Hof van Cassatie: Arrest van 28 September 2004 (België). RG P040716N
Summary :
Artikel 2.4.6 van het koninklijk besluit van 11 oktober 1997 betreffende de goedkeuring en homologatie van de automatisch werkende toestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten houdt niet in dat het bewijs dat een toestel de vereiste aanvaardingsmerken heeft, niet door elk feitelijk regelmatig aan de rechter overgelegd en aan de tegenspraak van de partijen onderworpen gegeven, zoals foto's van het toestel met zijn aanvaardingsmerken, mag worden geleverd (1). (1) Zie Cass., 12 maart 2002, AR P.00.1500.N, nr 175 en 3 juni 2003, AR P.03.0153.N, nr ... .
Arrêt :
V. P. J. M. G.,
eiser, beklaagde,
met als raadsman Mr. Herman Baron, advocaat bij de balie te Ieper.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 18 maart 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Ieper.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht.
Procureur-generaal Jean du Jardin heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser stelt in een memorie vier grieven voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
IV. Beslissing van het Hof
A. Onderzoek van de grieven
1. Eerste grief
Overwegende dat de eventuele tegenstrijdigheid tussen een tussenvonnis dat een onderzoeksmaatregel beveelt, en een eindvonnis geen motiveringsgebrek van het eindvonnis is;
Dat de grief faalt naar recht;
2. Tweede grief
Overwegende dat de grief die niet preciseert waarin het bestreden vonnis artikel 12 van de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen schendt, bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk is;
3. Derde grief
Overwegende dat artikel 2.4.6 van het koninklijk besluit van 11 oktober 1997 betreffende de goedkeuring en homologatie van de automatisch werkende toestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten, bepaalt:
"Elk toestel wordt voorzien van:
- een ijkcertificaat dat of een gebruiksvergunning die de uiterste datum van geldigheid van de ijkverrichting bevat;
- een aanvaardingsmerk bij de eerste ijk en bij de herijk of bij de technische controle";
Overwegende dat deze bepaling niet inhoudt dat het bewijs dat een toestel de vereiste aanvaardingsmerken heeft, niet door elk feitelijk regelmatig aan de rechter overgelegd en aan de tegenspraak van de partijen onderworpen gegeven, zoals hier foto's van het toestel met zijn aanvaardingsmerken, mag worden geleverd;
Dat de grief faalt naar recht;
4. Vierde grief
Overwegende dat de grief die uitgaat van de onderstelling dat de snelheidsovertreding werd vastgesteld met een niet-goedgekeurde snelheidsmeter, opkomt tegen het onaantastbare tegenovergestelde oordeel van de rechter, mitsdien niet ontvankelijk is;
B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Verwerpt het cassatieberoep;
Veroordeelt eiser in de kosten.
Gezegde kosten begroot op de som van drieënzestig euro negenendertig cent verschuldigd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van achtentwintig september tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean du Jardin, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.