Hof van Cassatie: Arrest van 17 Mei 1995 (België). RG P950422F

Date :
17-05-1995
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-19950517-11
Role number :
P950422F

Summary :

Het hof van assisen schendt het recht van verdediging en het bij art. 6.1 EVRH. gewaarborgde recht op eerlijke behandeling van de zaak niet, wanneer een beschikking tot gevangenneming opnieuw uitvoerbaar verklaard is door de kamer van inbeschuldigingstelling nadat de verdachte in vrijheid gesteld was, nu hij die grief voor het hof van assisen heeft kunnen opwerpen.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.
HET HOF,
Gelet op het arrest nr. 348, op 17 februari 1995 gewezen door het Hof van Assisen van de provincie Henegouwen;
I. Op de voorziening van Thierry Jacquemyn :
Over het eerste middel :
Wat het eerste onderdeel betreft :
Overwegende dat het middel de wettigheid betwist van de beslissing dd. 31 januari 1995 waarbij het Hof van Beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, "de oorspronkelijke beschikking tot gevangenneming van 9 februari 1994 opnieuw uitvoerbaar verklaard heeft";
Overwegende, enerzijds, dat het cassatieberoep tegen de beslissing van 31 januari 1995 is verworpen bij arrest van het Hof van 8 maart 1995; dat, anderzijds, geen cassatieberoep is ingesteld tegen het door het Hof van Assisen van de provincie Henegouwen op tussengeschil gewezen arrest van 13 februari 1995 waarin het hof beslist dat er geen grond bestaat tot schorsing tot het Hof van Cassatie zich zal hebben uitgesproken over de wettigheid van de hechtenis en beslist de behandeling van de op de zitting ingeschreven zaak onverwijld voort te zetten;
Dat het middel geen verband houdt met de beslissing waartegen de voorziening is gericht, zodat het in zoverre niet ontvankelijk is;
Overwegende voor het overige dat het Hof, om te oordelen of een zaak eerlijk is behandeld in de zin van artikel 6.1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, moet nagaan of de zaak in haar geheel eerlijk is behandeld; dat uit de enkele omstandigheid dat de oorspronkelijke beschikking tot gevangenneming van 9 februari 1994 door het Hof van Beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, opnieuw uitvoerbaar verklaard is bij arrest van 31 januari 1995 niet valt af te leiden dat eiser, die voormelde grief heeft kunnen opwerpen voor de feitenrechter, geen recht op een eerlijk proces zou gekregen hebben in de zin van artikel 6.1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en evenmin dat zijn recht van verdediging is miskend;
Dat, in zoverre, het onderdeel niet kan worden aangenomen;
Wat het tweede onderdeel betreft :
Overwegende, enerzijds, dat er geen cassatieberoep is ingesteld tegen het op tussengeschil gewezen arrest van 14 februari 1995 waarbij wordt beslist dat de foto's van de autopsie niet uit het dossier hoeven te worden verwijderd; dat, in zoverre, het onderdeel geen verband houdt met de bestreden beslissing, zodat het niet ontvankelijk is;
Overwegende, anderzijds, dat die stukken aan de gezworenen zijn overhandigd met toepassing van artikel 341 van het Wetboek van Strafvordering, zodanig dat uit de overhandiging ervan niet kan worden afgeleid dat eiser geen eerlijk proces gekregen heeft;
Dat, in zoverre, het middel faalt naar recht;
Wat het derde onderdeel betreft :
Overwegende, enerzijds, dat er geen cassatieberoep is ingesteld tegen het op tussengeschil gewezen arrest van 16 februari 1995 waarbij wordt beslist dat er geen gronden aanwezig zijn om het door de getuige Marc Jamoulle geschreven artikel "Heroinomanie en médecine générale : une approche complexe", bij het dossier te voegen;
Dat, in zoverre, het onderdeel geen verband houdt met de bestreden beslissing, zodat het niet ontvankelijk is;
Overwegende, anderzijds, dat krachtens artikel 341 van het Wetboek van Strafvordering de voorzitter van het hof van assisen de akte van beschuldiging, de processen-verbaal die het misdrijf vaststellen, en de processtukken, met uitzondering van de schriftelijke verklaringen van de getuigen, overhandigt aan de hoofdman van de jury; dat uit de omstandigheid dat het door dokter Marc Jamoulle geschreven artikel, dat uit de debatten werd geweerd, niet is overhandigd aan de gezworenen niet kan worden afgeleid dat eiser geen eerlijk proces gekregen heeft;
Dat, in zoverre, het onderdeel faalt naar recht;
Over het tweede middel :
Overwegende dat geen enkele wetsbepaling verbiedt dat eerst de vraag wordt gesteld over het bestaan van het hoofdfeit, daarna de bijkomende vraag of vragen over de objectieve verzwarende omstandigheden en, ten slotte, de vraag over de schuld van de beschuldigde;
Dat, in zoverre, het middel faalt naar recht;
Overwegende voor het overige dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 februari 1995 blijkt dat geen van de partijen enig bezwaar gemaakt heeft tegen de aan de jury gestelde vragen;
Dat het middel nieuw en derhalve niet ontvankelijk is;
Over het derde middel :
Overwegende dat het middel om de in het antwoord op de eerste twee middelen aangegeven redenen niet kan worden aangenomen;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
Over het middel ...
Overwegende dat het middel het Hof ertoe zou verplichten feitelijke gegevens na te gaan, waartoe het niet bevoegd is;
Dat het niet ontvankelijk is;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorzieningen;
Veroordeelt iedere eiser in de kosten van zijn voorziening.