Hof van Beroep: Arrest van 17 Juni 1981 (Gent)

Date :
17-06-1981
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19810617-1
Role number :

Summary :

Door de overschrijving van de beslissing op een van de vorderingen tot echtscheiding is de voorzitter van de rechtbank niet meer bevoegd om voorlopige maatregelen te nemen die steunen op de wederzijdse verplichting tot hulp van de echtgenoten tijdens het huwelijk, daar de huwelijksband definitief verbroken is. Niettemin blijft in die veronderstelling de voorzitter bevoegd om kennis te nemen van o.m. de voorlopige maatregelen i.v.m. de eventuele toekenning van een provisionele uitkering op grond van art. 301 B.W., evenals betreffende de persoon, de goederen en het onderhoud van de gemeenschappelijke kinderen. Als na de overschrijving van de beslissing op een van de vorderingen tot echtscheiding nog uitspraak moet gedaan worden over de andere vordering, blijft er een "rechtsvordering tot echtscheiding" bestaan in de betekenis van art. 591, 7°, Ger. W. De uit de echt gescheiden echtgenoot van wie nog niet vaststaat of de echtscheiding tegen hem zal worden toegestaan, kan, indien hij gehuwd was onder het stelsel van scheiding van goederen, in afwachting van de definitieve uitspraak een provisie vragen op de uitkering, die de andere ex-echtgenoot zal moeten betalen indien uiteindelijk blijkt dat hij alleen schuld draagt aan de echtscheiding. Bij de berekening van het bedrag van de provisionele uitkering tussen de beslissingen over de vordering en de tegenvordering tot echtscheiding houdt de rechtbank rekening met de criteria bepaald in art. 301 B.W.

Arrêt :

The full and consolidated version of this text is not available.