Hof van Cassatie: Arrest van 31 Maart 1993 (België). RG 372

Date :
31-03-1993
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19930331-12
Role number :
372

Summary :

Hoewel de begrippen invaliditeit en arbeidsongeschiktheid wezenlijk van elkaar verschillen, aangezien de tweede niet noodzakelijk volgt uit de eerste, dienen de appelrechters van geval tot geval op grond van de omstandigheden van de zaak die zij in feite en dus op onaantastbare wijze beoordelen, na te gaan op de door de slagen veroorzaakte invaliditeit al dan niet een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge heeft gehad. ( Artt. 392, 398, 399 en 400, Strafwetboek. )

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 28 oktober 1992 door het Hof van Beroep te Luik gewezen;
I. ...
Over het middel :
Overwegende dat het middel betoogt dat de bevindingen van het deskundigenverslag geen voldoende grond verschaffen om het misdrijf dat was omschreven als opzettelijk toebrengen van slagen die een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben, tegen eiser bewezen te verklaren;
Overwegende dat volgens het arrest de geneesheer-deskundige een invaliditeit van 2 pct. heeft aangenomen;
Overwegende dat, hoewel de begrippen invaliditeit en arbeidsongeschiktheid wezenlijk van elkaar verschillen, aangezien de tweede niet noodzakelijk volgt uit de eerste, de appelrechters van geval tot geval op grond van de omstandigheden van de zaak, die zij in feite en dus op onaantastbare wijze beoordelen, dienen na te gaan of door de slagen veroorzaakte invaliditeit al dan niet een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad;
Overwegende dat het arrest eiser veroordeelt wegens overtreding van artikel 400 van het Strafwetboek op de enkele grond dat een blijvende invaliditeit het bestaan van een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid impliceert, zonder na te gaan of de invaliditeit die de heer Tonneau had opgelopen ten gevolge van de hem door eiser toegebrachte slagen een blijvende arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben gehad; dat het arrest aldus niet naar recht verantwoord is;
Dat, in zoverre, het middel gegrond is;
Om die redenen, zonder dat er grond bestaat tot onderzoek van de overige middelen die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de strafvordering wegens de telastlegging A1 en over de door Philippe Tonneau en door het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten tegen eiser ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen, behalve in zoverre het beslist dat Philippe Tonneau ten minste voor de helft aansprakelijk is voor de door hem geleden schade en het bedrag van die schade begroot op het bedrag van 57 625 frank; verwerpt het cassatieberoep voor het overige; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; veroordeelt eiser in de helft van de kosten; laat het overige van die kosten ten laste van de Staat; verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.