Hof van Cassatie: Arrest van 29 April 1993 (België). RG 9590

Date :
29-04-1993
Language :
French Dutch
Size :
4 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-19930429-12
Role number :
9590

Summary :

De voor het vaststellen van overspel aangestelde gerechtsdeurwaarder kan zich laten vervangen onder de voorwaarden van art. 524 Ger. W., waarin overigens niet op straffe van nietigheid van de vaststelling de verplichting is opgelegd om in die vaststelling te vermelden dat aan die voorwaarden is voldaan. (Art. 524, oud, en 1016bis Ger. W.)

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 12 maart 1992 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel;
Over het middel : schending van de artikelen 229, 1315 van het Burgerlijk Wetboek, 524, gewijzigd bij de wet van 7 februari 1985, 870, 1016bis (artikel 3 van de wet van 20 mei 1987) van het Gerechtelijk Wetboek, 10 van de Grondwet, en 8.1 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden,
doordat het arrest, met bevestiging van het beroepen vonnis, krachtens artikel 229 van het Burgerlijk Wetboek de echtscheiding tussen partijen ten laste van eiseres wegens overspel toelaat, op grond "dat (verweerder) tot staving van zijn vordering inzonderheid een proces-verbaal van vaststelling van overspel van 5 januari 1988 overlegt; (...) dat de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel bij bevelschrift (verweerder) de toestemming heeft gegeven om de vaststellingen te doen die wijzen op overspel; dat het bevelschrift van 16 november 1987 daartoe Mr. Alain Vercruysse, gerechtsdeurwaarder, aanstelt en het bevelschrift van 11 december 1987, Mr. Alain Vercruysse, of zijn plaatsvervanger, gerechtsdeurwaarder; dat dit tweede bevelschrift noodzakelijk was, aangezien er twijfel was gerezen nopens de juiste plaats waar de vaststelling diende te worden gedaan; (...) dat (het) proces-verbaal van 5 januari 1988, eerste bladzijde, zesde lid, uitdrukkelijk vermeldt : "lees Mr. Alain Vercruysse, belet"; dat het proces-verbaal werd opgesteld door de gerechtsdeurwaarder Pierre Lanckman, loco Mr. A. Vercruysse, belet; (...) dat er in casu geen enkel bezwaar is tegen het feit dat de aangestelde gerechtsdeurwaarder zich laat vervangen door een andere gerechtsdeurwaarder aangezien in het proces-vebaal staat vermeld dat hij belet is; dat de gerechtsdeurwaarder die tijdelijk verhinderd is zijn ambt uit te oefenen zich moet laten vervangen (art. 524 Ger.W.); dat de vermeldingen in het door (eiseres) betwiste proces-verbaal en het verder onderzoek noodzakelijk waren wegens het gedrag van (eiseres); dat zij behoren tot de vaststelling en tot de opdracht van de gerechtsdeurwaarder; dat (eiseres) immers geweigerd heeft haar identiteit kenbaar te maken; dat de vaststelling van overspel in die omstandigheden het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden noch de Belgische Grondwet heeft geschonden; dat geen enkele grond van nietigheid is aangetoond; dat uit de vaststelling en het onderzoek, te wijten aan het gedrag van (eiseres), blijkt dat zij een overspelige verhouding heeft...",
terwijl, eerste onderdeel, artikel 1016bis van het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat het bewijs van overspel als grond van echtscheiding kan worden geleverd door een vaststelling bij gerechtsdeurwaarder, voorschrijft dat bij verzoekschrift van de echtgenoot eiser tot echtscheiding, op straffe van nietigheid, de plaats of de plaatsen waar de vaststelling kunnen worden gedaan vermeldt, de voorzitter van de rechtbank een gerechtsdeurwaarder kan aanstellen om hem toe te laten een bepaalde plaats of bepaalde plaatsen binnen te gaan om de nodige vaststellingen te doen die wijzen op overspel; uit dat artikel 106bis volgt dat alleen de door de voorzitter van de rechtbank aangewezen gerechtsdeurwaarder de vaststelling kan doen; volgens de vermeldingen van de vaststelling van 5 januari 1988, waarop het arrest is gegrond, die vaststelling is gedaan "ingevolge de in uitvoerbare vorm afgeleverde uitgifte van een bevelschrift van ... de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, van zestien november 1987", door "Pierre Lanckman", gerechtsdeurwaarder met standplaats te Brussel, Oud-Korenhuisplaats, 31, loco Mr. Alain Vercruysse, belet", die is binnengegaan in het gelijkvloers van gebouw gelegen aan het nummer 199 van de Hoornstraat; het bevelschrift van 16 november 1987, krachtens hetwelk de vaststelling is gedaan, om "in de plaatsen aan het nummer 199, van de Hoornstraat te 1040 Brussel (appartement op het gelijkvloers) de vaststellingen te doen Mr. Alain Vercruysse, gerechtsdeurwaarder met standplaats te 1030 Brussel, Generaal