Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 11 Mei 2004 (België). RG M3167;2965

Date :
11-05-2004
Language :
Dutch
Size :
2 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-20040511-8
Role number :
M3167;2965

Summary :

Samenvatting 1

Decision :

Add the document to a folder () to start annotating it.
(...)
I. Feiten
Op 31 januari 2001 was verzoekster 's avonds op bezoek bij haar ouders te .... Plotseling stampten haar broers met veel kabaal de voordeur van de woning in en vernielden de huisraad.
Verzoekster, die toen acht maanden zwanger was, werd door haar broer Jurgen hardhandig aangepakt, geschopt en geslagen. Verzoekster vluchtte naar buiten en Jurgen liep haar achterna. Hij gaf haar een duw en zij viel op haar knieën.
II. Vervolging
Op 14 november 2001 stelde verzoekster zich burgerlijke partij voor de Correctionele Rechtbank te ...
Bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 9 september 2002 werd H. Jurgen bevat volgende passage: "Eerste beklaagde heeft duidelijk een amorele en gevaarlijke ingesteldheid, gezien de concrete omstandigheden waarbij o.a. zijn vader en zijn zuster zwaar werden mishandeld. Eerste beklaagde werd in het verleden reeds herhaaldelijk veroordeeld o.a. wegens zware gewelddaden t.o.v. zijn ouders. Dergelijke handelingen en gedragingen zijn absoluut niet tolereerbaar. Een passende zware effectieve bestraffing dringt zich op".
De dader werd bij verstek veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar en tot een geldboete.
Op burgerrechtelijk gebied werd hij veroordeeld om aan verzoekster
Euro 9.765, 04 ten definitieve titel en Euro 1 ten provisionele titel te betalen.
Het arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 17 april 2003 bevestigde het bestreden vonnis behalve wat de uitvoeringsmodaliteit van de opgelegde hoofdgevangenisstraf betreft. Er werd uitstel van tenuivoerlegging verleend voor de uitgesproken hoofdgevangenisstraf van twee jaar gedurende een termijn van vijf jaar, behalve wat betreft drie maanden hoofdgevangenisstraf die effectief zijn.
Tegen dit arrest werd geen beroep in cassatie aangetekend.
III. Schadeloosstelling
Uit de brief van gerechtsdeurwaarder van S. d.d. 10 oktober 2002 blijkt dat er geen mogelijkheden voorhanden zijn tot succesvolle uitvoering.
De Poperingse Verzekering heeft in uitvoering van de waarborg insolventie derden een bedrag van Euro 3.594,46 gestort.
In uitvoering van de polis rechtsbijstand heeft dezelfde maatschappij een bijkomend bedrag van Euro 1.488,70 betaald aan verzoekster (voertuigschade Euro 1.385,95 + Euro 76,60 vergoedende intresten + Euro 26,05 gerechtelijke intresten).
In totaal heeft de Poperingse Verzekering dus een bedrag van Euro 3.594,46 + Euro 1.488,70 =
Euro 5.083,16 betaald aan verzoekster.
IV. Medische gevolgen
Ten gevolge van de agressie liep verzoekster letsels op aan de rug en de linker knie.
Er is een restletsel aan de linkerknie met een blijvende invaliditeit van 3 %.
V. Aanvankelijke begroting van de schade
- Schade wagen: Euro 1.385,95
- Tijdelijke invaliditeit:
xMorele schade:
100 % van 31/07/01 tot 31/08/01: 32 dagen aan Euro 24,79: Euro 793,28
15 % van 01/09/01 tot 30/01/02: 152 dagen aan Euro 3,71: Euro 563,92
xMateriële schade:
100 % van 31/07/01tot 31/08/01: 32 dagen aan Euro 24,79: Euro 793,28
15 % van 01/09/01 tot 30/01/02: 152 dagen aan Euro 3,71: Euro 563,92
- Blijvende invaliditeit
3 %: vermengd materiële en morele schade: 1.859,20 per punt: Euro 5.577,60
- Medische kosten
Vervanging kniestuk: Euro 13,34
Vervanging kniestuk: voorbehoud
- Procedurekosten
xafschrift strafdossier: Euro 34,95
betekeningskosten gerechtsdeurwaarder: Euro 164,60
Euro 9.890,84
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
De Commissie is van oordeel dat het gevraagde kan worden toegekend, uiteraard onder aftrok van hetgeen reeds ontvangen werd via de verzekeringen, nu de feiten voor het slachtoffer bijzonder pijnlijk moeten zijn geweest. Niet alleen was zij zwanger op het ogenblik van de feiten maar bovendien werd zij door eigen familieleden zeer hardhandig aangepakt, wat toch een bijkomende morele schade verantwoordt.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 14 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986.
Verklaart het verzoek ontvankelijk.
Kent de verzoekster een hulp toe van Euro 4.911.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 11 mei 2004.