De zelfstandigheid van een agent wordt niet verhinderd door de verplichting de opdrachtgever in te lichten over alle behandelde zaken en hem alle nuttige inlichtingen te verstrekken. Dergelijke verplichting vloeit voort uit de voorwaarde van goede gang van de onderneming. Het vaststellen van een verkoopsgebied en het verbod een konkurrerende aktiviteit uit te oefenen bewijzen evenmin het bestaan van gezag.
Jugement :
The full and consolidated version of this text is not available.