Eisenhowerlaan, aanwees"; hoewel een bevelschrift van 11 december 1987, "Mr. Alain Vercruysse, zijn plaatsvervanger, gerechtsdeurwaarder met standplaats te 1030 Brussel, aanwees", de vaststelling niet ter uitvoering van dat bevelschrift - dat overigens een tweede verzoekschrift van verweerder inwilligde waarin werd gevraagd dat de vaststellingen zouden worden gedaan in een appartement "op de verdiepingen" van het gebouw - is gedaan, zoals blijkt uit de vermeldingen van die vaststelling zelf; dat vaststelling bijgevolg niet is gedaan door de gerechtsdeurwaarder Vercruysse, die in het bevelschrift van 16 november 1987 is aangewezen; zelfs als die vaststelling krachtens het bevelschrift van 11 december 1987 zou zijn gedaan, toch moet worden overwogen dat de gerechtsdeurwaarder Pierre Lanckman niet gemachtigd was om de vaststellingen te doen; indien, ingevolge dat bevelschrift van 11 december 1987, de vaststelling door een vervanger van de gerechtsdeurwaarder Vercruysse kon worden gedaan, die met name door de voorzitter van de rechtbank is aangewezen, zulks alleen in het kader van artikel 524 van het Gerechtelijk Wetboek kon gebeuren; dat artikel bepaalt dat "de gerechtsdeurwaarder die vakantie neemt, zich moet laten vervangen door een confrater of een plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder" en dat "de gerechtsdeurwaarder die tijdelijk verhinderd is om zijn ambt uit te oefenen zich op dezelfde wijze moet laten vervangen", waarbij die vervanging niet langer dan drie maanden mag duren, met verlengingen van telkens ten hoogste drie maanden, en waarbij zowel voor die vervanging als voor die verlenging toestemming van de procureur des Konings is vereist; de gerechtsdeurwaarder Pierre Lanckman alleen heeft vermeld dat hij optrad "loco Mr. Alain Vercruysse belet"; hij niet heeft aangenomen dat die gerechtsdeurwaarder "tijdelijk verhinderd was om zijn ambt uit te oefenen", in de zin van artikel 524, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek; hij evenmin heeft vermeld dat de gerechtsdeurwaarder Vercruysse van de procureur des Konings de toestemming had gekregen om zich door de genoemde gerechtsdeurwaarder Lanckman te laten vervangen of dat laatstgenoemde de hoedanigheid had van plaatsvervanger van de gerechtsdeur
waarder Vercruysse, onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 525 tot 530 van het Gerechtelijk Wetboek voor de benoeming van de plaatsvervangende gerechtsdeurwaarders en de uitoefening van hun ambt; de vaststelling van overspel van 5 januari 1988 dus niet is vastgesteld door de gerechtsdeurwaarder die met name is aangewezen in het bevelschrift van 16 november 1987 ter uitvoering waarvan die vaststelling is gedaan, en evenmin door een plaatsvervanger van die gerechtsdeurwaarder, in de zin van artikel 524 van het Gerechtelijk Wetboek; de vaststellingen die wijzen op overspel dus zijn gedaan zonder dat was voldaan aan de strikte voorwaarden die in artikel 1016bis en ook in artikel 524 van het Gerechtelijk Wetboek voor het optreden van de gerechtsdeurwaarder zijn vastgelegd (schending van die artikelen 1016bis en 524 van het Gerechtelijk Wetboek) en aldus de onschendbaarheid van de woonplaats en van het privé-leven in het gedrang hebben gebracht (schending van de artikelen 10 van de Grondwet en 8.1, van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden); die onwettig gedane vaststellingen niet het door verweerder te leveren bewijs van overspel als grond tot echtscheiding konden opleveren (schending van de artikelen 1315 van het Burgerlijk Wetboek en 870 van het Gerechtelijk Wetboek) en het arrest zijn beslissing om de echtscheiding ten voordele van verweerder toe te laten dus niet naar recht verantwoordt (schending van artikel 229 van het Burgerlijk Wetboek);
tweede onderdeel de door de voorzitter van de rechtbank aangestelde gerechtsdeurwaarder, volgens artikel 1016bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, alleen gemachtigd is om "vergezeld van een officier of een agent van gerechtelijke politie, een bepaalde plaats of bepaalde plaatsen binnen te gaan om de nodige vaststellingen te doen die wijzen op overspel"; uit het proces-verbaal van vaststelling van 5 januari 1988 opgesteld door de gerechtsdeurwaarder Lanckman te dezen blijkt dat de vaststellingen van die gerechtsdeurwaarder in het appartement op het gelijkvloers van het gebouw aan het nummer 199 van de Hoornstraat de identiteit van de vrouw die zich met de heer S... in dat appartement bevond niet aan het licht hebben gebracht; dat koppel, pas nadat de politie van Etterbeek de identiteit van de eigenaar van een in de Hoornstraat gestationeerd motorrijtuig had onderzocht en nadat het