Hof van Cassatie: Arrest van 27 September 2006 (België). RG P061269F

Date :
27-09-2006
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-20060927-1
Role number :
P061269F

Summary :

Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling een arrest heeft gewezen dat de voorlopige hechtenis voor drie maanden handhaaft, moet het verzoekschrift tot invrijheidstelling binnen de termijn van vijf dagen vóór de termijn van één of twee maanden te rekenen van die beschikking, worden ingediend.

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Nr. P.06.1269.F

P. R.,

Mrs. Cédric Druard, advocaat bij de balie te Bergen, en Steve Lambert, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 15 september 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling.

De eiser voert een middel aan in een memorie waarvan een voor eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

Raadsheer Paul Mathieu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Over het middel:

In tegenstelling tot wat het middel aanvoert geldt in de strafrechtspleging geen ¿algemeen beginsel van strikte toepassing van de strafwet en verbod op interpretatie bij wijze van analogie¿.

Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling uitspraak doet over het hoger beroep tegen een beschikking van de raadkamer, gewezen in de gevallen bedoeld in artikel 22 van de Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, levert haar arrest, met toepassing van artikel 30, § 4, van de voormelde wet, een titel van vrijheidsbeneming op voor drie maanden te rekenen van het voormelde arrest, indien het hoger beroep wordt ingesteld tegen een bij het voormelde artikel 22, tweede lid, bedoelde beschikking.

Krachtens artikel 22bis van dezelfde wet, kan de inverdenkinggestelde, wanneer de beschikking tot handhaving van de voorlopige hechtenis drie maanden geldig is, een verzoekschrift tot invrijheidstelling indienen dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, moet worden ingediend binnen vijf dagen vóór het verstrijken van de termijn van één maand, te rekenen van de beslissing tot handhaving. Een verzoekschrift tot invrijheidstelling kan ook binnen de termijn van vijf dagen vóór het verstrijken van de termijn van twee maanden worden ingediend.

Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling een arrest heeft gewezen dat de voorlopige hechtenis voor drie maanden handhaaft, moet het verzoekschrift tot invrijheidstelling, worden ingediend binnen de termijn van vijf dagen vóór de termijn van één of twee maanden te rekenen van die beslissing.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve toezicht

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, de raadsheren Jean de Codt, Paul Mathieu, Benoît Dejemeppe en Jocelyne Bodson, en in openbare terechtzitting van zevenentwintig september tweeduizend en zes uitgesproken door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Jean-Pierre Frère en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,