren op basis van de functies die zij uitoefenen( zie Raadgevende Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, Vijf jaar werking van de Commissie, 1989, blz. 14).
De Commissie heeft zich bij die opvatting aangesloten.
In overeenstemming met voorheen gegeven adviezen, stelt de Commissie dat de leden van het directiecomité enkel kunnen delegeren aan personen omwille van hun functie en binnen de limieten van hun respectieve bevoegdheden en op voorwaarde dat deze personen een graad bekleden gelijkwaardig aan het niveau 1 van de Rijksambtenaren.
De aanduiding van deze personen moet bovendien nominatief en schriftelijk gebeuren. De lijst der gemachtigde personen dient jaarlijks aan de Commissie te worden meegedeeld.
OM DEZE REDENEN
brengt de Commissie een ongunstig advies uit.