Hof van Cassatie: Arrest van 25 September 1992 (België). RG 7756

Date :
25-09-1992
Language :
Dutch
Size :
2 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-19920925-12
Role number :
7756

Summary

Het niet-voorkomen dat ballastwater in de laadruimten van het schip binnendringt, is geen fout bij de behandeling van het schip, maar een gebrek aan de zorg voor de lading, dat de vervoerder niet ontheft van zijn aansprakelijkheid voor de schade van de lading. (Art. 91, § IV, 2°, a, Zeewet van 21 augustus 1879.)

Arrêt

Select some text to highlight or annotate sections of the document
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 12 december 1990 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van artikel 91, A, § IV, 2°, a, van de wet van 21 augustus 1879, houdende titel II van het Wetboek van Koophandel, zoals het werd gewijzigd door artikel 1 van de wet van 28 november 1928,
doordat het arrest eiseressen veroordeelt om solidair, in solidum, minstens de ene bij gebreke van de andere, de tegenwaarde in Belgische frank van het bedrag van 90.045,89 Franse frank te betalen aan verweerster, tegen de hoogste koers op 17 april 1983, te vermeerderen met de vergoedende en de gerechtelijke intresten, op de gronden dat "(eiseressen) inroepen dat de waterschade aan de balen katoen het gevolg is van het overlopen van de semi-tanks met ballastwater, dat voor deze eventuele waterschade aan de lading berokkend, de zeevervoerder niet aansprakelijk is, daar het een "mismanagement of the vessel" betreft waarvoor uitsluiting van aansprakelijkheid bestaat op grond van artikel 91 A, § 4, 2° a van de Zeewet; (verweerster) inroep(t) dat (eiseressen) geen bewijs leveren dat de waterinfiltratie zich heeft voorgedaan door een vergissing bij het vullen van de semi-tanks, dat ook op een andere wijze waterinfiltratie mogelijk was, dat zelfs indien de waterinfiltratie het gevolg is geweest van het overlopen van het ballastwater, dit geen nautsiche fout is, doch integendeel een fout in verband met de lading (mismanagement of the cargo), dat voor de navigatie en de veiligheid van het schip de zeevervoerder de ballasttank met de nodige hoeveelheid water diende op te vullen, dat voor het behoud van de lading daarentegen de zeevervoerder dient te voorkomen dat ballastwater in de ruimen binnendringt; het tegensprekelijk averijverslag (weliswaar) stelt dat de schade is veroorzaakt door het contact met zeewater en dat de kapitein van het schip hierover verantwoording moet verschaffen; (tweede eiseres) in haar brief van 17 april 1984 beroep deed op de niet aansprakelijkheidsregeling vervat in artikel 91 A § IV, 2° a van de Zeewet met verwijzing naar het verslag van de hoofdofficier van deze betwiste reis, bevestigd door de kapitein, waarin de uitleg wordt gegeven over het overlopen van het ballastwater; daarin de hoofdofficier stelde dat hij dit type schip (A I) niet kende voor zover dat bij het afsluiten van de brandpompen er toch nog waterdruk bestond wegens een lopende waterpomp; (er) wordt aangenomen dat de waterinfiltratie het gevolg is geweest van het vullen en het overlopen van de semi-tanks met ballastwater; dit overlopen geen nautische fout uitmaakt waarvoor de zeevervoerder niet aansprakelijk is op grond van artikel 91 A § IV, 2° a van de Zeewet; weliswaar voor de veiligheid van het schip de zeevervoerder de ballasttank van het schip met de nodige hoeveelheid water moet opvullen; echter voor het behoud van de lading de zeevervoerder gehouden is te voorkomen dat ballastwater in de laadruimte zou binnendringen; (eiseressen) gehouden zijn tot vergoeding van de door (verweerster) geleden schade; te dezen er geen sprake is van "mismanagement of the vessel" doch integendeel van "mismanagement of the cargo"; (verweerster) voldaan heeft aan de haar opgelegde bewijslast en (eiseressen) het bedrag van de schade niet betwisten",
terwijl, naar luid van artikel 91, A, § IV, 2° a van de Zeewet noch de vervoerder, noch het schip aansprakelijk zijn wegen verlies of schade ontstaan als gevolg van of voortspruitende uit een handeling, onachtzaamheid of nalatigheid van de kapitein, een lid van de bemanning, de loods of van enig persoon in dienst van de vervoerder, gepleegd bij de navigatie van het schip of het voeren van het schip; overeenkomstig deze bepaling de nautische fouten, dit wil zeggen deze die in het sturen of in het beheren van het schip worden begaan, de aansprakelijkheid van de zeevervoerder niet in het gedrang brengen, in tegenstelling tot de fouten die door de in voornoemde bepaling opgesomde personen worden begaan in het beheer van de lading; voor het onderscheid tussen de fouten die betrekking hebben op het beheer van het schip en deze die betrekking hebben op het beheer van de lading, bepalend is, niet de aard van de schadelijke gevolgen van de begane fout, maar wel het doel of het voornaamste doel van de verrichting tijdens dewelke de fout is begaan; het hof van beroep dat te dezen vaststelt dat de waterinfiltratie die de schade heeft veroorzaakt, het gevolg is geweest van het vullen en overlopen van de semi-tanks met ballastwater, zijn beslissing dat deze fout geen nautische fout is als bedoeld in artikel 91, A, § IV, 2°, a, van de Zeewet, niet naar recht verantwoordt met de enkele vaststelling dat "voor het behoud van de lading de zeevervoerder gehouden is te voorkomen dat ballastwater in de laadruimen zou doordringen", nu het zelf oordeelt dat "voor de veiligheid van het schip de zeevervoerder de ballasttank met de nodige hoeveelheid water moet opvullen"; het hof van beroep ten minste nalaat te onderzoeken, zoals het daartoe in de conclusie in hoger beroep van eiseressen werd uitgenodigd, of deze verrichting de stabiliteit en de veiligheid van het schip tot doel of voornaamste doel had :
Overwegende dat de appelrechters de eiseressen veroordelen tot vergoeding van de schade ontstaan doordat een aantal balen katoen door waterinfiltratie werden beschadigd aan boord van het zeeschip Arnold Maersk; dat zij vaststellen dat de waterschade het gevolg is van het vullen en overlopen van de semi-tanks met ballastwater en oordelen dat dit overlopen geen nautische fout uitmaakt waarvoor de zeevervoerder niet aansprakelijk is op grond van artikel 91, A, § IV, 2°, a, van de Zeewet;
Overwegende dat, krachtens de bedoelde wetsbepaling, noch de vervoerder, noch het schip aansprakelijk zijn wegens verlies of schade voortvloeiende uit of ontstaan ten gevolge van een handeling, onachtzaamheid of nalatigheid van de kapitein, een lid van de bemanning, de loods of een ondergeschikte van de vervoerder, gepleegd bij de navigatie of de behandeling van het schip;
Overwegende dat het niet-plegen of het verkeerd plegen van handelingen die in hoofdzaak het belang van de lading ten doel hebben, geen fouten zijn gepleegd bij de behandeling van het schip;
Overwegende dat de appelrechters, die op grond van feitelijke vaststellingen beslissen dat het niet voorkomen dat ballastwater in de laadruimen zou binnendringen een gebrek is aan zorg voor de lading en om die reden de ontheffing van aansprakelijkheid verwerpen, hun beslissing naar recht verantwoorden;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening en de vordering tot bindendverklaring;
Veroordeelt de eiseressen in de kosten.