Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 17 April 2009 (België). RG M80671/6132
- Section :
- Case law
- Source :
- Justel N-20090417-6
- Role number :
- M80671/6132
Summary :
Samenvatting 1
Decision :
(...)
I. Feiten
Uit de stukken blijkt dat op 10 november 2005 omstreeks 19.30u Etienne X., echtgenoot van verzoekster, met geweld in zijn tuin overmeesterd wordt door twee mannen en zijn woning wordt binnengeduwd, alwaar ook zijn dochter Ilse aanwezig is. Beide daders zijn gewapend. Er wordt een pistool tegen het voorhoofd van Etienne X. gehouden en hij wordt vastgebonden aan de spijlen van een zetel met handboeien. Eén van de daders voert een gesprek met de dochter.
Bij thuiskomst (omstreeks 21.00u) wordt Rita Y. (verzoekster) gedwongen om met één van de daders naar het postkantoor te Sleidinge, alwaar ze tewerkgesteld is, te gaan. De inhoud van een kluis en een geldkoffer worden meegenomen (sleutels en reserve sleutels vonden de daders bij haar thuis) en ze keren terug naar de woning van het gezin. Alvorens ze gebruik maken van de auto van het gezin om naar de vluchtauto te gaan, maken de daders de telefoontoestellen onklaar en sluiten moeder en dochter in een berging op.
II. Vervolging
II-1. Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 9 oktober 2006 werd Werner Z. veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van zes jaar en acht maanden en werd Thomas W. veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van zes jaar o.m. wegens:
A. Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden.
Gijzeling te hebben gepleegd door Y. Rita, X. Etienne en X. Ilse te hebben aangehouden, gevangen gehouden of ontvoerd om deze borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of een voorwarde, onder meer een misdaad of een wanbedrijf voor te bereiden of te vergemakkelijken, de vlucht, ontvluchting van de daders van een misdaad of wanbedrijf of hun medeplichtigen in de hand te werken, hun vrijlating te bekomen of ze hun straf te doen ontgaan, meerbepaald om het misdrijf omschreven onder de tenlastelegging B te vergemakkelijken
Te ... op 10.11.2005
B. Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden.
Door middel van geweld of bedreiging, hiernavermelde zaken, die hen niet toebehoorden bedrieglijk weggenomen te hebben.
Met de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd onder twee van de in artikel 471 vermelde omstandigheden, namelijk met de omstandigheid dat:
- het misdrijf gepleegd werd bij nacht
- het misdrijf gepleegd werd door twee of meer personen
en met de omstandigheid dat wapens of op wapens gelijkende voorwerpen werden gebruikt of getoond, of de schuldige deed geloven dat hij gewapend was
de schuldige om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren gebruik maakte van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig dat verkregen is door een misdaad of een wanbedrijf
nl - 500 Euro
- personenwagen Renault
- sleutels postkantoor te ...
tnv Y. Rita, X. Etienne en X. Ilse ...
De beslissing kreeg kracht van gewijsde.
Op burgerlijk gebied werden Werner Z. en Thomas W. hoofdelijk veroordeeld tot de som van 3.000 euro provisioneel. Er werd een deskundige aangesteld met als opdracht Rita Y. verder te onderzoeken en de zaak werd uitgesteld voor verdere behandeling op burgerrechtelijk gebied.
II-2. Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 26 mei 2008 werden Werner Z. en Thomas W. op burgerlijk vlak hoofdelijk veroordeeld tot het betalen aan verzoekster van 32.133,59 euro te vermeerderen met de intresten.
1. Materiële schade euro 4.193,59
Kaspremie euro 4,56 x 30 werkdagen = euro 136,80
Kasvergoeding euro 3,32 x 69 dagen x index 140,02% = euro 320,76
Kasvergoeding euro 3,32 x 90 dagen x index 140,02% = euro 418,38
Kasvergoeding euro 3,32 x 84dagen x index 140,02% = euro 390,49
Maaltijdcheques euro 4,91 x 30 werkdagen = euro 147,30
69 maaltijdcheques euro 4,91 x 69 werkdagen = euro 338,79
90 maaltijdcheques euro 4,91 x 90 werkdagen = euro 441,90
84 maaltijdcheques euro 4,91 x 84 werkdagen = euro 412,44
premie commercieel attaché euro 5,71 x 30 werkdagen = euro 171,30
vergoeding commercieel attaché euro 401,91
vergoeding commercieel attaché euro 524,23
vergoeding commercieel attaché euro 489,29
2. Administratiekosten: forfait euro 125,00
3. Verplaatsingskosten euro 200,00
Consultaties en onderzoeken bij allerlei psychiaters en psychologen
(ex aequo et bono)
4. Morele schade (TAO en BAO)
TAO 100% van 10.11.05 t/m 31.12.05 of 51 dagen à euro 25 per dag euro 11.990,00
30% van 1.01.06 t/m 31.07.06 of 212 dagen à euro 7,5 per dag
100% van 1.08.06 t/m 31.05.07 of 304 dagen à euro 25 per dag
50% van 1.06.07 t/m 30.09.07 of 122 dagen à euro 12,50 per dag
BAO 25% blijvende arbeidsongeschiktheid (op consolidatiedatum heeft euro 15.625,00
verzoeker de leeftijd van 51 jaar) - 687,50 per punt = 687,50 x 25
(+ de intresten sedert consolidatiedatum op 01.10.07 à 7%)
5. Provisie: bij tussenvonnis werd een provisioneel bedrag van euro 3000 toegekend en er werd door de daders nog maar euro 620 door beide beklaagden te samen in schijven afbetaald.
