De beslissing, waarbij de commissie tot bescherming van de maatschappij een aanvraag tot invrijheidstelling van de geïnterneerde verwerpt, moet vaststellen dat de procureur des Konings gehoord werd, doch zij moet niet preciseren welke mening hij heeft geuit. (Wet tot bescherming van de maatschappij, art. 16, lid 3, en art. 18, lid 1 en 2.)
Arrêt :
The full and consolidated version of this text is not available.