Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 18 November 2008 (België). RG M60564/4815
- Section :
- Case law
- Source :
- Justel N-20081118-26
- Role number :
- M60564/4815
Summary :
Samenvatting 1
Decision :
COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS ------
A.R. M60564 B.R. 4815 Beslissing van 18 november 2008
De Vijfde Kamer van de Commissie, samengesteld uit:
mevrouw D. DESMET, voorzitter,
de heer M. SWINNEN en mevrouw A.M. VERSCHUEREN, leden,
bijgestaan door de heer G. VAN DEN ABBEELE, secretaris a.i.,
spreekt de volgende beslissing uit in de zaak van:
de heer Marnix X.
geboren op ../../1967
De Commissie nam kennis van de stukken, onder meer van:
(...)
- de beslissing van de Vijfde kamer van de Commissie d.d. 29 augustus 2006, waarbij aan verzoeker een noodhulp werd toegekend van euro 1.272;
*
* *
I. Feiten
Toen verzoeker op 26 januari 2006 omstreeks 2.30 uur 's nachts te voet op weg was naar Hotel M... te ..., waar hij werkt, werd hij, zonder enige aanleiding, door een onbekende fietser (man) in de rechterarm geschoten.
II. Vervolging
Verzoeker diende op 26 januari 2006 klacht in bij de Politie ... wegens "poging tot doodslag zonder verdere specificaties". Hij verkreeg ook de hoedanigheid van benadeelde persoon en stelde zich op 24 maart 2006 burgerlijke partij in handen van onderzoeksrechter Mahieu te ....
De dader van de feiten kon niet geïdentificeerd worden, waarna de onderzoeksrechter, na twee jaar onderzoek, het dossier afsloot. Op 12 juni 2008 werd onderzoeksrechter Mahieu door de Raadkamer ontlast van verder onderzoek.
III. Gevolgen van de feiten voor verzoeker
Verzoeker werd overgebracht naar het S...ziekenhuis te ..., waar men vaststelde dat een kogel in de arm was binnengedrongen, een zenuw had geraakt en in het bot was blijven steken. Er was tevens een fractuur van de ellepijp.
Na één dag werd verzoeker overgebracht naar het Sint-Jozefziekenhuis in ..., waar hij één week verbleef. Daar werd de kogel uit de arm verwijderd en werd een bout in de arm geplaatst.
Nadien kreeg verzoeker 60 beurten kinesitherapie.
Verzoeker was geruime tijd werkzoekend. Hij hervatte op 13 november 2006 het werk in een beschutte werkplaats.
Verzoeker werd, op diens vraag, door de Gerechtelijk-geneeskundige dienst medisch onderzocht teneinde de lichamelijke schade vast te stellen.
In zijn verslag d.d. 25 januari 2007 kwam de G.G.D. tot het besluit dat nog niet tot consolidatie kon worden overgegaan en dat een nieuw onderzoek diende te gebeuren in de zomer van 2007.
Na een nieuw medisch onderzoek van verzoeker op 24 september 2007, legde de G.G.D. zijn definitief verslag neer. Hieruit blijken de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit = tijdelijke arbeidsongeschiktheid:
100 % van 26.01.06 t.e.m. 01.07.06
30 % van 02.07.06 t.e.m. 31.07.06
20 % van 01.08.06 t.e.m. 31.08.06
10 % van 01.09.06 t.e.m. 12.11.06
Er is consolidatie op 13 november 2006, met een blijvende invaliditeit van 7 % en een blijvende arbeidsongeschiktheid van 5 %.
De esthetische schade bedraagt 2 op de schaal van 7.
Er wordt voorbehoud gemaakt voor de verwijdering van het osteosynthesemateriaal t.h.v. de rechter ellepijp.
IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling
KBC, de verzekeraar lichamelijke ongevallen van verzoeker, deelde in haar schrijven d.d. 23 mei 2006 mee dat de medische kosten niet verzekerd zijn. Er is alleen een vergoeding verzekerd in geval van blijvende invaliditeit. Deze beloopt euro 4.556,26 (zie schrijven KBC d.d. 19 augustus 2008).
Aangezien de dader onbekend bleef, kan de geleden schade niet op hem verhaald worden.
Het onbekend blijven van de dader was voor de verzekering reden om niet tussen te komen. KBC komt op basis van de waarborg insolventie in de polis rechtsbijstand slechts tussen wanneer "de persoon die voor uw schade burgerrechtelijk aansprakelijk is, insolvabel is." (artikel 3 a).
Bij beslissing van de Vijfde kamer van de Commissie d.d. 29 augustus 2006 werd aan verzoeker een noodhulp toegekend van euro 1.272 ter dekking van de medische en aanverwante kosten.
V. Begroting van de schade door verzoeker
Op basis van de bevindingen van de G.G.D. en rekening houdend met de tussenkomst van KBC wordt de schade als volgt begroot:
- TAO moreel: euro 4.541,50
hospitalisatie van 26.01.06 t.e.m. 03.02.06 : 9 d. x euro 31 = euro 279,00
100 % van 04.02.06 t.e.m. 01.07.06 : 148 d. x euro 25 = euro 3.700,00
30 % van 02.07.06 t.e.m. 31.07.06 : 30 d. x euro 7,50 = euro 225,00
20 % van 01.08.06 t.e.m. 31.08.06 : 31 d. x euro 5 = euro 155,00
10 % van 01.09.06 t.e.m. 12.11.06 : 73 d. x euro 2,50 = euro 182,50
- blijvende invaliditeit moreel: euro 5.687,50
7 % x euro 1.625 per punt / 2
- BAO materieel: euro 4.062,50
5 % x euro 1.625 per punt / 2
- esthetische schade (2/7): euro 1.500,00
subtotaal: euro 15.791,50
tussenkomst KBC: - euro 4.556,26
Totaal: euro 11.235,24
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.
Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden is voldaan.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.
Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven uiteengezet, meent de Commissie dat aan verzoeker een hulp kan worden toegekend zoals hierna bepaald.
VII. Begroting van de hulp door de Commissie
De hulp kan in billijkheid begroot worden op euro 10.000.
*
* *
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en 27 december 2004, en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent de verzoeker een hulp toe van euro 10.000.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 november 2008.
De secretaris, De voorzitter,
G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET