Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer: Beslissing van 21 Oktober 1992 (België). RG 05/92

Date :
21-10-1992
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19921021-1
Role number :
05/92

Summary

Samenvatting 1

Decision

Select some text to highlight or annotate sections of the document
De Commissie,
Gelet op de klacht op datum van 28 mei 1992, en door de Commissie ontvangen op 2 juni 1992 van de Heer X,
Heeft de volgende beslissing genomen :
De klager stelt vast dat zijn pas meerderjarig geworden zoon wordt overstelpt met publicitaire folders van onderwijsinstellingen. Hij trekt hieruit de conclusie dat deze instellingen van de meerderjarigheid van zijn zoon enkel op de hoogte konden zijn gebracht via listings verstrekt ofwel door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, ofwel door een politieke partij (kiezerslijsten), ofwel, door het Ministerie van Onderwijs (lijsten leerplichtcontrole). Verder maakte hij ook gewag van de mogelijkheid om na het verstrekken van de geboortedatum, de naam en de voornaam van een burger met een telex bij het Rijksregister verdere informatie over deze burger te verkrijgen.
De verslaggever, die met betrekking tot deze zaak door de Commissie werd aangeduid ondervroeg schriftelijk de indiener van de klacht, teneinde over meer concrete stukken te beschikken.
Tengevolge hiervan werd de verslaggever in het bezit gesteld van meerdere folders. Op basis van het op deze folders vermelde adreslabel werden dan ook al deze onderwijsinstellingen aangeschreven met als doel inlichtingen te bekomen over de wijze waarop de diverse onderwijsinstellingen in kennis worden gesteld van de naam en het adres van de leerlingen in het laatste jaar van het secundair onderwijs.
Op basis van de door de scholen verstrekte gegevens werd de Heer X door de verslaggever schriftelijk in kennis gesteld van de algemeen gangbare praktijk dat ieder jaar de instellingen die secundair onderwijs organiseren, door de instellingen van hoger onderwijs worden aangeschreven met het verzoek de naam en het adres van de laatstejaarsstudenten mede te delen, teneinde hen bij te staan bij hun studiekeuze en hen in te lichten over de diverse studiemogelijkheden na het hoger secundair onderwijs.
Verder werd de klager schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat de Commissie, tenzij er binnen de 15 dagen nieuwe bewijzen werden aangebracht die de inbreuk op de wet van 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen voldoende zouden kunnen rechtvaardigen, genoodzaakt zal zijn zich in casu onbevoegd te verklaren. Geen nieuwe bewijsstukken werden (binnen deze termijn) aangebracht.
Bovendien vallen voormelde feiten niet binnen het toepassingsgebied van de wetten die de bevoegdheid van de Commissie beperken, zijnde :
1. het koninklijk besluit Nr. 141 van 30 december 1982 tot oprichting van een databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector (B.S., 13 januari 1983);
2. de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen (B.S., 21 april 1984);
3. de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid (B.S., 22 februari 1990);
4. de wet van 18 juli 1990 tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, geco|rdineerd op 16 maart 1968 en van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen (B.S., 8 november 1990);
5. de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet (B.S., 9 juli 1991).
OM DEZE REDENEN,
Gelet op artikel 92 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
Gelet op de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen,
De Commissie,
Verklaart de klacht onontvankelijk,
Beveelt dat deze beslissing wordt betekend aan de klager, de Heer X.