Arbeidshof: Arrest van 20 Oktober 1980 (Brussel). RG 10818
Summary :
De werkgever wier exploitatiezetel gevestigd was te Brussel en personeel tewerkgestelde in een kleine afdeling organisch behorend tot deze exploitatiezetel, maar gevestigd te Zaventem in het Nederlands Taalgebied, dankte een franstalig lid van dat personeel af om dringende redenen bij aangetekend schrijven gesteld in de Franse taal, zulks overeenkomstig de bepalingen van artikel 52 §1 lid 2 van het K.B. 1871966, zijnde de Bestuurstaalwet; Krachtens artikel 5 van het Taaldecreet moest het ontslag gesteld worden in de Nederlandse taal, omdat betrokkene was tewerkgesteld in het Nederlands Taalgebied. Na deze conflictsituatie te hebben vastgesteld, vorderde de werkgever de verzending naar de Raad van State afdeling bevoegdheidsconflicten, ten einde dit bevoegdheidsconflict te horen regelen; In tegenstelling met wat appellante voorhoudt is het Hof van oordeel dat er in casu geen conflict in de zin van artikel 59 bis, §8 van de Grondwet is tussen artikel 52, §1, lid 2 van voornoemd Koninklijk Besluit en voormelde bepalingen van het Taaldecreet van 19 juli 1973; de conflictsituaties bedoeld bij gezegd artikel 59 bis, §8 van de Grondwet zijn bevoegdheidsconflicten, wat in casu geenszins het geval is, daar noch de wetgever noch de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap hun respectieve bevoegdheden hebben overschreden bij de uitvaardiging van de in een vermeende conflictsituatie gestelde rechtsregelen (P. Van Orshoven, Het conflict tussen Taaldecreet en Bestuurswet ; bedenkingen bij een Cassatiearrest van 11 juni 1979, R.W. 1979-80, kol. 1523 - 1531; R. Vekeman, Het eerste bevoegdheidsconflict tussen de wet en het decreet voor het Hof van Cassatie en de wetgevende Kamers, R.W. 1979-80, kol. 2403-2412); Voor zover nu voormelde Bestuurstaalwet bepalingen bevat die van toepassing zijn binnen het domein van gelding van het Taaldecreet, zijn gene wanneer zij strijdig zijn met de bepalingen van dit decreet door deze laatste impliciet opgeheven, zulks overeenkomstig het algemeen aanvaard rechtsbeginsel dat een latere wet uitdrukkelijk of stilzwijgend, geheel of gedeeltelijk, een vroegere wet kan wijzigen of teniet doen, beginsel dat eveneens geldt voor het decreet, krachtens het principe van artikel 59 bis, §4 van de Grondwet (A.H. Brussel, 3e K., 16 september 1980, A.R. 8241, inzake De Groot t N.V. Wanson, onuitgegeven; cfr. : Lenaerts, supra); In onderhavige zaak diende dienvolgens, omdat geïntimeerde door appellante was tewerkgesteld te Zaventem en deze gemeente behoort tot het Nederlands Taalgebied, de opzeggingsbrief te worden gesteld in de Nederlandse taal bij toepassing van de artikelen 1, 2, 3, 4 §1 en 5 van het Taaldecreet; Voor zover artikel 52, §1, lid 2 van de Bestuurstaalwet aan appellante de verplichting zou opleggen dezelfde opzeggingsbrief op te stellen in de Franse taal is deze wetsbeschikking opgeheven door voornoemde bepalingen van het Taaldecreet, omdat het Taaldecreet van latere datum is en geen rechten ontneemt of verplichtingen oplegt aan appellante die de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap niet mocht opleggen of ontnemen (A.H. Brussel, 3e K., 16 september 1980, supra);
Arrêt :
The full and consolidated version of this text is not available.