Hof van Cassatie: Arrest van 4 September 1991 (België). RG 9198

Date :
04-09-1991
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19910904-4
Role number :
9198

Summary :

Wanneer het O.M. tegen een verstekvonnis niet in hoger beroep is gekomen, kan de appelrechter, die uitspraak doet op het hoger beroep van het O.M. tegen het op verzet van de beklaagde gewezen vonnis, de door het verstekvonnis uitgesproken straf niet verzwaren. ( Artt. 187, 188, 202 en 203 Wetboek van Strafvordering. )

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.
HET HOF; - Gelet op de vordering van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, luidend als volgt :
"Aan de tweede kamer van het Hof van Cassatie.
De ondergetekende procureur-generaal heeft de eer hierbij uiteen te zetten dat de Minister van Justitie hem bij schrijven van 7 mei 1991, Bestuur voor burgerlijke en criminele zaken, nr. 7/SDP/CAN/648 - JD/CM.37, ermee belast heeft bij het Hof, overeenkomstig artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering, aangifte te doen van het op 30 maart 1990 door de Correctionele Rechtbank te Charleroi in hoger beroep gewezen en in kracht van gewijsde gegane vonnis, in zoverre dat vonnis de genoemde Van Kerckhove Vincent, geboren op 3 april 1970, te La Hestre, wonende te Chapelle-lez-Herlaimont (Godarville), rue de Nivelles 121, wegens de telastleggingen A (artikel 8.3, tweede lid, van het Wegverkeersreglement), B (artikel 10.1.1° van dat reglement) en C (artikel 10.1.3° van dat reglement) veroordeelt tot één enkele geldboete van dertig frank (of tot een vervangende gevangenisstraf van acht dagen).
Wegens elk van dit ten laste gelegde feiten was beklaagde op 18 oktober 1989 door de Politierechtbank te Seneffe bij verstek veroordeeld tot een geldboete van tien frank (of een vervangende gevangenisstraf van twee dagen). Tegen dat vonnis had hij verzet gedaan en het openbaar ministerie had geen hoger beroep ingesteld.
Wanneer het openbaar ministerie, zoals te dezen, geen hoger beroep heeft ingesteld tegen het verstekvonnis, mag de appelrechter bij de uitspraak op het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen het op verzet gewezen vonnis de bij het verstekvonnis uitgesproken straf niet verzwaren. Het appelgerecht, dat de door de eerste rechter uitgesproken politiegeldboeten vervangt door een correctionele geldboete, verzwaart aldus de straf, ook al gaat het bedrag van die geldboete het totaalbedrag van de door de eerste rechter uitgesproken geldboete niet te boven.
De door het vonnis van 30 maart 1990 wegens de telastleggingen A, B en C uitgesproken veroordeling is dus onwettig.
Om die redenen, vordert de ondergetekende procureur-generaal dat het aan het Hof moge behagen het aangegeven vonnis te vernietigen, in zoverre het Vincent Van Kerckhove wegens de telastleggingen A, B en C veroordeelt, te bevelen dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde beslissing en de aldus beperkte zaak te verwijzen naar een andere correctionele rechtbank, rechtdoende in hoger beroep.
Brussel, 5 juni 1991.
Voor de procureur-generaal,
De eerste advocaat-generaal,
(get.) J. Velu."
Gelet op artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering, met aanneming van de gronden van die vordering; vernietigt het aangegeven vonnis, dat op 30 maart 1990 in hoger beroep is gewezen door de Correctionele Rechtbank te Charleroi, in zoverre het Vincent Van Kerckhove wegens de telastleggingen A, B en C veroordeelt; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Bergen, zitting houdende in hoger beroep.