Hof van Cassatie: Arrest van 22 Oktober 2002 (België). RG P021072N
Summary :
Het arrest van de appèlrechters dat de duur van het uitstel van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf en van de geldboete verlengt ten opzichte van het bestreden vonnis, spreekt een zwaardere hoofdstraf uit en dient met eenparigheid te worden gewezen, zelfs zo in hoger beroep een in eerste aanleg bijkomende straf vervalt.
Arrêt :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Nr. P.02.1072.N
K. F., eiser, beklaagde,
met als raadsman Mr. Cynthia Gregoor, advocaat bij de balie te Tongeren.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 12 juni 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser stelt in een memorie een middel voor.
IV. Beslissing van het Hof
A. Ontvankelijkheid van de memorie
Overwegende dat de memorie is neergelegd op 15 oktober 2002, dit is buiten de termijn bepaald in artikel 420bis Wetboek van Strafvordering;
Dat de memorie niet ontvankelijk is;
B. Ambtshalve middel
schending van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering:
Overwegende dat het beroepen vonnis eiser wegens de ten laste gelegde feiten veroordeelt tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar en een geldboete van 1.000 frank, verhoogd met 1990 opcentiemen en aldus gebracht op 200.000 frank, of een vervangende gevangenisstraf van tachtig dagen, met uit-stel van de tenuitvoerlegging van de helft van deze straf gedurende een jaar; dat dit vonnis eiser tevens ontzet uit de rechten bepaald in artikel 31, 1°, 3°, 4° en 5°, Strafwetboek en de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen uit-spreekt;
Overwegende dat het bestreden arrest het beroepen vonnis teniet doet en, uitspraak doende in eerste en laatste aanleg, eiser aan de ten laste gelegde feiten schuldig verklaart en hem wegens die feiten veroordeelt tot een hoofd-gevangenisstraf van twee jaar en een geldboete van 1.000 /40,3399 euro, ver-meerderd met 1990 opcentiemen en aldus gebracht op 4.957,87 euro of een vervangende gevangenisstraf van twee maanden, met uitstel van de tenuitvoer-legging van de helft van deze straf gedurende vijf jaar; dat dit vonnis eiser te-vens ontzet uit de rechten bepaald in artikel 31, 1°, 3°, 4° en 5°, Strafwetboek;
Overwegende dat door de periode van uitstel van de gevangenisstraf en van de geldboete te verlengen van één jaar tot vijf jaar, het bestreden arrest een zwaardere hoofdstraf uitspreekt;
Overwegende dat het arrest niet vaststelt dat het met éénparigheid is gewezen; dat het aldus de vermelde wetsbepaling schendt;
Overwegende dat deze onwettigheid evenwel de wettigheid van de schuldigverklaring niet aantast;
C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de schuldigverklaring
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorge-schreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het eiser tot straf veroordeelt;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige;
Veroordeelt eiser in de twee derden der kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.
Gezegde kosten begroot op de som van vijfennegentig euro verschul-digd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van tweeëntwintig oktober tweeduizend en twee, door afde-lingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.
K. F., eiser, beklaagde,
met als raadsman Mr. Cynthia Gregoor, advocaat bij de balie te Tongeren.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 12 juni 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser stelt in een memorie een middel voor.
IV. Beslissing van het Hof
A. Ontvankelijkheid van de memorie
Overwegende dat de memorie is neergelegd op 15 oktober 2002, dit is buiten de termijn bepaald in artikel 420bis Wetboek van Strafvordering;
Dat de memorie niet ontvankelijk is;
B. Ambtshalve middel
schending van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering:
Overwegende dat het beroepen vonnis eiser wegens de ten laste gelegde feiten veroordeelt tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar en een geldboete van 1.000 frank, verhoogd met 1990 opcentiemen en aldus gebracht op 200.000 frank, of een vervangende gevangenisstraf van tachtig dagen, met uit-stel van de tenuitvoerlegging van de helft van deze straf gedurende een jaar; dat dit vonnis eiser tevens ontzet uit de rechten bepaald in artikel 31, 1°, 3°, 4° en 5°, Strafwetboek en de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen uit-spreekt;
Overwegende dat het bestreden arrest het beroepen vonnis teniet doet en, uitspraak doende in eerste en laatste aanleg, eiser aan de ten laste gelegde feiten schuldig verklaart en hem wegens die feiten veroordeelt tot een hoofd-gevangenisstraf van twee jaar en een geldboete van 1.000 /40,3399 euro, ver-meerderd met 1990 opcentiemen en aldus gebracht op 4.957,87 euro of een vervangende gevangenisstraf van twee maanden, met uitstel van de tenuitvoer-legging van de helft van deze straf gedurende vijf jaar; dat dit vonnis eiser te-vens ontzet uit de rechten bepaald in artikel 31, 1°, 3°, 4° en 5°, Strafwetboek;
Overwegende dat door de periode van uitstel van de gevangenisstraf en van de geldboete te verlengen van één jaar tot vijf jaar, het bestreden arrest een zwaardere hoofdstraf uitspreekt;
Overwegende dat het arrest niet vaststelt dat het met éénparigheid is gewezen; dat het aldus de vermelde wetsbepaling schendt;
Overwegende dat deze onwettigheid evenwel de wettigheid van de schuldigverklaring niet aantast;
C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de schuldigverklaring
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorge-schreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het eiser tot straf veroordeelt;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige;
Veroordeelt eiser in de twee derden der kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.
Gezegde kosten begroot op de som van vijfennegentig euro verschul-digd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van tweeëntwintig oktober tweeduizend en twee, door afde-lingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.