koppel waarvan de aanwezigheid in het appartement op het gelijkvloers door de gerechtsdeurwaarder was vastgesteld, het gebouw had verlaten, op de openbare weg is ondervraagd door de politieman die de gerechtsdeurwaarder vergezelde en door drie andere politieagenten van Etterbeek die de eerse als versterking had opgeroepen; die politieagenten de papieren van die personen hebben gevraagd en de vrouw, die geen identiteitskaart hij had, voor identiteitscontrole naar het commissariaat hebben meegenomen; de gerechtsdeurwaarder op het politiecommissariaat, na het vertrek van die vrouw, vernam dat het eiseres betrof; het overspel van eiseres, bij ontstentenis van identificatie van eiseres door de gerechtsdeurwaarder op de door de voorzitter van de rechtbank aangewezen plaats, niet is aangetoond door het proces-verbaal van die gerechtsdeurwaarder, dat het onderzoek vermeldt van de agent die hem alleen maar moest vergezellen en van de andere politieagenten van Etterbeek; de gerechtsdeurwaarder de grenzen van zijn opdracht heeft overgeschreven door bij de identificatie van eiseres te steunen op een onderzoek door de Etterbeekse politie, na de vaststellingen op de bepaalde plaats en buiten die plaats, en door die identiteit vast te stellen aan de hand van onderzoekingen en ondervragingen door die politie; de vaststelling niet regelmatig is in zoverre zij die
onderzoekingen en hun resultaat vermeldt; het arrest niet heeft vastgesteld dat er een ander bewijsmiddel bestond dan die onderzoekingen en hun voormeld resultaat; een vaststelling die is gedaan buiten de in artikel 1016bis van het Gerechtelijk Wetboek strikt bepaalde grenzen en die aldus het privé-leven op onrechtmatige wijze aantast, niet het bij die bepaling toegestane bewijs kan uitmaken; het arrest, door te steunen op het door de gerechtsdeurwaarder Lanckman op 5 januari 1988 opgestelde proces-verbaal, hoewel het niet het bewijs van overspel oplevert, aangezien de strikte voorwaarden van artikel 1016bis van het Gerechtelijk Wetboek niet zijn geëerbiedigd en het privé-leven van eiseres is aangetast, de genoemde bepaling schendt en artikel 8.1 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en het arrest, aangezien verweerder niet op regelmatige wijze het bewijs van overspel levert, wat hij hoorde te doen, zijn beslissing de echtscheiding te zijnen voordele toe te laten, niet naar recht verantwoordt (schending van de artikelen 1315 van het Burgerlijk Wetboek en 870 van het Gerechtelijk Wetboek en ook van artikel 229 van het Burgerlijk Wetboek) :
Over het middel :
Wat betreft het eerste onderdeel :
Overwegende dat naar luid van artikel 524 van het Gerechtelijk Wetboek, dat op het tijdstip van de litigieuze vaststelling van kracht was, de gerechtsdeurwaarder die tijdelijk verhinderd was om zijn ambt uit te oefenen, zich moest laten vervangen onder de in dat artikel bepaalde voorwaarden;
Overwegende dat artikel 1016bis van hetzelfde wetboek, luidens hetwelk de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een gerechtsdeurwaarder kan aanstellen om een overspel vast te stellen, niet afwijkt van genoemd artikel 524 en niet op straffe van nietigheid van de vaststelling die verplichting oplegt daarin te vermelden dat de bij artikel 524 voorgeschreven vereisten zijn in acht genomen;
Dat het arrest, door als bewijs van het overspel van eiseres de vaststelling aan te nemen die is opgemaakt door de gerechtsdeurwaarder Pierre Lanckman die optrad in vervanging van de gerechtsdeurwaarder Alain Vercruysse, die was aangesteld om de vaststelling te doen maar die verhinderd was om zulks te doen, de in dat onderdeel aangewezen wetsbepalingen niet schendt;
Wat het tweede onderdeel betreft :
Overwegende dat het aanstellen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van een gerechtsdeurwaarder die, vergezeld van een officier of een agent van gerechtelijke politie, belast is om de nodige vaststellingen te doen die wijzen op overspel, de opdracht omvat om de personen te identificeren waarop die vaststellingen betrekking hebben;
Overwegende dat de gerechtsdeurwaarder door een beroep te doen op de politie om eiseres op de openbare weg te identificeren, onmiddellijk na de door hem gedane vaststelling van overspel, en omdat eiseres had geweigerd haar identiteit kenbaar te maken, binnen de perken van de hem toevertrouwde opdracht is gebleven;
Dat het arrest, door op de aldus bewezen vaststelling te steunen, noch artikel 1016bis van het Gerechtelijk Wetboek, noch, bijgevolg, de andere in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen schendt;
Dat het middel faalt naar recht;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiseres in de kosten.