Hof van Cassatie: Arrest van 24 Oktober 2014 (België). RG D.13.0024.N

Date :
24-10-2014
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-20141024-3
Role number :
D.13.0024.N

Summary :

De weglating van de lijst van stagiairs is in beginsel geen sanctie maar een loutere maatregel; dit sluit niet uit dat afhankelijk van de concrete omstandigheden deze maatregel een vermomde tuchtsanctie kan uitmaken (1) ; in zoverre het middel ervan uitgaat dat de weglating van de lijst van de stagiairs steeds een sanctie uitmaakt, faalt het naar recht. (1) Zie Cass. 19 juni 2009, voltallige zitting, AR D.07.0014.N, AC 2009, nr. 427, met concl. advocaat-generaal Dubrulle.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Nr. D.13.0024.N

D. G.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing van de Nederlandstalige Tucht-raad van beroep voor advocaten van 8 oktober 2013.

Afdelingsvoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 430.1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals te dezen van toepassing, wordt in ieder gerechtelijk arrondissement uiterlijk op 1 december van elk jaar een tableau opgemaakt van de Orde van advocaten, een lijst van de advo-caten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van stagiairs, die hun kantoor in het arrondissement hebben.

Krachtens artikel 432 Gerechtelijk Wetboek beslist de raad van de Orde, die meester is over het tableau, onder meer over de inschrijving op het tableau en op deze lijsten.

2. Krachtens artikel 435, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek stelt de raad van de Orde de stageverplichtingen vast, onverminderd de bevoegdheid verleend aan de Orde van Vlaamse balies (hierna OBV) en aan de Ordre des barreaux francopho-nes et germanophone krachtens artikel 495.

Het tweede lid van voormeld artikel bepaalt dat, behoudens vrijstelling verleend door de overheid van de Orde, de stage niet mag worden onderbroken of ge-schorst.

Krachtens het derde en het vierde lid van deze bepaling waakt de raad van de Or-de over het nakomen van alle verplichtingen van de stage. Iedere stagiair die uiter-lijk vijf jaar na zijn inschrijving op de lijst niet doet blijken dat hij alle door zijn balie gestelde verplichtingen is nagekomen, kan uit de lijst worden weggelaten.

Krachtens artikel 3.3. van het OVB-reglement betreffende de stage kan deze wor-den geschorst of onderbroken voor een periode van ten hoogste 1 jaar. Deze peri-ode kan worden verlengd om gegronde redenen. De stagiair meldt aan de stafhou-der de hervatting van stage.

Krachtens het laatste lid van dit artikel roept de stafhouder, indien de stagiair niet om deze hervatting van zijn stage verzoekt, de stagiair op en indien daaraan geen gunstig volg wordt verleend, wordt de stagiair opgeroepen voor de raad van de Orde om over zijn eventuele weglating van de stagiair van de lijst van de stagiairs te beslissen. Die weglating houdt een verval van de verworvenheden van de stage in.

3. Krachtens artikel 437, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de raad van de Orde, indien er een reden van onverenigbaarheid bestaat, de weglating van het ta-bleau of van de lijst van stagiairs uitspreken, hetzij op verzoek van de betrokken advocaat, hetzij ambtshalve en in dit laatste geval volgens de rechtspleging in tuchtzaken.

4. Uit deze bepalingen volgt dat de weglating van de lijst van stagiairs in be-ginsel geen sanctie is, maar een loutere administratieve maatregel.

Dit sluit niet uit dat afhankelijk van de concrete omstandigheden deze maatregel een vermomde tuchtsanctie kan uitmaken.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat de weglating van de lijst van de stagiairs steeds een sanctie uitmaakt, faalt het naar recht.

5. De appelrechters beslissen in feite of het niet voldoen aan de voorwaarden voor de uitoefening van de stage voor gevolg heeft dat de stagiair moet worden weggelaten van de lijst van stagiairs. Het Hof gaat enkel na of de appelrechters uit hun vaststellingen hun beslissing wettig hebben kunnen afleiden.

Op grond van de motieven dat:

- de eiser sedert oktober 2011 geen stagemeester meer heeft;

- de eiser arbeidsongeschikt was van september 2011 tot 8 december 2012 en niet wordt bewezen dat na 8 december 2012 een stagemeester werd gezocht;

- de initiatieven die de eiser in conclusie aanvoert niets veranderen aan het vast-staand feit dat hij nog steeds en "thans" sedert meer dan 2 jaar geen stage-meester heeft;

- het hebben van een stagemeester de essentie van de stage en de stageverplich-tingen raakt, de eiser sedert lange tijd niet voldoet aan deze voorwaarde en dat dit van structurele aard is geworden,

verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat de eiser dient te worden weg-gelaten van de lijst van stagiairs naar recht.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

6. Krachtens artikel 3 EVRM mag niemand worden onderworpen aan foltering noch aan onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen.

7. Maatregelen van weglating van de lijst van de stagiairs, zoals te dezen uit-gesproken omwille van het structureel niet langer voldoen aan de verplichting een stagemeester te hebben, zijn niet te aanzien als behandelingen of straffen in de zin van artikel 3 EVRM.

In zoverre het onderdeel van het tegendeel uitgaat, faalt het naar recht.

Tweede onderdeel

8. Met de reden dat de initiatieven die de eiser in conclusie aanvoert niets ver-anderen aan het vaststaand feit dat hij nog steeds en thans sedert meer dan twee jaar geen stagemeester heeft, nemen de appelrechters, anders dan het onderdeel aanvoert, het geheel van omstandigheden eigen aan de zaak mee in hun oordeel en laten zij het Hof toe de wettigheid ervan te toetsen.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 832,48 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 24 oktober 2014 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck A. Fettweis