Hof van Justitie van de EU: Arrest van 5 Oktober 1978 (Europa). RG 7826

Date :
05-10-1978
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19781005-1
Role number :
7826

Summary :

Verzoeker in het hoofdgeding is een Italiaan die in Italië en België werkzaam is geweest. Het geschil betreft de berekening van zijn invaliditeitspensioen door het bevoegde Belgische orgaan. Hij voldeed in België aan alle wettelijke voorwaarden voor toekenning van een invaliditeitspensioen uit hoofde van het stelsel van verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit, zonder dat hij daarbij in andere Lid-Staten vervulde tijdvakken behoefde op te tellen. Daarentegen moest hij ter verkrijging van het recht op een uitkering in Italië een beroep doen op verordening nr. 3 en werden ter berekening van deze uitkering de in beide Staten wettelijk vervulde tijdvakken samengeteld en werd de Italiaanse uitkering op basis daarvan berekend. Toen het Belgische orgaan vernam dat hem een pro-rata-berekende Italiaanse uitkering was toegekend, heeft het met oog op de anti-cumulatievoorschriften van de Belgische wet van 9 augustus 1963 de vraag opgeworpen in hoeverre cumulatie van uitkeringen kon plaats vinden. Het Arbeidshof te Bergen zag hierin aanleiding de procedure te schorsen en het Hof van Justitie te verzoeken om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen: 1) Maakt de toeslag voor de ten laste komende echtgenoot welke werd toegekend door de Italiaanse wetgeving die van kracht was van 1 mei 1969 tot 30 april 1971 deel uit van het Italiaanse invaliditeitspensioen in verband met de toepassing van de in artikel 11 van verordening nr. 3 en artikel 9 van verordening nr. 4 opgenomen cumulatieregels? 2) Moet bij de toepassing van de in de verordeningen (EEG) nrs. 3 en 4 opgenomen cumulatieregels de in 1969 en 1970 krachtens de Italiaanse wettelijke regeling van 4 april 1952 door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering aan Viola toegekende dertiende maand tot het pensioen worden gerekend? Het Hof verklaarde in aansluiting op zijn eerdere jurisprudentie (zaak Mancuso, jurisprudentie 1973, blz. 1449) voor recht dat 1) Bij de toepassing van de nationale anti-cumulatieregels staat het aan de nationale rechter om de toeslag voor de ten laste komende echtgenoot en de "dertiende maand"-uitkering te kwalificeren naar de toepasselijke wettelijke regeling, gelet op de regels voor wetsconflicten, waarbij de gemeenschapsrechtelijke bepalingen niet ter zake dienen. 2) Indien echter de toepassing van de desbetreffende nationale wetgeving minder gunstig blijkt dan die van de regeling van de samentelling en pro-rata-berekening, moet deze laatste worden toegepast.

Arrêt :

The full and consolidated version of this text is not available.