Hof van Beroep: Arrest van 20 Maart 2001 (Brussel). RG 2000;KR;123

Date :
20-03-2001
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-20010320-2
Role number :
2000;KR;123

Summary :

Probleem Bij het uiteengaan van zijn ouders is het enige gemeenschappelijke kind van partijen eerst bij de moeder blijven wonen, dan bij de vader en daarna hoofdzakelijk bij de moeder met een weekendverblijf bij de vader. De ouders zijn intussen uit de echt gescheiden. Voorwerp van het geding zijn (in essentie) de uitoefening van het ouderlijk gezag en het omgangsrecht. Oplossing Vastgesteld wordt dat het kind in een verregaand loyaliteitsconflict is verzeild geraakt ten aanzien van zijn beide ouders en door beiden bewust of onbewust gemanipuleerd werd ; ook is komen vast te staan dat het beeld dat elk van de ouders tegenover het kind ophangt van de andere ouder, bijzonder negatief is ; de positie waarin het kind is terechtgekomen is minstens verontrustend, hetgeen geen van beide partijen voldoende schijnt te beseffen. In die omstandigheden is het onontbeerlijk, vooraleer ten gronde te oordelen, dat een deskundige kinderpsychiater wordt aangeduid om, afgezien van de persoonlijke grieven die partijen tegen elkaar uiten, uit te maken welke verblijfsmodaliteiten het best aan het belang van het kind beantwoorden in functie van de opvoedingscapaciteiten van elk van de ouders, met inbegrip van elk van hen om het kind op te voeden in een geest van respect ten aanzien van de andere ouder. In afwachting van een beslissing ten gronde aangaande de uitoefening van het ouderlijk gezag en het omgangsrecht wordt de feitelijke verblijfssituatie ten precairen titel bevestigd.

Arrêt :

The full and consolidated version of this text is not available.