Om uitspraak te doen over de geldigheid van het met redenen omkleed verzet van de verhuurder tegen de overdracht van de handelshuurovereenkomst of tegen de onderverhuring die samen geschiedt met de overdracht of de verhuring van de handelszaak en slaat op de gezamenlijke rechten van de hoofdhuurder, heeft de rechter de door de partijen ten aanzien van een derde aangegane verbintenis wettig kunnen beschouwen als een element ter beoordeling van de ë wettige reden è bedoeld in art. 10, derde lid, Handelshuurwet 30 april 1951 <1>.
Arrêt :
The full and consolidated version of this text is not available.