Grondwettelijk Hof (Arbitragehof): Arrest van 10 Juni 1993 (België). RG 426

Date :
10-06-1993
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19930610-1
Role number :
426

Summary :

het Hof zegt voor recht : Artikel 1 van het decreet van het Waalse Gewest van 17 juli 1985 en artikel 2 van het decreet van het Waalse Gewest van 26 november 1987 schenden de artikelen 6 en 6bis van de Grondwet niet in zoverre zij, in het Waalse Gewest, respectievelijk de in artikel 145 van het Boswetboek op drie of zes maanden vastgestelde verjaringstermijn op één jaar brengen en de bij artikel 165 van het Boswetboek op 5 en 2 frank vastgestelde geldboeten op 20 en 10 frank brengen. (I. Onderwerp. Bij een vonnis van 28 januari 1991, overgezonden bij brief van 24 juli 1992 die op 27 juli 1992 op de griffie van het Hof is ontvangen, heeft de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dinant, zitting houdende in correctionel zaken, aan het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld : " Zijn artikel 1 van het decreet van 17 juli 1985 van de Waalse Executieve volgens hetwelk " de strafvordering in boszaken verjaart door verloop van één jaar te rekenen van de dag waarop de overtreding is vastgesteld " en artikel 2 van het decreet van 26 november 1987 van de Waalse Executieve, volgens hetwelk " hij die zonder wettige redenen in een bos buiten gewone wegen wordt aangetroffen met een hakmes, aks, bijl, zaag of ander soortgelijk gereedschap, wordt veroordeeld tot een geldboete van vijf frank. Indien de overtreder geen gereedschap bij zich heeft, kan hij naargelang van de omstandigheden worden veroordeeld tot een geldboete van twee frank; wordt het feit vastgesteld in het bos van een privaat persoon, dan heeft de vervolging alleen plaats op klacht van de eigenaar ", in strijd met artikel 6 en/of artikel 6bis van de Grondwet, in zoverre, ten opzichte van het Boswetboek, enerzijds, de verjaringstermijn van de strafvordering wordt verlengd en, anderzijds, de bestraffing van het feit in een bos te worden aangetroffen buiten gewone wegen, strenger is? " In zijn beschikking van ingereedheidbrenging van 21 april 1993 heeft het Hof de prejudiciële vraag als volgt geherformuleerd : " Houden artikel 1 van het decreet van het Waalse Gewest van 17 juli 1985 en artikel 2 van het decreet van het Waalse Gewest van 26 november 1987 een schending in van de artikelen 6 en 6bis van de Grondwet in zoverre zij, voor het Waalse Gewest, respectievelijk de bij artikel 145 van het Boswetboek op drie of zes maanden vastgestelde verjaringstermijn op één jaar brengen en de bij artikel 165 van het Boswetboek op 5 en 2 frank vastgestelde geldboeten op 20 en 10 frank brengen? " IV. In rechte. A. In haar memorie baseert de Waalse Gewestexecutieve zich op de arresten nrs. 63, 33/91, 37/92 en 50/92, om in herinnering te brengen dat, enerzijds, de Waalse Gewestexecutieve bevoegd was om de in de prejudiciële vraag aan de orde zijnde decreten aan te nemen en, anderzijds, een verschil in behandeling in de aangelegenheden waarin de Gemeenschappen en de Gewesten over eigen bevoegdheden beschikken, het resultaat is van een verschillend beleid en op zich niet in strijd met de artikelen 6 en 6bis van de Grondwet kan worden geacht. B.1. Krachtens artikel 145 van het Boswetboek verjaren de " rechtsvorderingen tot herstel " van wanbedrijven en overtredingen in boszaken, te rekenen van de dag waarop zij zijn vastgesteld, door verloop van drie of zes maanden, naargelang de beklaagden al dan niet in de processen-verbaal worden aangewezen. Voor het grondgebied van het Waalse Gewest heeft het decreet van 17 juli 1985 de verjaringstermijn van de strafvordering op één jaar gebracht, te rekenen van de dag waarop de overtreding is vastgesteld. B.2. Krachtens artikel 165 van het Boswetboek wordt " hij die zonder wettige redenen in een bos buiten de gewone wegen wordt aangetroffen met een hakmes, aks, bijl, zaag of ander soortgelijk gereedschap, (...) veroordeeld tot een geldboete van vijf frank ". Die straf wordt verminderd tot twee frank indien de overtreder geen gereedschap bij zich heeft. Voor het grondgebied van het Waalse Gewest heeft het decreet van 26 november 1987 die boete op 20 frank gebracht indien de beklaagde een van de voormelde gereedschappen bij zich heeft of indien hij op ski's loopt. In de andere gevallen wordt de boete op 10 frank gebracht. B.3. Voor de overtreding die ten laste worden gelegd aan de persoon die wordt vervolgd voor de rechter die de prejudiciële vraag heeft gesteld, gelden een verschillende verjaringstermijn en verschillende straffen naargelang zij in het Waalse Gewest of in andere Gewesten van het land zijn begaan. Daaruit volgt evenwel niet dat de voormelde decreetsbepalingen discriminerend zouden zijn. Een verschillende behandeling in aangelegenheden waar de Gemeenschappen en de Gewesten over eigen bevoegdheden beschikken, is het mogelijk gevolg van een verschillend beleid, dat voortvloeit uit de autonomie die hun door of krachtens de Grondwet is toegekend, en kan als zodanig niet geacht worden strijdig te zijn met de artikelen 6 en 6bis van de Grondwet. Die autonomie zou geen inhoud hebben mocht een verschil in behandeling tussen geadresseerden van regels die in eenzelfde materie aan weerskanten van toepassing zijn, als zodanig geacht worden strijdig te zijn met de artikelen 6 en 6bis van de Grondwet. De gestelde vraag dient dus ontkennend te worden beantwoord.)

Arrêt :

The full and consolidated version of this text is not available.