Hof van Cassatie: Arrest van 10 Februari 2010 (België). RG P.09.1535.F

Date :
10-02-2010
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-20100210-1
Role number :
P.09.1535.F

Summary :

Het feit alleen dat de rechter twijfelt of er een oorzakelijk verband bestaat tussen het ongeval en de schade is geen grond tot afwijzing van het verzoek tot het gelasten van een deskundigenonderzoek dat tot doel heeft de ware toedracht te onderzoeken.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Nr. P.09.1535.F

1. S. Chr.,

2. F. K.,

burgerlijke partijen, in de hoedanigheid van wettelijke beheerders van de goederen van hun minderjarige dochter C. S.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. D. M.,

2. TRANSPORTS DANDOY, naamloze vennootschap,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie en mr. Dominique Léonard, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel, van 30 september 2009.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

De eisers hebben voor de appelrechters om de bevestiging verzocht van de deskundigenmaatregel die de politierechtbank ten aanzien van hun minderjarige dochter C. had bevolen.

Ofschoon dat deskundigenonderzoek tot doel had de aard en de ernst te beoordelen van de traumatismen die het kind vertoont, belastte het beroepen vonnis de deskundige er ook en vooral mee om advies uit te brengen over een eventueel oorzakelijk verband tussen het ongeval waarbij C.'s broer het leven liet en de bij haar vastgestelde pathologie.

Het bestreden vonnis wijst dit verzoek van de burgerlijke partijen om een deskundigenonderzoek af, op grond, met name, dat de verschillende, door de familie ten gevolge van de stoornissen van het kind geraadpleegde geneesheren van mening zijn dat haar incontinentie geen duidelijke lichamelijke oorzaak heeft en dat het verband met het ongeval niet duidelijk bewezen is.

Het feit alleen dat de rechter twijfelt of er een oorzakelijk verband bestaat, is geen grond tot afwijzing van het verzoek tot het gelasten van een deskundigen-onderzoek dat tot doel heeft de ware toedracht te onderzoeken.

De correctionele rechtbank die het verzoek tot het gelasten van een deskundigenonderzoek afwijst op grond dat de partijen die het vorderen niet het duidelijke bewijs leveren van een feit dat de voormelde onderzoeksmaatregel moet vaststellen of uitsluiten, verantwoordt haar beslissing niet naar recht.

Het middel, dat de schending aanvoert van de artikelen 875bis en 962 Gerechtelijk Wetboek, is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Veroordeelt de verweerders in de helft van de kosten.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Nijvel, zitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Martine Regout, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 10 februari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,