Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 5 Mei 1994 (België). RG 480197

Date :
05-05-1994
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19940505-3
Role number :
480197

Summary :

(Uit de stukken blijkt dat de genaamde C. bij vonnis van de correctionele rechtbank te Ieper van ... 1992 veroordeeld werd onder meer wegens het toebrengen van slagen of verwondingen aan de verzoeker in de uitoefening van zijn bediening als rijkswachter. De feiten gebeurden te Ieper op 13 augustus 1991. Aan de verzoeker, die zich burgerlijke partij had gesteld, werd een voorlopig schadevergoeding toegekend van 66.583 frank (medische kosten, weddeverlies en morele schade tijdelijke werkonbekwaamheid). Bij vonnis van diezelfde rechtbank van ... 1993 werd aan de verzoeker nog een bijkomende vergoeding toegekend van 100.000 frank voor blijvende invaliditeit van 2 %. Het verzoek is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Uit de bekomen inlichtingen mag aanvaard worden dat de kansen op een gedwongen tenuitvoerlegging van de tussengekomen vonnissen op civielrechtelijk vlak nagenoeg onbestaande zijn. Luidens de bepalingen van artikel 32 van de wet van 1 augustus 1985 bestaat het nadeel waarvoor een hulp van de Staat door het slachtoffer kan worden gevraagd, uitsluitend in een verlies of vermindering van inkomsten, een tijdelijke of permanente invaliditeit alsook de medische- en ziekenhuiskosten. Uit de aard zelf van de "hulp" wordt de volledige vergoeding door de Staat van het door het slachtoffer geleden nadeel niet gewaarborgd. Een hulp van de Staat wordt verder in billijkheid bepaald (artikel 33, alinéa 1 van de wet). De Commissie is aldus niet gebonden door de beslissing van de rechtbank. De feiten gebeurden tijdens de uitoefening van de dienst. De verzoeker heft geen eigenlijk inkomenverlies geleden. Intresten en gerechtskosten in de breedste zin komen niet in aanmerking voor een hulp van de Staat. In het onderhavig geval blijft er een niet vergoed supplement medische kosten van 2.654 frank, alsook de morele schade tijdens de tijdelijke werkongeschiktheid en de schade wegens blijvende werkongeschiktheid. De Commissie is van oordeel dat, alle omstandigheden in acht genomen, door die werkongeschiktheid zowel tijdelijke als bestendige, een hulp van 60.000 frank mag toegekend worden. Rekening houdend met de voorschriften van artikel 33, alinéa 2 van de wet bedraagt de hulp in haar geheel 52.654 frank. OP DIE GRONDEN, De Commissie, Gelet op de artikelen 17 alinéa 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 van de wet van 1 augustus 1985 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986, Verklaart het verzoek ontvankelijk, Kent aan de verzoeker een hulp toe van 52.654 frank.)

Decision :

The full and consolidated version of this text is not available.