Hof van Cassatie: Arrest van 17 September 1993 (België). RG 8403

Date :
17-09-1993
Language :
French Dutch
Size :
3 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-19930917-1
Role number :
8403

Summary :

Wanneer aan de in art. 828 Ger. W. bepaalde redenen van wraking van een deskundige is voldaan, vermag de rechter de wraking niet te weigeren op de enkele grond dat die deskundige de enige is die hem zou kunnen inlichten.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.
HET HOF; - Gelet op de bestreden beschikking, op 29 september 1992 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 97 van de Grondwet, 792, 828, 8°, 860 tweede en derde lid, 966 en 970, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek,
doordat de rechtbank van eerste aanleg eiseres' verzoek tot wraking niet toelaatbaar verklaart wegens laattijdigheid op volgende gronden : "Bij vonnis d.d. 17 maart 1992 werd architect C. Van De Velde aangesteld als deskundige. Van dit vonnis werd ingevolge artikel 792 Ger.W. binnen de acht dagen door de griffier een niet ondertekend afschrift opgestuurd aan elke partij of in voorkomend geval, aan hun advocaten. Bij verzoekschrift d.d. 27 mei 1992 werd de procedure van wraking van de deskundige ingesteld, hetzij meer dan twee maanden na de kennisgeving van het vonnis daar waar artikel 970 Ger.W. duidelijk bepaalt in alinea 2 dat het verzoekschrift moet ingediend worden acht dagen nadat de partij kennis kreeg van de redenen van wraking. De door (eiseres) aangehaalde redenen van wraking waren door haar reeds gekend vóór het vonnis zodat zij onmiddellijk na de kennisgeving van het vonnis het verzoekschrift binnen de acht dagen had moeten neerleggen", en doordat de rechtbank eiseres' verzoek ongegrond verklaart op volgende gronden : "De aangestelde deskundige werd door beide partijen vóór elke procedure in der minne aangesteld om een plaatsbeschrijving te maken en heeft een poging gedaan tot minnelijke regeling, die mislukte. Hij is echter de enige die de rechtbank kan inlichten over de toestand van kwestieus pand op het einde van de huur. Het aanstellen van een andere deskundige heeft geen enkele zin daar deze volledig zou moeten gebriefd worden door de thans aangestelde deskundige en zou moeten steunen op zijn nota's",
terwijl, eerste onderdeel, luidens artikel 860, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, enkel de termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden voorgeschreven zijn op straffe van verval en luidens het derde lid, de andere termijnen slechts dan op straffe van verval worden bepaald wanneer de wet het voorschrijft; de termijn van acht dagen, bepaald bij artikel 970, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, binnen dewelke het verzoekschrift tot wraking van een deskundige moet worden ingediend, geen termijn is om een rechtsmiddel aan te wenden en, bijgevolg, niet is voorgeschreven op straffe van verval; het toezenden van een niet-ondertekend afschrift van het vonnis d.d. 17 maart 1992 in de zin van artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek bovendien niet voormelde termijn van acht dagen kan doen lopen, zodat eiseres' verzoekschrift d.d. 27 mei 1992 niet wettig, wegens laattijdigheid, niet toelaatbaar werd verklaard (schending van de artikelen 792, 860, tweede en derde lid, en 970, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek);
terwijl, tweede onderdeel, eiseres in haar verzoekschrift d.d. 27 mei 1992, onder verwijzing naar het opmaken door de deskundige op 31 augustus 1990, op verzoek van beide partijen, van een plaatsbeschrijving met het oog op de vaststelling van de ingeroepen huurschade en naar de brief van de deskundige van 9 oktober 1990 die door de tegenpartij als overtuigingsstuk in de procedure werd aangewend, uitdrukkelijk aanvoerde dat, overeenkomstig de artikelen 966 en 828, 8°, van het Gerechtelijk Wetboek, een grond tot wraking van de deskundige voorhanden was, nu deze raad had gegeven of geschreven had over het geschil en van de zaak vroeger kennis had genomen, en eiseres ook in haar conclusie d.d. 18 september 1992 ter zake verwees naar de voorafgaande briefwisseling met de deskundige over het geschil (p. 2, nr. 2), zodat de rechtbank, door er zich toe te beperken te oordelen dat het verzoek tot wraking ongegrond is omdat de deskundige de enige is die de rechtbank kan inlichten over de toestand van het pand op het einde van de huur en een andere deskundige volledig zou moeten worden gebriefd door de thans aangestelde deskundige en zou moeten steunen op zijn nota's, niet antwoordt op eiseres' verzoekschrift en conclusie (schending van artikel 97 van de Grondwet);
