Hof van Cassatie: Arrest van 27 Juni 2007 (België). RG P.07.0773.F

Date :
27-06-2007
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-20070627-6
Role number :
P.07.0773.F

Summary :

Om cassatieberoep in te stellen tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter en van de strafuitvoeringsrechtbank, beschikt de veroordeelde over een termijn van vierentwintig uur, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van het vonnis bij gerechtsbrief; die termijn wordt berekend vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of op zijn verblijfplaats.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Nr. P.07.0773.F

B. S.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 18 mei 2007 gewezen door de Strafuitvoeringsrechtbank te Luik.

De eiser voert verschillende grieven aan in een memorie.

Raadsheer Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Krachtens artikel 97, §1, tweede lid, van de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden, beschikt de veroordeelde over een termijn van vierentwintig uur, te rekenen van de dag van de kennisgeving van het vonnis bij gerechtsbrief, om cassatieberoep in te stellen. Overeenkomstig artikel 53bis, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt deze termijn berekend vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of op zijn verblijfplaats.

Van het bestreden vonnis werd kennisgegeven bij gerechtsbrief, afgegeven bij de post op vrijdag 18 mei 2007 en overhandigd aan de geadresseerde, in de gevangenis van Lantin, op maandag 21 mei 2007.

Het cassatieberoep diende dus ten laatste op woensdag 23 mei 2007 ingesteld te worden.

De verklaring van cassatieberoep werd pas op 29 mei 2007 aan de afgevaardigde van de directeur van de gevangenis afgelegd.

Het cassatieberoep is bijgevolg niet ontvankelijk.

Er is geen grond om acht te slaan op de memorie die op de griffie is ingekomen per faxpost.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, de raadsheren Jean de Codt, Frédéric Close, Benoît Dejemeppe en Jocelyne Bodson, en in openbare terechtzitting van zevenentwintig juni tweeduizend en zeven uitgesproken door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Huybrechts en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,