Arbeidshof: Arrest van 17 April 1979 (Gent (Brugge)). RG 78/6710

Date :
17-04-1979
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19790417-1
Role number :
78/6710

Summary :

Een beschermde werknemer mag slechts ontslagen worden om een dringende reden nadat deze voorafgaandelijk door het arbeidsgerecht aangenomen werd. Een aan de versnelde procedure, -voorgeschreven bij artikel 1 bis alinéa 2 van de wet van 10.6.1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen, zoals gewijzigd bij artikel 10 alinéa 2 van het K.B. nr. 4 van 11.10.1978- voorafgaandelijk gegeven ontslag op staande voet van een beschermde werknemer om een dringende reden kan juridisch geen effekt ressorteren, daar vermeld artikel een afwijking is op de bepaling van artikel 35 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. In afwachting van de tussen te komen definitieve beslissing van het arbeidsgerecht blijven de betrokken partijen gebonden door de bestaande arbeidsovereenkomst, die alleszins haar volle uitwerking behoudt zo lang het betreffende geschil door het arbeidsgerecht niet definitief is beslecht geworden. Ter vaststelling van de aanvangsdatum van de termijn van drie werkdagen binnen welke de werkgever het geschil bij de arbeidsrechtbank aanhangig moet maken, kan de ontslagbrief nochtans inhoudelijk dienend zijn om uit te maken van welke datum af de werkgever geacht werd van het feit, dat de dringende reden uitmaakt, kennis genomen te hebben. Het behoort tot het beoordelingsrecht van het arbeidsgerecht om soeverein de aanvangsdatum van de termijn van drie werkdagen te bepalen, na vooraf uitgemaakt te hebben vanaf welke dag de werkgever met een redelijk voldoende zekerheid van het feit, dat de dringende reden uitmaakt, geacht wordt kennis te hebben genomen. Ter eerbiediging van de rechten van verdediging moet de werkgever in staat kunnen gesteld worden zijn dossier samen te stellen om het met de nodige ingezamelde bewijskrachtige gegevens of bescheiden aan de arbeidsrechtbank, die de ingeroepen dringende ontslagreden al dan niet aanneemt, over te leggen. Het K.B. nr. 4 van 11.10.1978, dat artikel 1 bis alinéa 2 van de meergenoemde wet van 10.6.1952 wijzigt, vertoont een spijtige leemte, vermits aan de werkgever geen wettig middel werd ter beschikking gesteld om de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van een beschermde werknemer tijdens de hangende versnelde procedure tot voorafgaandelijke erkenning van het ontslag om een dringende reden te schorsen, wat onvermijdelijk tot rechtsonzekerheid en controversies aanleiding zal geven, te meer in de praktijk meestal het dulden van de fysieke aanwezigheid van de beschermde werknemer in de onderneming zal uitgesloten zijn. Omwille van de rechtszekerheid is het wenselijk dat de wetgever aan deze leemte verhelpt. De omstandigheid, de aanstoker en initiatiefnemer te zijn van een tegen de werkgever en tegen de onderneming gericht lasterlijk perscommuniqué waardoor zij bij de publieke opinie in opspraak worden gebracht en het daarenboven in de dagbladen te doen publiceren, is een ernstige tekortkoming, die elke professionele samenwerking tussen partijen in de toekomst definitief onmogelijk maakt en die volkomen het ontslag om een dringende reden van de betrokken beschermde werknemer rechtvaardigt.

Arrêt :

The full and consolidated version of this text is not available.