Hof van Cassatie: Arrest van 26 Oktober 1994 (België). RG P940752F
Summary :
Het algemeen beginsel van het persoonlijk karakter van de straf wordt geschonden door de rechter die de beklaagde tot een straf veroordeelt, zonder te vermelden dat, naar zijn oordeel, de beklaagde het hem ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
Arrêt :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
HET HOF,
Gelet op het bestreden vonnis, op 29 april 1994 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Doornik;
I. Op de voorziening van eiser, beklaagde :
Over het ambtshalve aangevoerde middel : schending van het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf :
Overwegende dat het bestreden vonnis beslist dat, "wanneer een overtreding wordt vastgesteld zonder dat de bestuurder kon worden geïdentificeerd, de houder van de nummerplaat van het voertuig dat de overtreding heeft begaan, vermoed wordt de dader te zijn zolang het tegendeel niet is bewezen";
Overwegende dat de appelrechters aldus niet hebben vermeld dat eiser naar hun oordeel het hem ten laste gelegde feit had gepleegd, maar hem schuldig hebben bevonden op grond van een zogeheten wettelijk vermoeden van schuld;
Dat zij derhalve het bovengenoemde rechtsbeginsel schenden;
II. Op de voorziening van eiseres, burgerrechtelijk aansprakelijke partij :
Overwegende dat de vernietiging van de beslissing op de tegen eiser, beklaagde, ingestelde strafvordering elke bestaansreden ontneemt aan de beslissing waarbij eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk wordt verklaard voor de tegen eerstgenoemde, haar aangestelde, uitgesproken geldboete en kosten;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden vonnis;
Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de zaak naar de Correctionele Rechtbank te Bergen, zitting houdende in hoger beroep.
Gelet op het bestreden vonnis, op 29 april 1994 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Doornik;
I. Op de voorziening van eiser, beklaagde :
Over het ambtshalve aangevoerde middel : schending van het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf :
Overwegende dat het bestreden vonnis beslist dat, "wanneer een overtreding wordt vastgesteld zonder dat de bestuurder kon worden geïdentificeerd, de houder van de nummerplaat van het voertuig dat de overtreding heeft begaan, vermoed wordt de dader te zijn zolang het tegendeel niet is bewezen";
Overwegende dat de appelrechters aldus niet hebben vermeld dat eiser naar hun oordeel het hem ten laste gelegde feit had gepleegd, maar hem schuldig hebben bevonden op grond van een zogeheten wettelijk vermoeden van schuld;
Dat zij derhalve het bovengenoemde rechtsbeginsel schenden;
II. Op de voorziening van eiseres, burgerrechtelijk aansprakelijke partij :
Overwegende dat de vernietiging van de beslissing op de tegen eiser, beklaagde, ingestelde strafvordering elke bestaansreden ontneemt aan de beslissing waarbij eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk wordt verklaard voor de tegen eerstgenoemde, haar aangestelde, uitgesproken geldboete en kosten;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden vonnis;
Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de zaak naar de Correctionele Rechtbank te Bergen, zitting houdende in hoger beroep.