Hof van Cassatie: Arrest van 12 Maart 1992 (België). RG 9202

Date :
12-03-1992
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19920312-11
Role number :
9202

Summary :

Hoewel de beslagrechter, in de regel, uitspraak doet zonder bijstand van het O.M., ontslaat geen enkele wetsbepaling, noch enig algemeen rechtsbeginsel die rechter van de verplichting om de in art. 764, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde vorderingen aan het O.M. mede te delen.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 15 februari 1990 door het Hof van Beroep te Luik gewezen;
Over het eerste middel : schending van de artikelen 764, eerste lid, 10°, en 780 van het Gerechtelijk Wetboek,
doordat het arrest, zonder melding te maken van het advies van het openbaar ministerie, beslist dat de litigieuze aanslag niet voldeed aan de bij artikel 301 voor de invordering bepaalde voorwaarden, ondanks het door verweerster ingestelde beroep, en dat het litigieuze uitvoerend beslag niet meer in bewarend beslag kon worden omgezet, aangezien de voorwaarden voor de toepassing van artikel 302 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen niet vervuld waren,
terwijl artikel 764, eerste lid, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de vorderingen inzake belastingen, uitgenomen voor de vrederechter, op straffe van nietigheid, moeten worden medegedeeld aan het openbaar ministerie en artikel 780 bepaalt dat in de zaken die aan het openbaar ministerie moeten worden medegedeeld, het vonnis, op straffe van nietigheid, de vermelding van het advies van het openbaar ministerie bevat,
en terwijl de vordering van verweerster, die, zoals het arrest vaststelt, ertoe strekte het door de administratie der directe belastingen met toepassing van de artikelen 300 tot 302 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen gelegde uitvoerend beslag op roerend goed te doen nietig verklaren, een vordering inzake belastingen was in de zin van het bovenaangehaalde artikel 764, eerste lid, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; bijgevolg nietig is het arrest dat over die vordering uitspraak doet zonder melding te maken van het advies van het openbaar ministerie en zonder dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat het advies is gegeven (schending van de bovenaan in het middel aangewezen wetsbepalingen) :
Overwegende dat het arrest, op het hoger beroep tegen een beslissing van de beslagrechter, de opheffing beveelt van het uitvoerd beslag dat de Belgische Staat tegen verweerster had gelegd tot zekerheid van een belastingschuld;
Overwegende dat een dergelijk geschil een vordering inzake belastingen is in de zin van artikel 764, eerste lid, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; dat het arrest vermelding van het advies van het openbaar ministerie niet bevat en dat uit geen enkel stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het openbaar ministerie zijn advies heeft gegeven;
Dat het er niets toe doet of het arrest uitspraak heeft gedaan op het hoger beroep tegen een beslissing van de beslagrechter; dat de regel van het voornoemde artikel 764, eerste lid, 10°, van toepassing is op de bij die rechter aanhangig gemaakte vorderingen;
Dat het middel gegrond is;
Om die redenen, vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het uitspraak doet over de vordering van verweerster tot betaling van schadeloosstelling; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.