Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 11 Maart 1999 (België). RG 1049/452

Date :
11-03-1999
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19990311-1
Role number :
1049/452

Summary :

Samenvatting 1

Decision :

Add the document to a folder () to start annotating it.
De Commissie nam kennis van de stukken, onder meer van :
- de beslissing van de Commissie van 24 april 1997 waarbij aan verzoeker een hulp werd toegekend van 1.490.000 frank;
- het verzoekschrift van 9 maart 1998, neergelegd op het secretariaat op 11 maart 1998, waarbij de verzoeker de toekenning heeft gevraagd van een aanvullende hulp van 1.875.000 frank voor morele schade en 750.000 frank voor esthetische schade;
Bij beslissing van de Commissie van 24 april 1997 werd aan verzoeker reeds een hoofdhulp van 1.490.000 frank toegekend. Bij deze beslissing werd o.m.
rekening gehouden met het deskundigenverslag van Dr. ...H.. . van 4 april 1996 waarbij een blijvende werkongeschiktheid van minimaal 67 % tot 75 % werd weerhouden.
Volgens artikel 37 van de wet van 1 augustus 1985 kan om een aanvullende hulp verzocht worden indien "na de toekenning van de hulp het nadeel kennelijk is toegenomen".
Uit het verslag van Dr. ...H... van de Gerechtelijk Geneeskundige Dienst van 1 september 1998 blijkt een blijvende werkongeschiktheid van 75 %, na consolidatie. Waar door Dr. ...H... het dragen van een beenprothese nog in het vooruitzicht werd gesteld, wordt door het laatste verslag die mogelijkheid zo goed als uitgesloten. Dit veroorzaakt eveneens een verhoging van de esthetische schade van verzoeker en bijgevolg ook van zijn morele schade.
Rekening houdend met de toegenomen schade van verzoeker, zijn financiële situatie en de omstandigheden waarin de feiten zijn gebeurd, oordeelt de Commissie dat in billijkheid een aanvullende hulp van 500.000 frank kan worden toegekend aan verzoeker.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 van de wet van 1 augustus 1985, gewijzigd bij de wetten 17 en 18 februari 1997, en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk,
Kent de verzoeker een aanvullende hulp toe van 500.000 frank.