Hof van Cassatie: Arrest van 3 Mei 1994 (België). RG P940331N

Date :
03-05-1994
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19940503-7
Role number :
P940331N

Summary :

Naar recht verantwoord is de beslissing van de appelrechters die, bij de beoordeling van eisers opzet bij het zich schuldig maken aan verlating van familie, dezelfde feitelijke gegevens in aanmerking nemen als bij de beoordeling van zijn opzet om zijn onvermogen te bewerken, ook indien de strafvordering op grond van dit laatste wanbedrijf verjaard is. (Art. 391bis Sw.)

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 1 februari 1994 door het Hof van Beroep te Gent gewezen;
Over het tweede middel voor zover het betrekking heeft op de veroordeling wegens de telastlegging B :
Overwegende dat de appelrechters met de motieven vermeld op de zevende en de achtste bladzijde van het arrest uiteenzetten waarom zij van oordeel zijn dat eiser van 13 mei 1987 tot 23 juli 1987 voldoende inkomsten had om zijn onderhoudsverplichtingen na te komen; dat zij wat de periode vanaf 24 juli 1987 betreft zeggen : "er (is) in weerwil van wat (eiser) in conclusie voorhoudt geen tegenstrijdigheid in de gelijktijdige vervolging en/of veroordeling voor de tenlasteleggingen A en B, evenmin betekent deze gelijktijdige vervolging een schending van zijn rechten van verdediging nu zoals hiervoor uiteengezet werd (eiser) uit vrije wil en met bedrieglijk oogmerk geweigerd heeft inkomsten te verwerven en derhalve uit vrije wil insolvabel is geworden en gebleven. Dit impliceert uiteraard dat hij ook vrijwillig in gebreke is gebleven het onderhoudsgeld te betalen. Daarenboven zelfs wanneer hij in deze periode over geld beschikte zoals vb. zijn tegoed op rekening courant bij de CV Maryves heeft hij dit niet aangewend om zijn achterstallige betalingen aan onderhoudsgeld aan te zuiveren. Ook dit wijst op de manifeste onwil van (eiser) om aan zijn meest essentiële verplichtingen te voldoen";
Dat de appelrechters met deze motivering, enerzijds, de feitelijke gegevens die ze in aanmerking nemen bij de beoordeling van eisers opzet bij het plegen van de feiten van de telastlegging A hernemen bij de beoordeling van zijn opzet bij het plegen van de feiten van de telastlegging B; dat de omstandigheid dat de strafvordering wegens de telastlegging A vervallen zou zijn door verjaring hieraan niet in de weg staat; dat ze ermee, anderzijds, ook latere feiten in aanmerking nemen bij de beoordeling van eisers opzet bij het plegen van de feiten der telastlegging B;
Overwegende dat de appelrechters aldus eisers verweer verwerpen, daardoor zijn conclusie beantwoorden, en hun beslissing regelmatig met redenen omkleden en naar recht verantwoorden;
...