Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 5 Augustus 1999 (België). RG 98055/679

Date :
05-08-1999
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19990805-17
Role number :
98055/679

Summary :

Samenvatting 1

Decision :

Add the document to a folder () to start annotating it.
(...)
Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... van 25 juni 1997, werd ...Z... veroordeeld voor doodslag op de persoon van zijn en verzoeksters zoontje Toby.
Verzoekster stelde zich burgerlijke partij en de dader werd veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 817.788 frank.
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 32 en 33 van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
In concreto houdt de Commissie rekening met de bijzonder dramatische omstandigheden waarin de feiten zich hebben voorgedaan en met de familiedrama's die daardoor veroorzaakt werden, met alle blijvende gevolgen voor de toekomst.
Wat de eigen situatie van de verzoekster betreft blijkt dat zij als stikster een maandelijks inkomen heeft van 33.000 frank. Hiervan gaat 10.000 frank per maand naar de huishuur, water, electriciteit en verwarming.
Een hulp van 500.000 frank voor morele schade evenals 75.000 frank als tussenkomst in de begrafeniskosten, medische en andere materiële kosten komt gerechtvaardigd voor.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 van de wet van 1 augustus 1985,zoals gewijzigd door de wetten van 17 en 18 februari 1997 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk,
Kent de verzoekster een hulp toe van 575.000 frank.