Hof van Cassatie: Arrest van 17 September 1999 (België). RG C980309F

Date :
17-09-1999
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19990917-5
Role number :
C980309F

Summary :

Wanneer de wet die bewijsvoering niet verbiedt, beslist de rechter in feite en derhalve op onaantastbare wijze of een getuigenbewijs dienstig kan worden geleverd, mits hij het recht van de partijen om zodanig bewijs te leveren, niet miskent.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 6 maart 1997 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel;
Over het middel: schending van de artikelen 1315, 1341, 1347, 1348 van het Burgerlijk Wetboek, 870, 915 van het Gerechtelijk Wetboek, 149 van de Grondwet en miskenning van het algemeen beginsel van het recht van verdediging,
doordat het arrest de oorspronkelijke vordering van de eisers, die optreden in hun eigen naam en als beheerders van de goederen van hun minderjarige zoon Muharem, niet gegrond verklaart en afwijst op grond o.m. dat "uit geen enkel overgelegd gegeven blijkt dat er in de Vandermeerschstraat gewoonlijk kinderen spelen, zodat auto's dubbel voorzichtig moeten zijn wanneer ze door die straat rijden",
terwijl de eisers in conclusie aanvoerden "dat de eerste rechter terecht eraan heeft herinnerd dat de Vander Meerschstraat, waar het ongeval is gebeurd, een smalle straat met eenrichtingsverkeer is waarvan algemeen bekend is dat er vaak tal van kinderen op dat uur van de dag spelen; (...) dat (...) de totale breedte van de rijweg 7,85 m bedroeg zodat het voertuig van Nagels maar een maximale doorgang had van 4,25 m; dat de heer Nagels, gelet op het feit dat zijn voertuig 1,65m breed was, uiteraard dubbel voorzichtig had moeten zijn, te meer daar er in die straat voortdurend kinderen heen en weer lopen (te voorziene hindernis)"; zij in hun conclusie preciseerden dat, "ingeval (de verweersters) zouden betwisten dat er op het ogenblik van het ongeval kinderen op de openbare weg aan het spelen waren, de (eisers) subsidiair aanbieden om door alle middelen van recht, getuigen inbegrepen, het bewijs van dat feit te leveren"; hoewel iedere partij, krachtens de artikelen 1315 van het Burgerlijk Wetboek en 870 van het Gerechtelijk Wetboek, het bewijs moet leveren van de feiten die zij aanvoert, dat bewijs evenwel, krachtens de artikelen 1341 en 1348 van het Burgerlijk Wetboek en 915 van het Gerechtelijk Wetboek bij oneigenlijke misdrijven door getuigen kan worden geleverd; de rechter weliswaar in feite en op onaantastbare wijze oordeelt of de gevorderde maatregel nuttig is om de waarheid aan het licht te brengen, maar het principieel recht van de partij die de bewijslast draagt om dat bewijs te leveren, niet mag miskennen;
eerste onderdeel, het arrest, nu het alleen maar beslist dat de omstandigheid die de eisers aanboden door alle middelen van recht te bewijzen "uit geen enkel overgelegd gegeven blijkt", zonder aan te geven om welke reden het door de eisers subsidiair gevorderde getuigenbewijs niet kan worden toegelaten, niet regelmatig met redenen omkleed is (schending van artikel 149 van de Grondwet) en, bovendien, de artikelen 1315, 1341 en 1348 van het Burgerlijk Wetboek, 870 en 915 van het Gerechtelijk Wetboek schendt, waarin, in de aangelegenheden waar de wet zulks niet verbiedt en, met name, in geval van aansprakelijkheid voor oneigenlijke misdrijven het principieel recht is vastgelegd om het bewijs te leveren door getuigen, en tevens het algemeen beginsel van het recht van verdediging miskent;
Wat het eerste onderdeel betreft:
Overwegende dat, wanneer de wet die bewijsvoering niet verbiedt, de rechter in feite beslist of een getuigenbewijs dienstig kan worden geleverd, mits hij het recht van de partijen om zodanig bewijs te leveren, niet miskent;
Overwegende dat de eisers in hun appèlconclusie aanvoerden dat er op het ogenblik van het ongeval kinderen op de openbare weg aan het spelen waren en subsidiair aanboden om door alle middelen van recht, getuigenissen inbegrepen, het bewijs van dat feit te leveren;
Overwegende dat het arrest, nu het alleen maar vermeldt "dat uit geen enkel overgelegd gegeven blijkt dat er in de Vandermeerschstraat gewoonlijk kinderen spelen, zodat auto's dubbel voorzichtig moeten zijn wanneer ze door die straat rijden", het recht van de eisers om het bewijs van het aangevoerde feit te leveren, miskent;
Dat het onderdeel gegrond is;
En overwegende dat de vernietiging van een rechterlijke beslissing leidt tot vernietiging van de latere beslissingen die het gevolg ervan zijn;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het uitspraak doet over de ontvankelijkheid van de hogere beroepen, en vernietigt de arresten van 18 september 1997 en 8 april 1998;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest en van de vernietigde arresten;
Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Luik.