Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 22 Mei 2008 (België). RG M60039/4533
- Section :
- Case law
- Source :
- Justel N-20080522-16
- Role number :
- M60039/4533
Summary :
Samenvatting 1
Decision :
I. Feiten
Verzoekster werd te ... slachtoffer van opzettelijke slagen en verwondingen toegebracht door haar echtgenoot, Dimitri Z. . Zij was met hem verwikkeld in een echtscheiding.
Toen verzoekster op 15 november 2004 de kinderen bij de pleegmoeder kwam ophalen, stond Dimitri Z. haar op te wachten. Terwijl zij door wegenwerken in de file stond, werd zij door haar echtgenoot aangevallen in haar auto.
Dimitri Z. probeerde verzoekster te wurgen. Hij diende echter zijn poging te staken toen de pleegmoeder de deur van de wagen opentrok.
Daarna vluchtte verzoekster de straat op en werd opnieuw door Dimitri Z. gegrepen. Hij begon haar te slaan en te schoppen in het aangezicht.
II. Vervolging
- Op 29 november 2004 stelde verzoekster zich burgerlijke partij bij de onderzoeksrechter.
- Bij beschikking van de Raadkamer d.d. 11 april 2005 werd de strafvordering vervallen verklaard door het overlijden van de dader († op ../../2004).
III. Beoordeling door de Commissie
De dader was op het ogenblik van de feiten gehuwd met verzoekster. Hij is inmiddels overleden.
De Commissie stelt de vraag in hoeverre verzoekster beroep kan doen op de nalatenschap van de dader. Werd de nalatenschap van Dimitri Z. verworpen? Indien niet, dan dient verzoekster een burgerlijke procedure in te spannen.
De behandeling van deze zaak voor de Commissie dient inmiddels verdaagd te worden.
*
* *
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 17 en 18 februari 1997, en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk, doch vraagt, vooraleer ten gronde te beslissen, dat verzoekster eerst pogingen zou ondernemen om haar schade te verhalen op de nalatenschap van de dader, dan wel zou aantonen dat er geen actief was.
Verwijst de zaak naar de bijzondere rol.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 22 mei 2008.
De secretaris a.i., De voorzitter,
M. STEYAERT P. DRAULANS