Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 23 Augustus 2007 (België). RG M61283/5229

Date :
23-08-2007
Language :
Dutch
Size :
2 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-20070823-1
Role number :
M61283/5229

Summary :

Samenvatting 1

Decision :

Add the document to a folder () to start annotating it.

I. Feiten

Uit de stukken blijkt dat de broer van Anita X. tijdelijk bij het gezin inwoonde. Wanneer hij babysitte sloeg hij de kinderen met stokken, maakte hen bang met maskers en verplichtte hen te kijken naar sadistische videofilms.

II. Vervolging

Bij vonnis d.d. 15 maart 2001 van de correctionele rechtbank te ... werd Jean Pierre X. voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en geldboete van 20.000 BEF:

- Verkrachting op kind dat geen volle tien jaar oud was (Tiffany, Tatjana, Jurgen - tussen 15 september en 26 oktober 2000)

- Aanranding van de eerbaarheid op kind jonger dan zestien jaar waarover men toezicht had (Tiffany, Tatjana, Jurgen - tussen 15 september en 26 oktober 2000)

- Opzettelijke slagen en verwondingen (Tiffany, Tatjana, Jurgen en Jeroen - tussen 15 september en 26 oktober 2000)

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan de burgerlijke partijen een provisie van één frank te betalen en werd een gerechtsdeskundige aangesteld.

Op 22 februari 2005 legde de deskundige, Dr. Dillen, zijn verslag neer waarna de verzoekers overgingen tot een rechtstreekse dagvaarding.

Bij vonnis d.d. 21 oktober 2005 werd X. bij verstek veroordeeld om aan verzoekers qualitate qua volgende schadevergoeding meer de intresten te betalen:

provisioneel euro 7.500

voorbehoud voor toekomstige geneeskundige zorgen en medicatie

Bij vonnis op verzet d.d. 12 mei 2006 werd dit vonnis bevestigd en werd X. bijkomend veroordeeld tot het betalen van de kosten van het deskundig onderzoek ( euro 1.950) en van de rechtstreekse dagvaarding ( euro 187,75).

III. Medische gevolgen

Dr. Dillen komt tot volgende conclusie:

"6.5.3. Duur en graad van de tijdelijke werkonbekwaamheid

De feiten hebben nooit aanleiding tot schoolverzuim gegeven. Er was wel een zekere weerslag op het school functioneren. Er diende ook een ambulante behandeling gestart in het APPCKA rond juni 2004. Het is bijgevolg nog niet mogelijk tot consolidatie over te gaan gezien de nog lopende behandeling en de erg jonge leeftijd van betrokkene. Een tijdelijke invaliditeit en werkonbekwaamheid kan tot huidig onderzoek wel weerhouden worden waarbij vooral de angsten op de voorgrond staan. Deze tijdelijke invaliditeit en werkonbekwaamheid wordt geraamd op 12%, met een identieke verdeling 1/3 feiten en 2/3 vooraf bestaande toestand. Zij dient terug gezien te worden teneinde consolidatie te kunnen nagaan ten vroegste vanaf de leftijd van 12 jaar.

...

8. Besluit

Op grond van de beschikbare gegevens kan gesteld worden dat letsels bij W. Tiffany:

de opgelopen fysische en psychische gevolgen:

veralgemeende angststoornis, met post traumatische stress kenmerken

de duur en de graad van de tijdelijk en bestendige werkonbekwaamheid:

tijdelijke werkonbekwaamheid en tijdelijke invaliditeit (TWO en TI) ten gevolge de feiten 04% van de feiten tot datum van het laatste onderzoek 06.11.2003

Gezien de jonge leeftijd kan nog niet tot consolidatie overgegaan worden. Dit kan ten vroegste gebeuren vanaf de leeftijd van 12 jaar.

IV. Begroting van de schade door de verzoekers qualitate qua

De verzoekers qualitate qua begroten de schade als volgt:

T.W.O. euro 15.000

Voorbehoud toekomstige medische kosten

Intresten

Totaal euro 19.809,86

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1 van de wet van 1 augustus 1985. Intresten zijn niet opgenomen in deze limitatieve opsomming en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding. Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Deze zienswijze van de Commissie werd trouwens bevestigd door het arrest nr. 165.787 d.d. 12 december 2006 van de Raad van State. De Commissie is wel van oordeel dat de tussenkomst van de verzekeringsmaatschappij ten voordele van Tiffany bij voorrang dient te worden aangewend om de intresten aan te zuiveren.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten, met het feit dat de dader een familielid in opgaande lijn van de minderjarige is en met de door de minderjarige daardoor op jonge leeftijd geleden schade, zoals dit blijkt uit het neergelegde dossier (inzonderheid uit het verslag van Dr. Dillen) en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekers qualitate qua voor de geleden schade naar billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

De Commissie meent ook de aandacht van verzoekers te moeten vestigen op artikel 37 van de wet dat toelaat een aanvullende hulp aan te vragen wanneer, binnen een periode van 10 jaar na de toekenning van de hulp, het nadeel kennelijk zou toenemen.

VI. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op euro 15.000,00. Dit bedrag dient gestort te worden op een spaarboekje op naam van de minderjarige, voorzien van de gebruikelijke clausule van onbeschikbaarheid.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 15.000,00.

Zegt dat deze som zal geplaatst worden op een spaarboekje te openen op naam van de minderjarige Tiffany W. en dat hoofdsom en intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan haar meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 23 augustus 2007.

De secretaris a.i., De voorzitter,

P. VERHOEVEN C. DELESIE.