Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 26 Oktober 2004 (België). RG M3673;3206
- Section :
- Case law
- Source :
- Justel N-20041026-24
- Role number :
- M3673;3206
Summary :
Samenvatting 1
Decision :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
(...)
I. Feiten
Uit de stukken blijkt dat verzoeker op 7 januari 1998 te ... het slachtoffer werd van opzettelijke slagen en verwondingen naar aanleiding van een caféruzie.
II. Vervolging
V. werd bij arrest van 23 januari 2003 van het Hof van beroep te ... veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar met uitstel en tot een geldboete. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan verzoeker de som van Euro 13.594,22 te betalen, te vermeerderen met de intresten. Dit arrest is in kracht van gewijsde getreden.
III. Schadeloosstelling door de dader en financiële situatie van de verzoeker
Uit een brief van gerechtsdeurwaarder H. d.d. 19 maart 2003 blijkt dat de dader geen werkloosheidsuitkeringen ontvangt. Hij bezit ook geen onroerende goederen. Hij is woonachtig bij zijn zoon.
Uit het schrijven van de verzekeringsmaatschappij "Providis" d.d. 1 april 2003 blijkt uit de polis rechtsbijstandsverzekering dat verzoeker over een clausule "insolventie derden" beschikt zodat er een tussenkomst voorzien wordt van
Euro 6.197,34.
IV. Medische gevolgen
Uit het deskundig verslag van Dokter V. d.d. 8 november 2001 blijkt dat verzoeker een slag kreeg op het rechteroog. De tijdelijke arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 100 % vanaf 7 januari 1998 tot en met 31 december 1998.
Er dient geen degressiviteir aangenomen te worden.
Dokter V. stelde een totaal gezichtverlies vast met blijvende invaliditeit van 33 %. Er is verlies van dieptezicht.
Consolidatiedatum: 1 januari 1999.
Verzoeker werd reeds vijf maal geopereerd doch zonder gunstig resultaat.
Hij is een gepensioneerde samenwonende man zonder kinderlast.
V. Begroting van de schade door de verzoeker
- morele schade: Euro 9.072,90
- esthetische schade: Euro 620,00
- tijdelijke invaliditeit: 3.240,00
- blijvende invaliditeit: Euro 14.537,37
- fysiek lijden: Euro 3.876,63
- medische kosten: Euro 723,53
- materiële kosten: Euro 495,79
- materiële kosten: Euro 62,00
Euro 32.628,22
- betaling door de verzekeraars: - Euro 6.197,34
Euro 26.430,08
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Bij lezing van het arrest blijkt duidelijk dat de in het verzoekschrift vermelde schadepost "tijdelijke invaliditeit" in werkelijkheid betrekking heeft op "verlies economische waarde huisman"; deze post is evenwel niet opgenomen in de limitatieve opsomming van artikel
32 ,§ 1 van de wet, zodat hiervoor geen hulp kan toegekend worden.
Rekening houdend met de ernst van de feiten en de schade zoals zij blijkt uit het dossier meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen.
VII. Begroting van de hulp door de Commissie
De hulp kan in billijkheid begroot worden op Euro 23.190.
x
x x
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 14 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986.
Verklaart het verzoek ontvankelijk.
Kent de verzoeker een hulp toe van Euro 23.190.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 oktober 2004.
I. Feiten
Uit de stukken blijkt dat verzoeker op 7 januari 1998 te ... het slachtoffer werd van opzettelijke slagen en verwondingen naar aanleiding van een caféruzie.
II. Vervolging
V. werd bij arrest van 23 januari 2003 van het Hof van beroep te ... veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar met uitstel en tot een geldboete. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan verzoeker de som van Euro 13.594,22 te betalen, te vermeerderen met de intresten. Dit arrest is in kracht van gewijsde getreden.
III. Schadeloosstelling door de dader en financiële situatie van de verzoeker
Uit een brief van gerechtsdeurwaarder H. d.d. 19 maart 2003 blijkt dat de dader geen werkloosheidsuitkeringen ontvangt. Hij bezit ook geen onroerende goederen. Hij is woonachtig bij zijn zoon.
Uit het schrijven van de verzekeringsmaatschappij "Providis" d.d. 1 april 2003 blijkt uit de polis rechtsbijstandsverzekering dat verzoeker over een clausule "insolventie derden" beschikt zodat er een tussenkomst voorzien wordt van
Euro 6.197,34.
IV. Medische gevolgen
Uit het deskundig verslag van Dokter V. d.d. 8 november 2001 blijkt dat verzoeker een slag kreeg op het rechteroog. De tijdelijke arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 100 % vanaf 7 januari 1998 tot en met 31 december 1998.
Er dient geen degressiviteir aangenomen te worden.
Dokter V. stelde een totaal gezichtverlies vast met blijvende invaliditeit van 33 %. Er is verlies van dieptezicht.
Consolidatiedatum: 1 januari 1999.
Verzoeker werd reeds vijf maal geopereerd doch zonder gunstig resultaat.
Hij is een gepensioneerde samenwonende man zonder kinderlast.
V. Begroting van de schade door de verzoeker
- morele schade: Euro 9.072,90
- esthetische schade: Euro 620,00
- tijdelijke invaliditeit: 3.240,00
- blijvende invaliditeit: Euro 14.537,37
- fysiek lijden: Euro 3.876,63
- medische kosten: Euro 723,53
- materiële kosten: Euro 495,79
- materiële kosten: Euro 62,00
Euro 32.628,22
- betaling door de verzekeraars: - Euro 6.197,34
Euro 26.430,08
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Bij lezing van het arrest blijkt duidelijk dat de in het verzoekschrift vermelde schadepost "tijdelijke invaliditeit" in werkelijkheid betrekking heeft op "verlies economische waarde huisman"; deze post is evenwel niet opgenomen in de limitatieve opsomming van artikel
32 ,§ 1 van de wet, zodat hiervoor geen hulp kan toegekend worden.
Rekening houdend met de ernst van de feiten en de schade zoals zij blijkt uit het dossier meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen.
VII. Begroting van de hulp door de Commissie
De hulp kan in billijkheid begroot worden op Euro 23.190.
x
x x
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 14 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986.
Verklaart het verzoek ontvankelijk.
Kent de verzoeker een hulp toe van Euro 23.190.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 oktober 2004.