Grondwettelijk Hof (Arbitragehof): Arrest van 11 Februari 1993 (België). RG 362

Date :
11-02-1993
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19930211-2
Role number :
362

Summary :

Het Hof verwerpt het beroep. Over het eerste middel B.2.3. Volgens de verzoeker worden door de bestreden bepalingen de grondwettelijke beginselen inzake gelijkheid en niet-discriminatie geschonden doordat ze tot gevolg hebben dat aan de inrichtende machten de bevoegdheid wordt gegeven om opleidingen van academisch niveau te organiseren en de overeenkomstige graden van het hoger onderwijs van het lange type te verlenen in een aantal limitatief opgesomde studiegebieden, waartoe het paramedisch hoger onderwijs en andere vormen van hoger onderwijs in de non-profit-sector niet behoren. Die uitsluiting berust volgens de verzoeker op geen enkele redelijke grond. B.2.6. Het bestreden decreet past in het kader van een nieuwe regeling van het hoger onderwijs binnen de Vlaamse Gemeenschap, waarbij de decreetgever een onderscheid maakt tussen drie vormen van hoger onderwijs, zijnde het universitair onderwijs, het hoger onderwijs van het lange type en het hoger onderwijs van het korte type. De regeling voor de universiteiten is vervat in het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten, die voor het hoger onderwijs van het lange type in het bestreden decreet, en een regeling voor het hoger onderwijs van het korte type wordt in het vooruitzicht gesteld, alsook een herziening van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs. B.2.7. Hoewel de decreetgever de eigenheid van de verschillende vormen van hoger onderwijs zeer duidelijk erkent, blijkt uit de bepalingen van het decreet en uit de voorbereiding ervan dat de decreetgever een verwantschap heeft gezien tussen de universiteiten en de "hogescholen" - zijnde de instellingen van hoger onderwijs van het lange type -, wat de decreetgever ertoe heeft gebracht de hogescholen te omschrijven als zijnde van "academisch niveau". B.2.8. Enerzijds ziet de decreetgever een inhoudelijke gelijkenis doordat aan de universiteiten en in voornoemde hogescholen een nauwe band bestaat tussen onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, zij het dat het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek voorbehouden is aan de universiteiten, terwijl de hogescholen zich toeleggen op toegepast wetenschappelijk onderzoek en experimenteel ontwikkelingswerk. De decreetgever stelt ook dat de hogescholen belangrijke bijdragen kunnen leveren in onderzoeksprojecten van de universiteiten en beklemtoont de noodzaak van samenwerking tussen universiteiten en hogescholen op het vlak van het wetenschappelijk onderzoek. Anderzijds plaatst de decreetgever voornoemde hogescholen ook op een aantal formele punten gelijk met de universiteiten, onder meer op het vlak van de structuren (artikelen 10-11) en de studieduur, de toelatingsvoorwaarden tot de studie, de bekwaamheidsbewijzen voor het academisch personeel, de gelijke toegang tot de derde cyclus. B.2.10. Hoewel het "graduaat sociale verpleging" uit het paramedisch hoger onderwijs wat de studieduur betreft vergelijkbaar is met sommige opleidingen aan de universiteit en in de hogescholen, verschilt het wat de inhoud en de finaliteit van de studie betreft van die andere vormen van hoger onderwijs. Het "graduaat sociale verpleging" is immers een vorm van hoger onderwijs die in hoofdzaak gericht is op een beroepsvorming die leidt naar concrete uitvoering waarbij de praktische beroepsvaardigheid en de onmiddellijke startbekwaamheid strek worden beklemtoond. Dit blijkt duidelijk uit het belangrijke aandeel van de stages en de praktische oefeningen in de lestabellen. Bovendien is in die vorm van hoger onderwijs niet de band aanwezig tussen onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, wat voor de decreetgever een doorslaggevend criterium was voor de afbakening van de opdrachten van de universiteiten en de hogescholen. Getoetst aan het onder B.2.8. geschetste profiel van de "hogescholen", vertoont het graduaat sociale verpleging voldoende verschilpunten opdat de decreetgever heeft kunnen oordelen, zonder het artikel 17, alinéa 4, van de Grondwet te schenden, dat die vorming niet moest worden opgenomen in artikel 6 van het decreet. Het eerste middel is niet gegrond. Over het tweede middel ...)

Arrêt :

The full and consolidated version of this text is not available.