Hof van Cassatie: Arrest van 21 September 2006 (België). RG D060005F

Date :
21-09-2006
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-20060921-8
Role number :
D060005F

Summary :

Het cassatieberoep tegen een beslissing van de raad van beroep van de Orde van Geneesheren is niet ontvankelijk wanneer het is ingesteld bij een verzoekschrift dat niet door een advocaat bij het Hof van Cassatie is ondertekend (1). (1) Cass., 10 dec. 1999, AR D.99.0009.F, nr 676.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Nr. D.06.0005.F

J. G. ,

tegen

ORDE VAN GENEESHEREN.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing, die op 10 januari 2006 is gewezen door de Franstalige raad van beroep van de Orde van geneesheren.

Afdelingsvoorzitter Claude Parmentier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Philippe de Koster heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Over het middel van niet-ontvankelijkheid, door het openbaar ministerie ambtshalve aangevoerd tegen het cassatieberoep en ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 1097 van het Gerechtelijk Wetboek:

Artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren bepaalt dat voor de procedure in cassatie tegen beslissingen van de raden van beroep van de Orde van geneesheren dezelfde regelen gelden als in burgerlijke zaken, behalve de in dat artikel bepaalde afwijkingen die hier niet van toepassing zijn.

Het verzoekschrift waarbij het cassatieberoep is ingesteld, is niet ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie, zoals artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek dat vereist.

Uit de bewoordingen van de door de eiser opgeworpen prejudiciële vraag, blijkt dat de aangevoerde discriminatie betrekking heeft op van elkaar verschillende situaties, namelijk die van een persoon die tuchtrechtelijk wordt vervolgd en die van een beklaagde, welke personen krachtens de wet op verschillende wijze worden behandeld. In dit geval bestaat er geen grond tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Arbitragehof.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, de raadsheren Didier Batselé, Daniel Plas, Sylviane Velu en Philippe Gosseries, en in openbare terechtzitting van eenentwintig september tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Philippe de Koster, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Philippe Van Geem.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,