Hof van Cassatie: Arrest van 3 Januari 2006 (België). RG P051137N;P051249N
Summary :
De verzekeraar van een bij een verkeersongeval betrokken motorrijtuig, die op grond van artikel 29bis, W.A.M.-wet aan inzittenden van het betrokken voertuig vergoedingen heeft uitbetaald voor de bij dat ongeval geleden schade, kan zich voor de strafrechter als gesubrogeerde in de rechten van die inzittenden burgerlijke partij stellen tegen de aansprakelijke beklaagde die wegens het verkeersongeval wordt vervolgd, alsmede tegen de verzekeraar van zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid die gedwongen of vrijwillig in de strafprocedure is tussenbeide gekomen (1). (1) Zie Cass., 13 sept. 2000, AR P.00.0204.F, nr 465; 26 maart 2003, AR P.02.1609.F, nr 204.
Arrêt :
I
GENERALI BELGIUM nv, met zetel te 1050 Elsene, Louizalaan 149/1,
burgerlijke partij,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
1. R D J G,
beklaagde,
2. WINTERTHUR EUROPE VERZEKERINGEN nv, met zetel te 1000 Brussel, Kunstlaan 56,
gedwongen tussengekomen partij,
3. GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Liefdadigheidsstraat 33, bus 1,
vrijwillig tussengekomen partij,
verweerders.
II
WINTERTHUR EUROPE VERZEKERINGEN nv, reeds vermeld,
gedwongen tussengekomen partij,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
1. R D, reeds vermeld,
beklaagde,
2. L F R J,
burgerlijke partij,
3. GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, reeds vermeld,
vrijwillig tussengekomen partij,
4. BELGISCHE STAAT Minister van Landsverdediging, met zetel te 3800 Sint-Truiden, 4 Regionale Centrum voor Infrastructuur Luikersteenweg 371,
burgerlijke partij,
5. VALGAEREN I. en BERBEN P., in hun hoedanigheid van curatoren van het faillissement van JMD PIETER nv, met zetel te 3800 Sint-Truiden, Zoutleeuwsesteenweg 85/A,
burgerlijke partij,
6. GENERALI BELGIUM nv, reeds vermeld,
burgerlijke partij,
vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie.
verweerders.
III
GENERALI BELGIUM nv, reeds vermeld,
eiseres, burgerlijke partij,
vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
7. R D, reeds vermeld,
beklaagde,
8. WINTERTHUR EUROPE VERZEKERINGEN nv, reeds vermeld,
gedwongen tussengekomen partij,
9. GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, reeds vermeld,
vrijwillig tussengekomen partij,
verweerders.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Hasselt van 30 juni 2005.
De eiseres sub I en III doet zonder berusting afstand van haar cassatieberoepen in zoverre:
- het cassatieberoep van 8 juli 2005 gericht is tegen R.D. daar dit cassatieberoep is ingesteld vóór het verstrijken van de termijn van verzet;
- de cassatieberoepen tegen de beslissingen op haar burgerlijke rechtsvordering tegen R.D. en Winterthur Europe Verzekeringen daar die beslissingen geen eindbeslissingen zijn.
De eiseres sub II doet zonder berusting afstand van haar cassatieberoep tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvorderingen van Generali Belgium en L.F. tegen haar, daar die beslissingen geen eindbeslissingen zijn.
De eiseres sub I en III voert in memories die aan dit arrest zijn gehecht, eenzelfde middel aan.
De eiseres sub II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht.
Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Samenhang
1. De cassatieberoepen P.05.1137.N en P.05.1249.N zijn gericht tegen hetzelfde vonnis. Ze worden gevoegd.
Beoordeling van de afstand van de eiseres sub I en III
2. De afstand van het cassatieberoep van 8 juli 2005 kan worden verleend.
3. De beslissingen op de burgerlijke rechtsvordering tegen R.D. en Winterthur Europe Verzekeringen, zijn eindbeslissingen in zoverre de appelrechters oordelen dat Winterthur Europe Verzekeringen "niet gehouden (is) om aan de eiseres in haar hoedanigheid van WAM-verzekeraar tot vergoeding over te gaan".
De afstand kan in zoverre niet worden verleend.