TOTAAL euro 32.133,59
Meer de intresten
III. Financiële middelen en schadeloosstelling
III-1. Meester Vermassen, raadsman van Z., meldt dat zijn cliënt in de gevangenis verblijft en slechts beperkte afbetalingen kan verrichten à rato van 25 euro per maand. Informatie over W. ontbreekt.
Beide daders samen betaalden tussen maart 2007 en juni 2008 euro 566,00.
III-2. De familie Y.-X. beschikt niet over een familiale polis of een polis rechtsbijstand.
IV. Medische Gevolgen
Dr. Johan Baeke, de door de rechtbank aangestelde deskundige, kwam tot de volgende conclusie:
Als rechtstreeks gevolg van de litigieuze gebeurtenissen heeft Y. Rita een posttraumatische stressstoornis ontwikkeld, die hierboven beschreven wordt;
De posttraumatische stressstoornis kende een bijzonder verloop: na een kortdurende acute stoornis was er een schijnbaar gunstige periode, waarin Y. Rita, mits inspanningen, behoorlijk kon werken; een tussenkomst van een van de daders triggerde evenwel de volledige PTSS-pathologie, vermengd met een reactieve depressie;
Niettegenstaande de PTSS-pathologie, die in de zomer van 2006 losbarstte, kennelijk uitgelokt werd door de tussenkomst van één van de dader, moet uiteraard de hele symptomatologie toegeschreven worden aan de litigieuze feiten van 10.11.2005;
Er trad in de loop van 2007 een verbetering op, die resulteerde in een blijvend psychisch litteken, dat bestaat uit restsymptomen van PTSS.
Y. Rita werd verwezen naar een systeemtherapeut, bij wie een reguliere psychotherapie opgezet werd; deze psychotherapie is nuttig en nodig en moet ook na consolidatie doorgezet worden; de huidige frequentie van de zittingen (éénmaal per maand) vinden we gering en zou, naar onze mening, beter opgetrokken worden tot veertiendaags; we voorzien dat deze therapie zeker nog één jaar moet aanhouden;
We stellen de tijdelijke arbeidsongeschiktheid als volgt vast:
100% van 10.11.05 t/m 31.12.05
30% van 01.01.06 t/m 31.07.06
100% van 01.08.06 t/m 31.05.07
50% van 01.06.07 t/m 30.09.07
consolidatie op 01.10.07 en een blijvende invaliditeit van 25%.
V. Begroting van de schade door de verzoekster
De verzoekster begroot haar schade conform het vonnis meer de intresten.
De arbeidsongevallenverzekeraar (ETHIAS) betaalde haar loon en medische kosten terug, maar niet de premies, maaltijdcheques, en de vergoeding commercieel attaché.
De schade die door De Post (Risk Management) werd terugbetaald, met name vernielde deur van de woning, twee stukgemaakte telefoons en euro 500 die door de daders werd vervreemd, is evenmin opgenomen in de toegekende schadevergoeding.
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de daders zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1 van de wet van 1 augustus 1985. Intresten zijn niet opgenomen in deze limitatieve opsomming en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding. Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Deze zienswijze van de Commissie werd trouwens bevestigd door het arrest nr. 165.787 d.d. 12 december 2006 van de Raad van State.
Wat de schadeposten ‘premies, kasvergoedingen, maaltijdcheques, vergoeding commercieel attaché' betreft, dient te worden opgemerkt dat
- indien deze schadeposten als materiële schade beschouwd worden, artikel 32, § 1, 7°, van de wet van 1 augustus 1985 juncto artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 december 1986 enerzijds de materiële kosten tot euro 1.250,00 beperkt en anderzijds dat overeenkomstig de constante rechtspraak van de Commissie de materiële kosten in rechtstreeks verband dienen te staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet, hetgeen niet het geval is in onderliggend dossier;
- indien deze schadeposten als inkomstenverlies in de zin van artikel 32, § 1, 4°, van de wet zouden beschouwd worden, volgens de vaste rechtspraak van de Commissie premies, welke afhangen van prestaties die niet werden verricht door de verzoekster, niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking komen.
Rekening houdende enerzijds met de ernst en de aard van de feiten, en met de door de verzoekster geleden schade zoals zij blijkt uit het neergelegde dossier en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en met de beperkte betalingen door de daders, meent de Commissie aan de verzoekster naar billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.
Tot slot meent de Commissie de aandacht van de verzoekster erop te moeten vestigen dat uit samenlezing van artikel 32 (in casu § 1) van de wet van 1 augustus 1985, dat de bestanddelen van de schade opsomt waarvoor de toekenning van een hulp verleend kan worden, én van artikel 33, § 1 van de wet volgens hetwelk het bedrag van de hulp naar billijkheid bepaald wordt, volgt dat de Commissie, nadat zij vastgesteld heeft dat aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan, een financiële hulp kan toekennen voor een lager bedrag dan dat van de werkelijk geleden schade, zoals die is vastgesteld door de hoven en rechtbanken.
VII. Begroting van de hulp door de Commissie
De Commissie meent de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op 27.000 euro.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van 27.000 euro.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 april 2009.
De secretaris a.i., De voorzitter,
I. VAN GORP P. DE SMET