Arbeidshof: Arrest van 22 November 1978 (Bergen (Bergen)). RG 75/390

Date :
22-11-1978
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19781122-6
Role number :
75/390

Summary :

Aangezien de kosten eenzijdig werden gedaan door de sociale verzekeringskas omwille van de foutieve nalatigheid van de betrokkene moet hij worden veroordeeld tot de kosten krachtens artikelen 1017, lid 1 van het Gerechtelijk Wetboek en 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek. De kosten van herinnering en aanmaning door de verzekeringskas gedaan krachtens artikel 16, alinéa 1 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 behoren niet tot het toepassingsgebied van artikelen 20, alinéa 5 van het koninklijk besluit nr. 38 en 47 van het koninklijk besluit van 19 december 1967, daar geintimeerde geen achterstallige bijdragen voor het jaar 1975 verschuldigd is, aangezien hij zijn zelfstandige aktiviteit stopzette in 1974. Bovendien werden die kosten niet gedaan teneinde het recht op uitkeringen te bekomen. Omwille van de niet-toepasselijkheid van artikel 1018 van het Gerechtelijk Wetboek en van artikelen 20, alinéa 5 van het koninklijk besluit nr. 38 en 47 van het koninklijk besluit van 19 december 1967 moet geintimeerde worden veroordeeld tot de kosten van herinnering en aanmaning op grond van zijn fout, waarvoor hij verantwoordelijk is (art. 1382 en 1383, B.W.) en waardoor de verzekeringskas, appellante, ten belope van die kosten schade werd berokkend.

Arrêt :

The full and consolidated version of this text is not available.