Beoordeling van de afstand van de eiseres sub II
4. De afstand kan worden verleend.
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiseres sub III
5. Het cassatieberoep van 29 augustus 2005 is in zoverre het gericht is tegen het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, niet ontvankelijk omdat het een tweede cassatieberoep is.
Beoordeling van het middel van de eiseres sub I
6. Volgens de bepalingen van artikel 29bis, ,§ 1, WAM-wet wordt bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, hoofdelijk vergoed door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken.
Volgens artikel 29bis, ,§ 4, van dezelfde wet treedt de verzekeraar in de rechten van het slachtoffer tegen de in gemeen recht aansprakelijke derden.
7. Volgens artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan de burgerlijke rechtsvordering tezelfdertijd en voor dezelfde rechters vervolgd worden als de strafvordering.
8. Uit die bepalingen volgt dat de verzekeraar van een bij een verkeersongeval betrokken motorrijtuig, die op grond van voormeld artikel 29bis WAM-wet aan inzittenden van het betrokken voertuig vergoedingen heeft uitbetaald voor de bij dat ongeval geleden schade, zich voor de strafrechter als gesubrogeerde in de rechten van die inzittenden burgerlijke partij kan stellen tegen de aansprakelijke beklaagde die wegens het verkeersongeval wordt vervolgd, alsmede tegen de verzekeraar van zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid die gedwongen of vrijwillig in de strafprocedure is tussenbeide gekomen.
De inzittenden zelf kunnen hun vordering tegen de aansprakelijke beklaagde niet steunen op voormeld artikel 29bis WAM-wet omdat die vordering niet gestoeld is op het door de verzekerde gepleegde misdrijf. Dit belet niet dat de verzekeraar dit wel kan doen omdat hij op grond van artikel 29bis, ,§ 4, WAM-wet als gesubrogeerde wel vergoeding van de beklaagde kan terugvorderen in zover die aansprakelijk is voor het verkeersongeval.
9. Uit de vaststellingen van het vonnis blijkt dat eiseres WAM-verzekeraar is van een in het ongeval betrokken voertuig en aan het slachtoffer L.F. vergoedingen uitbetaalde op grond van artikel 29bis, ,§ 1, WAM-wet.
10. De beslissing van de appelrechters dat de strafrechter niet bevoegd is, is niet naar recht verantwoord.
11. Het middel is gegrond.
Beoordeling van het eerste middel van de eiseres sub II
12. De overweging dat eiseres gebonden is door het gezag van strafrechtelijk gewijsde met betrekking tot de aansprakelijkheid van R.D. is overtollig. Het bestreden vonnis oordeelt immers ook dat "het aan de hand van de gegevens van het dossier" vaststaat dat R.D. aansprakelijk is voor het ongeval. Dit is een zelfstandige reden die de beslissing draagt.
13. Het middel dat niet tot cassatie kan leiden, is dus niet ontvankelijk.
Beoordeling van het tweede middel van de eiseres sub II
10. De appelrechters beslissen dat "de rechtbank (...) geen kennis kan nemen van de vordering die (eiseres) in meest ondergeschikte orde op grond van artikel 25 1 b van de Modelpolis instelde ten opzichte van de burgerlijke partij L. F." op grond dat de regresvordering van contractuele aard is.
11. De daaropvolgende conclusie dat de vordering "derhalve ongegrond" is, kan de eiseres niet schaden.
12. Het middel is derhalve niet ontvankelijk.
Dictum
Verleent akte van de afstanden zoals hiervoor is bepaald.
Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van Generali Belgium nv tegen Winterthur Europe Verzekeringen nv.
Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.
Veroordeelt R.D en Winterthur Europe Verzekeringen nv in twee derden van de kosten van het cassatieberoep van Generali Belgium en laat de overige kosten ten laste van Generali Belgium.
Veroordeelt Winterthur Europe Verzekeringen in de kosten van haar cassatieberoep.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Tongeren, zitting houdende in hoger beroep.
Begroot de kosten in het geheel op 328,68 euro, waarvan op het cassatieberoep van Generali Belgium nv:
164,34 euro verschuldigd en op het cassatieberoep van Winterthur Europe Verzekeringen nv: 164,34 euro verschuldigd.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère en Dirk Debruyne en op de openbare terechtzitting van 3 januari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.