terwijl, derde onderdeel, luidens artikel 966 van het Gerechtelijk Wetboek, de deskundigen kunnen worden gewraakt om dezelfde redenen als de rechters en bijgevolg onder meer, krachtens artikel 828, 8°, van dat wetboek, indien de deskundige raad gegeven of geschreven heeft over het geschil of indien hij daarvan vroeger kennis heeft genomen; zulks te dezen het geval is, aangezien de bestreden beschikking vaststelt dat de aangestelde deskundige door beide partijen vóór elke procedure in der minne werd aangesteld om een plaatsbeschrijving te maken en een poging heeft gedaan tot minnelijke regeling, die mislukte; eiseres bovendien aanvoerde - zonder hierin te worden tegengesproken door de rechtbank - dat de deskundige over het geschil had geschreven en dat deze brieven door de tegenpartij in de procedure ten gronde als overtuigingsstuk waren neergelegd, zodat de rechtbank niet wettig eiseres' verzoek tot wraking ongegrond heeft verklaard, louter op grond dat die deskundige de enige is die de rechtbank kan inlichten over de toestand van kwestieus pand op het einde van de huur en dat het aanstellen van een andere deskundige geen zin heeft daar deze volledig zou moeten gebriefd worden door de thans aangestelde deskundige en zou moeten steunen op zijn nota's (schending van de artikelen 828, 8°, en 966 van het Gerechtelijk Wetboek) :
Wat het eerste onderdeel betreft :
Overwegende dat artikel 860, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, bepaalt dat de termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden voorgeschreven zijn op straffe van verval en dat de andere termijnen slechts dan op straffe van verval zijn bepaald wanneer de wet het voorschrijft;
Overwegende dat artikel 970, tweede lid, van dit wetboek weliswaar bepaalt dat het verzoekschrift tot wraking van een deskundige ingediend moet worden binnen acht dagen nadat de partij kennis heeft gekregen van de redenen van de wraking, maar die termijn, die geen termijn is om een rechtsmiddel aan te wenden, niet voorschrijft op straffe van verval;
Overwegende dat de bestreden beschikking vaststelt dat het verzoekschrift van eiseres strekkende tot wraking van de bij vonnis van 17 maart 1992 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen aangestelde deskundige, ter griffie werd neergelegd op 27 mei 1992 en dat "de door (eiseres) aangehaalde redenen van wraking (...) door haar reeds gekend (waren) vóór het vonnis (van 17 maart 1992)";
Dat de beschikking de vordering van eiseres tot wraking van de deskundige niet toelaatbaar verklaart omdat eiseres het verzoekschrift tot wraking niet heeft neergelegd binnen acht dagen na de kennisgeving van de redenen van de wraking;
Dat de beschikking, door aldus te beslissen, de artikelen 860, tweede en derde lid, en 970, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek schendt;
Dat het onderdeel in zoverre gegrond is;
Wat het derde onderdeel betreft :
Overwegende dat artikel 966 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de deskundigen kunnen worden gewraakt om dezelfde redenen als de rechters;
Overwegende dat, wanneer aan de in artikel 828 van voormeld wetboek bepaalde redenen van wraking is voldaan, de rechter de wraking niet vermag te weigeren op de enkele grond dat de deskundige waartegen de wraking is gericht, de enige is die hem zou kunnen inlichten;
Overwegende dat de beschikking, door te oordelen dat de door eiseres gevorderde wraking van de bij het vonnis van 17 maart 1992 aangestelde deskundige ongegrond is, op grond dat "(de deskundige) (...) echter de enige (is) die de rechtbank kan inlichten over de toestand van kwestieus pand op het einde van de huur. Het aanstellen van een andere deskundige heeft geen enkele zin daar deze volledig zou moeten gebriefd worden door de thans aangestelde deskundige en zou moeten steunen op zijn nota's" niet naar recht is verantwoord;
Dat het onderdeel gegrond is;
Om die redenen, vernietigt de bestreden beschikking; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beschikking; houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; verwijst de zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, zitting houdende in hoger beroep, anders samengesteld.