Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 30 Maart 2006 (België). RG M426/2432

Date :
30-03-2006
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-20060330-15
Role number :
M426/2432

Summary :

Samenvatting 1

Decision :

Add the document to a folder () to start annotating it.

I. Feiten

Raphaël Y. (° ../../1995), de zoon van verzoekers, werd het slachtoffer van seksueel misbruik gepleegd door de heer Z..

In het vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 28 april 2003 lezen we: "De feiten ten aanzien van Y. Raphaël (° ../../1995) gepleegd, beperken zich tot het éénmalig vertonen van een pornografisch boekje aan het toen bijna vijf jaar oude kind. Op het kind zelf werden geen feiten gepleegd."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 28 april 2003 werd de heer Z. wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zeven jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 125 aan elk van beide verzoekers in eigen naam en van euro 250 aan verzoekers q.q. Raphaël, beide bedragen vermeerderd met de intresten.

Blijkens een attest van de griffie bekwam voornoemd vonnis kracht van gewijsde.

III. Gevolgen voor het slachtoffer

In zijn deskundig verslag besloot Dr. Wieme tot lichte traumatische reacties kort na de feiten, die geleidelijk wegebden.

De raadsman van verzoekers deelt mee dat het slachtoffer geen langdurige medische of therapeutische behandeling dient te ondergaan ten gevolge van de op hem gepleegde feiten.

IV. Schadeloosstelling

De kansen op verhaal tegenover de dader zijn miniem. In zijn schrijven d.d. 16 mei 2003 deelde de raadsman van de dader mede dat zijn cliënt niet over enig vermogen noch over enig inkomen beschikt (gelet op zijn gevangenschap).

V. Begroting van de schade door de verzoekers

Conform het vonnis d.d. 28 april 2003 vragen verzoekers, voor de morele schade, om de toekenning van een financiële hulp van euro 125 aan elk van hen beiden in eigen naam en van euro 250 q.q. Raphaël.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Artikel 33, § 2, van de wet van 1 augustus 1985 luidt als volgt : "De hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62 000 euro."

Door verzoekers wordt een hulp gevraagd van euro 125 aan elk van beiden in eigen naam en van euro 250 q.q. hun zoon Raphaël.

Deze bedragen liggen beneden het wettelijk toekenbare minimum van euro 500.

In die omstandigheden dient het verzoek als ongegrond te worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en 27 december 2004, en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 30 maart 2006.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE