Arbeidshof: Arrest van 14 Februari 2008 (Brussel). RG 49.170 ,49.883
- Section :
- Case law
- Source :
- Justel N-20080214-1
- Role number :
- 49.170 ,49.883
Summary :
Het geschil dat werd aanhangig gemaakt bij de arbeidsrechtbank tussen enerzijds een werkgever en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening met betrekking tot de beslissing van deze laatste de tijdelijke werkloosheid voor de werknemers van de onderneming in de toekomst niet meer te aanvaarden, tenzij de werkgever nieuwe elementen zou inroepen en anderzijds tussen een werknemer van voormelde werkgever en de R.V.A. met betrekking tot dezelfde tijdelijke werkloosheid die het voorwerp uitmaakte van het verhaal dat ingesteld werd door de werkgever, is geen onsplitsbaar geschil, ook al vernietigde de rechtbank de bestreden beslissing van de Directeur van het werkloosheidsbureau.
Arrêt :
Rep.Nr.
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL
ARREST
OPENBARE TERECHTZITTING VAN VEERTIEN FEBRUARI TWEEDUIZEND EN ACHT
7de KAMER
Not. 580, 2° G.W.
Werkloosheid
Tegensprekelijk
Definitief
A.R. 49.170
In de zaak:
RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel,
appellant, geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mr. J. De Ketelaere, advocaat te 3000 Leuven.
Tegen:
B.V.B.A. GUY COLSOUL RALLYSPORT, (ondernemingsnummer 0449 165 626), met zetel te 3400 Landen, Roosveld 12,
geïntimeerde, appellante op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mr. Duchateau loco Mr. M. Dewael, advocaat te 3400 Landen.
En in de zaak:
A.R. 49.883
RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Keizerslaan 7,
appellant, vertegenwoordigd door Mr. J. De Ketelaere, advocaat te 3000 Leuven.
tegen :
M. T.,
geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Duchateau loco Mr. M. Dewael, advocaat te 3400 Landen.
Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit :
Gelet op de toepasselijke wetgeving en onder meer :
- Het Gerechtelijk Wetboek.
- De wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
- De besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
Gelet op de stukken van rechtspleging en onder meer :
- Het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank van Brussel op 2 oktober 2006, dat op 6 oktober 2006 ter kennis van de R.V.A. gebracht werd.
- Het verzoekschrift tot hoger beroep van de R.V.A. tegen de b.v.b.a. COLSOUL, ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 30 oktober 2006 (A.R. n° 49.170).
- Het verzoekschrift tot hoger beroep van de R.V.A. tegen de Heer M., ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 25 mei 2007 (A.R. n° 49.883).
- De besluiten in hoger beroep door de geïntimeerde neergelegd op 27 november 2006.
Gehoord de partijen ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2007, waarna de debatten gesloten werden.
Gezien de twee schriftelijke adviezen van de heer André, Substituut-generaal, eensluidend m.b.t. tot het tegen M. ingestelde hoger beroep (A.R. n° 49.883) en niet eensluidend m.b.t. tot het tegen de b.v.b.a. COLSOUL ingestelde hoger beroep (A.R. n° 49.170), beide neergelegd op 10 oktober 2007.
Gezien de repliek door de R.V.A. neergelegd op 26 oktober 2007 in beide zaken.
Wegens samenhang zullen de tegen de b.v.b.a. COLSOUL en de Heer M. ingestelde hogere beroepen samengevoegd en berecht worden (artikel 30 van het Gerechtelijk wetboek).
I. DE BESLISSING VAN DE R.V.A.
Op 16 juni 2005 schrijft de R.V.A. aan de b.v.b.a. RALLYSPORT COLSOUL GUY dat :
- vanaf 1 oktober 2005 de tijdelijke werkloosheid voor de werknemers van de onderneming niet meer aanvaard zou worden, voor zover de b.v.b.a. COLSOUL vóór deze datum geen nieuw element zou inroepen.
De R.V.A. meende inderdaad dat de b.v.b.a. COLSOUL op permanente wijze gebruik maakte van tijdelijke werkloosheid zodat zij de tijdelijke werkloosheid niet aanwendde om periodes van verminderde activiteit te overbruggen of om tijdelijke fluctuaties van het werkvolume op te vangen.
II. HET VONNIS
De b.v.b.a. COLSOUL tekent beroep aan tegen deze kennisgeving voor de Arbeidsrechtbank te Leuven. De Heer M. komt vrijwillig tussen.
Met het vonnis van 2 oktober 2006 van de Arbeidsrechtbank te Leuven:
- Worden de twee vorderingen ontvankelijk verklaard.
- Wordt de beslissing van de R.V.A. van 16 juni 2005 vernietigt, daar die zonder rechtsgrond en dan ook niet op een rechtsgeldige wijze genomen is.
- Wordt verklaard dat de R.V.A. geen schadevergoeding verschuldigd is aan de b.v.b.a. COLSOUL, daar zij geen schade bewijst.
Het vonnis is op 6 oktober 2006 ter kennis van de R.V.A. gebracht.
III. DE HOGERE BEROEPEN
Op 30 oktober 2006 stelt de R.V.A. hoger beroep in tegen de b.v.b.a. COLSOUL. Pas op 25 mei 2007 echter stelt die beroep in tegen de Heer M..
De R.V.A. verzoekt het vonnis gedeeltelijk te hervormen en :
- De Heer M. af te wijzen van zijn vordering in tussenkomst wegens afwezigheid van belang.
- De beslissing van 16 juni 2005 te bevestigen.
De b.v.b.a. COLSOUL dient een incidenteel beroep in en verzoekt :
- De R.V.A. te veroordelen tot het betalen van 15.592,12 EURO schadevergoeding.
IV. DE FEITEN
De b.v.b.a. COLSOUL baat een garagebedrijf uit. Zij ressorteert onder het paritair comité 112 van het garagebedrijf.
Deze vennootschap is echter uitsluitend actief in het rally-gebeuren. Zij koopt voertuigen aan, past die aan tot rally-voertuigen en verhuurt de aangepaste voertuigen aan rallyteams. Zij koopt voertuigen van het type Mitsubishi Lancer Evo bij een Duitse verdeler. Haar activiteit heeft een seizoengebonden karakter.
De Heer M. is bij de b.v.b.a. COLSOUL sinds 1997 als werkman tewerkgesteld.
Tussen 1992 en 2001 kent de b.v.b.a. COLSOUL een hogere graad van tijdelijke werkloosheid : van 20 % tot 30 % (in 1994 : 34 %), maar geen in het 2de kwartaal van elk jaar (wel in 2001 : 46,97 %) en veel tijdens het 3de kwartaal (weinig in 2001 : 3,70 %).
In 2002 kent zij veel werkloosheid, het hele jaar door (34 %, hetzij respectievelijk 17 %, 40 %, 17 % en 61 % per kwartaal).
Op 16 juli 2003 start de R.V.A. een onderzoek m.b.t. de tijdelijke werkloosheid bij de bvba COLSOUL.
Op dat tijdstip zijn 8 werklieden regelmatig tewerkgesteld, die werkloosheid kennen. Een van hen is de Heer M..
In een verklaring van 19 augustus 2003 wijt de zaakvoerder het werkloosheidspercentage aan de moeilijke situatie in de rallysport, en aan de gebrekkige levering van stukken door leveranciers. Het stijgend werkloosheidspercentage is te wijten aan de stopzetting van de activiteiten van de verdeler van stukken. De zaakvoerder denkt eraan een bijkomende activiteit (rijschool) te creëren omdat de rallysport moeilijke tijden kent. Op dat moment kan de onderneming slechts 1 werkdag per week garanderen aan de 8 werknemers die gebruik maken van tijdelijke werkloosheid.
Op 28 augustus 2003 stuurt de R.V.A. aan de b.v.b.a. COLSOUL een "verwittiging" naar aanleiding van een "onderzoek aangaande het gebruik van tijdelijke werkloosheid" in de onderneming :
- Het hoge werkloosheidspercentage is onvoldoende gerechtvaardigd, zodat er twijfel is omtrent de vraag of de b.v.b.a. COLSOUL terecht de uitvoering van de arbeidsovereenkomsten schorst in toepassing van art. 51 van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 (AOW).
- Na 1 jaar zal de situatie opnieuw geëvalueerd worden. Indien dan blijkt dat het te hoge werkloosheidspercentage aanhoudt en dat de b.v.b.a. COLSOUL geen of onvoldoende inspanningen geleverd heeft om het te laten dalen, kan dat tot gevolg hebben dat de tijdelijke werkloosheid niet, of nog slechts in beperkte mate, aanvaard wordt en dat er bijgevolg geen uitkeringen meer toegekend worden aan de werknemers.
Van september tot december 2003 kent de b.v.b.a. COLSOUL geen werkloosheid. Voor het ganse jaar 2003, telt zij 788 dagen tijdelijke werkloosheid met 8 werklieden.
Op 1 maart 2004 ontslaat de b.v.b.a. COLSOUL een werkman.
Het jaar 2004 blijkt slecht te zijn daar er weinig rally's georganiseerd worden : 1125,5 werkloos-heidsdagen voor (oorspronkelijk 8, vanaf maart) 7 werklieden.
Op 31 maart 2005 ontslaat de b.v.b.a. COLSOUL een tweede werkman.
In 2005 zijn er problemen tussen Mitsubischi en de Duitse verdeler.
Op het einde van de maand april 2005 telt de onderneming 307 tijdelijke werkloosheidsdagen, voor (oorspronkelijk 7, vanaf april) 6 werklieden.
De R.V.A. voert een nieuw onderzoek naar aanleiding van de tijdelijke werkloosheid.
Op 2 juni 2005 verklaart de zaakvoerder dat hij geen wagen of wisselstukken kan kopen omdat de verdeler in Duitsland gesloten is. Pas op het einde van het jaar zal hij opnieuw auto's kunnen kopen. Plannen voor de rijschool bestaan nog steeds, een vergunning wordt verwacht (de gemeente verklaart echter dat er geen vergunning aangevraagd is). In de directe voorbereiding op een rally (tien tot zeven dagen voor de rally) werken alle werknemers samen; een kleinere ploeg van polyvalente werklieden helpt dus niet.
Op 16 juni 2005 gaat de R.V.A. over tot de bestreden kennisgeving.
Op 26 september 2005 deelt de b.v.b.a. COLSOUL aan de arbeiders mee dat de arbeid volledig geschorst wordt, voor een periode van vier weken(11 oktober tot 7 november 2005). Op 29 september 2005 laat de R.V.A. aan de b.v.b.a. COLSOUL weten dat de economische werkloosheid niet aanvaard wordt.
In de maand oktober worden 6 arbeiders gedurende 15 werkdagen tewerkgesteld, en worden de arbeidsovereenkomsten voor 6 onbetaalde vakantiedagen geschorst. Er is dan ook geen werkloosheid.
Op 21 oktober 2005 deelt de b.v.b.a. COLSOUL aan de arbeiders mee dat de arbeid volledig geschorst wordt, voor een nieuwe periode van vier weken (15 november tot 12 december). Op 25 oktober 2005 laat de R.V.A. aan de b.v.b.a. COLSOUL weten dat de economische werkloosheid niet aanvaard wordt.
In de maand november worden 6 arbeiders gedurende 16 werkdagen tewerkgesteld, gedurende 2 feestdagen betaald, en worden de arbeidsovereenkomsten gedurende 4 onbetaalde vakantiedagen geschorst. Er is dan ook geen werkloosheid.
In de maand december worden 5 arbeiders gedurende 17 werkdagen tewerkgesteld, gedurende 2 feestdagen betaald, en wordt de arbeidsovereenkomst gedurende 3 onbetaalde vakantiedagen of toegestane afwezigheid geschorst. Geen loonfiche van de Heer M. wordt neergelegd.
V. DISCUSSIE
A. Beslissing van 16 juni 2005
Krachtens art. 7, §1 i) van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders heeft de R.V.A. o.m. tot taak, met de hulp van de betalingsinstellingen, aan de onvrijwillige werklozen de uitbetaling van de hun verschuldigde uitkeringen te verzekeren.
Krachtens art. 51 van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 (AOW) kan bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden geheel of gedeeltelijk geschorst worden.
Overeenkomstig art. 44 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloos-heidsreglementering zijn in dit geval, tegen bepaalde voorwaarden, aan de werklieden werkloosheidsuitkeringen verschuldigd. De werklieden zijn inderdaad zonder arbeid en zonder loon wegens omstandigheden onafhankelijk van hun wil.
Krachtens art. 51 AOW, dient de werkgever minstens zeven dagen vooraf aan de R.V.A. mededeling toe te zenden van de kennisgeving aan de betrokken(e) werknemer(s). De werkgever dient in deze mededeling de economische redenen te vermelden die de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst rechtvaardigen.
Uit deze bepalingen volgt dat de R.V.A. de werkelijkheid van de economische oorzaken van de werkloosheid beoordeelt (zie Cass., 20 september 2004, Chr. D.S., 2005, blz. 23).
Waanneer zoals in huidig geval, een onderneming voortdurend een bepaalde percentage van werkloosheidsdagen kent, die zij aan tijdelijke economische oorzaken wijt, zodanig dat praktisch elke maand de arbeidsovereenkomsten van praktisch alle werklieden geschorst worden en werkloosheidsuitkeringen aangevraagd worden, kan de R.V.A. een standpunt innemen met betrekking tot de oorzaak van de werkloosheid in de onderneming voor de toekomst en dit standpunt aan de werkgever laten kennen, en in het algemeen onder voorbehoud van nieuwe elementen (hier, de kennisgeving van 16 juni 2005), en na mededeling door de werkgever van de kennisgeving van tijdelijke werkloosheid aan de betrokken(e) werknemer(s)(hier, de kennisgevingen van 29 september 2005 en 25 oktober 2005), en na individuele aanvragen op werkloosheidsuitkeringen van de werklieden (hier, geen werkloosheidsuitkeringen aanvraag na 16 juni 2005).
Zo uitoefent inderdaad de R.V.A. zijn bevoegdheid uit om de werkelijkheid van de economische oorzaken van de werkloosheid te beoordelen. Daar praktisch elke maand de arbeidsovereenkomsten van praktisch alle werklieden geschorst worden en werkloosheidsuitkeringen aangevraagd worden, slaat het standpunt van de R.V.A. in deze omstandigheden op de oorzaak van het gebrek aan werk in de onderneming, zoals dit effectief gebeurt op de dag waarop de werkloosheidsuitkeringen aangevraagd zouden kunnen worden.
De kennisgeving van 16 juni 2005 is degelijk gemotiveerd, met de vaststelling dat de b.v.b.a. COLSOUL op permanente wijze gebruik maakt van tijdelijke werkloosheid zodat zij de tijdelijke werkloosheid niet aanwendt om periodes van verminderde activiteit te overbruggen of om tijdelijke fluctuaties van het werkvolume op te vangen.
B. Belang van de werkgever, om de kennisgeving voor de rechtbank aan te vechten
De werkgever heeft er belang bij, deze kennisgevingen voor de rechtbank aan te vechten, en, ten minste, voor recht te laten verklaren dat de R.V.A. onterecht de beslissing genomen heeft om voortaan alle tijdelijke werkloosheid in de onderneming te weigeren (zie Arbh. Luik, 12 december 1996, J.T.T., 1998, blz. 198, in het bijzonder blz. 199, 3de kolom)
De beslissing heeft inderdaad ernstige gevolgen voor de werkgever : die doet het risico ontstaan dat, behoudens nieuw of afwijkend element, in een zeer nabije toekomst geen werkloosheidsuitkeringen aan de werklieden uitbetaald zullen worden. Die kennisgeving verplicht aldus de werkgever om een ander personeelsbeleid te voeren, met het oog op het vermijden van geschillen : geen schorsing meer van de arbeidsovereenkomsten, in voorkomend geval tot bepaald ontslag van één of meer werknemers over te gaan, enz. De werknemer hoeft niet te wachten alvorens naar de rechtbank te stappen, tot op de dag waarop uitkeringen effectief geweigerd zijn aan een bepaalde werkman voor een bepaalde periode (art. 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek - Arbh. Luik, 12 december 1996, sprl E.L. t/ R.V.A., A.R. 4.962/94; zie eveneens m.b.t. het belang van de werkgever om de beslissing aan te vechten die door de R.V.A. werd genomen na mededeling door de werkgever van de kennisgeving van tijdelijke werkloosheid aan de werknemers : Arbh. Antwerpen, 4 mei 1998, Soc. Kron. 1999, p. 88).
C. Laattijdigheid van het hoger beroep tegen de Heer M. (Hoger beroep tegen de Heer M. onontvankelijk)
De R.V.A. heeft pas op 25 mei 2007 tegen de Heer M. hoger beroep aangetekend, hetzij meer dan een maand na de kennisgeving van 6 oktober 2006.
Overeenkomstig art. 1051 van het Gerechtelijk Wetboek is het hoger beroep tegenover de Heer M. laattijdig, en dan ook onontvankelijk.
D. Geen onsplitsbaarheid van het geschil (Hoger beroep tegen b.v.b.a. COLSOUL toelaatbaar en ontvankelijk)
Het hoger beroep tegen de b.v.b.a. COLSOUL is wel binnen de maand van de kennisgeving aangetekend (kennisgeving op 6 oktober 2006, hoger beroep op 30 oktober 2006).
Een geschil is onsplitsbaar wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderlinge beslissingen waartoe het aanleiding (kan) geven materieel onmogelijk is (artikel 31 van het Gerechtelijk Wetboek).
In huidig geval is die gezamenlijke tenuitvoer-legging materieel wel mogelijk. Het geschil is dan ook niet onsplitsbaar. Het hoger beroep tegen de b.v.b.a. COLSOUL is dan ook toelaatbaar, zelfs als het hoger beroep tegen de Heer M. onontvankelijk is.
Met het bestreden vonnis werd inderdaad de kennisgeving van 16 juni 2005 tegenover de Heer M. geannuleerd. Dit belet de R.V.A. niet om een individuele beslissing te nemen, in het geval dat de Heer M. een aanvraag op werkloosheidsuitkeringen indient. Wel zou de R.V.A. zodoende niet op de kennisgeving van 16 juni 2005 kunnen rusten (Bovendien beweert geen van de partijen, dat de heer M. effectief na 16 juni 2005 uitkeringen wegens tijdelijke werkloosheid aangevraagd heeft).
Met betrekking tot de b.v.b.a. COLSOUL kan het Arbeidshof de kennisgeving van 16 juni 2005 bevestigen of annuleren, het kan ook verklaren dat de R.V.A. terecht of onterecht de beslissing genomen heeft om voortaan alle tijdelijke werkloosheid in de onderneming te weigeren.
In elk geval is de gezamenlijke tenuitvoerlegging van het arrest en van het vonnis materieel mogelijk.
Het hoger beroep tegen de b.v.b.a COLSOUL is dan ook toelaatbaar. Het is eveneens ontvankelijk.
E. Geen tijdelijke werkloosheid (Hoger beroep tegen de b.v.b.a. COLSOUL gegrond)
Krachtens art. 51 AOW kan bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden geheel of gedeeltelijk geschorst worden.
Het moet gaan om economische oorzaken die een tijdelijk gebrek aan werk veroorzaken, nu zij aanleiding geven tot schorsing van de arbeidsovereenkomst. Het is overigens inherent aan het begrip schorsing dat de verbintenissen van partijen slechts tijdelijk worden opgeschort (Arbh. Brussel, 6 november 2006, J.T.T., 2007, blz. 127).
In geval van vertraging van de activiteiten van de onderneming, b.v. wegens het teruglopen van het aantal bestellingen, kan er sprake zijn van gebrek aan werk wegens economische oorzaken. Wanneer de vertraging van de activiteiten evenwel gedurende meerdere jaren blijft voortduren is er in de regel geen sprake meer van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken (Arbh. Luik, 12 december 1996, J.T.T., 1998, blz. 1998).
In huidig geval is het gebrek aan activiteit met zekerheid blijven voortduren gedurende : het 4de kwartaal van 2001 (26,71 %), de vier kwartalen van 2002 (respectievelijk 17 %, 40%, 17 % en 61 %), de drie eerste kwartalen van 2003 (respectievelijk 309, 160 en 319 werkloosheidsdagen per trimester voor 8 werklieden), de 1ste, 2de en 4de kwartalen van 2004 (respectievelijk 475,5 dagen voor 8 werklieden, 247,5 dagen voor 7 werklieden en 332,5 dagen voor 7 werklieden), de vier kwartalen van 2005 (284 dagen voor 7 werklieden tijdens het 1ste kwartaal, activiteit naar de verklaringen van de zaakvoerder en de vaststellingen van de controleur niet op een hoog niveau tijdens de 2de en 3de kwartalen, vele dagen inactiviteit tijdens het 4de kwartaal).
Het werkloosheidspercentage is uitzonderlijke hoog geweest in 2002 (34 %) en 2004 (1125,5 dagen voor 7 werklieden).
Uitsluitend tijdens het 3de kwartaal 2004 is het werkloosheidspercentage tot een redelijk laag niveau gedaald (70 dagen voor 7 werklieden), en misschien nog tijdens het 4de kwartaal 2003. Na het eerste onderzoek van de R.V.A. kunnen echter de activiteiten geschorst of zeer laag geweest zijn, zonder werkloosheid (vakantie, onbetaalde schorsingsdagen) : sinds 1997 is het werkloosheidspercentage tijdens het 4de kwartaal steeds hoog geweest.
De door de b.v.b.a. COLSOUL vermelde redenen blijken dan nog voort te duren, van 2003 tot 2005 : moeilijke situatie van de rallysport, problemen met de levering van stukken, geen bijkomende activiteit.
In deze omstandigheden kende de b.v.b.a. COLSOUL in 2005 geen werkloosheid omwille van gebrek aan werk wegens economische oorzaken, in de zin van 51 AOW.
De R.V.A. heeft terecht de beslissing genomen om voortaan alle tijdelijke werkloosheid in de onderneming te weigeren - behoudens nieuw of afwijkend element.
F. Geen schadevergoeding (Incidenteel hoger beroep van de b.v.b.a. COLSOUL ontvankelijk maar ongegrond)
Het incidenteel hoger beroep van de b.v.b.a. COLSOUL is regelmatig naar vorm en is derhalve ontvankelijk.
Het is echter ongegrond. Daar de R.V.A. terecht de beslissing genomen heeft om voortaan alle tijdelijke werkloosheid in de onderneming te weigeren, is geen schadevergoeding verschuldigd.
OM DEZE REDENEN :
De zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel;
Recht doende op tegenspraak.
Voegt de hogere beroepen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (R.V.A.) tegen de b.v.b.a RALLYSPORT COLSOUL GUY (A.R. 49.170) en tegen de Heer M. (A.R. 49.883) wegens hun samenhang samen.
Verklaart het hoger beroep van de R.V.A. tegen de Heer M. onontvankelijk.
Verklaart het hoger beroep van de R.V.A. tegen de b.v.b.a. RALLYSPORT COLSOUL GUY toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond.
Verklaart het incidenteel hoger beroep van de b.v.b.a. RALLYSPORT COLSOUL GUY tegen de R.V.A. ontvankelijk maar ongegrond.
Hervormt het bestreden vonnis, uitsluitend tussen de R.V.A. en de b.v.b.a. COLSOUL en m.b.t. de beslissing van 16 juni 2005.
Opnieuw recht doende :
Verwerpt het verhaal van de b.v.b.a. RALLYSPORT COLSOUL GUY tegen de beslissing van de R.V.A. van 16 juni 2005.
Verklaart dat de b.v.b.a. RALLYSPORT COLSOUL GUY in 2005 geen werkloosheid kende omwille van gebrek aan werk wegens economische oorzaken in de zin van art. 51 van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978.
Bevestigt het bestreden vonnis tussen de R.V.A. en de b.v.b.a. RALLYSPORT COLSOUL GUY voor het overige.
Legt de kosten van hoger beroep, overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ten laste van de R.V.A., kosten die tot op heden voor de b.v.b.a. RALLYSPORT COLSOUL GUY en de Heer M. op 291,50 EUR begroot zijn.
Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel op veertien februari tweeduizend en acht.
Waar aanwezig waren :
mevrouw M. DELANGE, Raadsheer
de heer J. BOULOGNE, Raadsheer in Sociale zaken als werkgever
de heer K. GACOMS, Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer arbeider
mevrouw G. DE SAEDELEER, Griffier
G. DE SAEDELEER M. DELANGE
K. GACOMS J. BOULOGNE