Hof van Beroep: Arrest van 29 Februari 1968 (Luik). RG 85/8968

Date :
29-02-1968
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-19680229-4
Role number :
85/8968

Summary :

Uit de vergelijking van art. 1 en 3 van het K.B. van 23 december 1934 blijkt duidelijk dat de voorzitter van de rechtbank van koophandel, wanneer hij recht spreekt overeenkomstig de procedureregelen in kortgeding, bevoegd is uitspraak te doen over de grond der zaak zodra een daad van onrechtmatige mededinging vermeld in art. 1 bedreven is. Op vermeld artikel kan men zich beroepen in geval van 1) schending van een contractuele verbintenis wanneer deze schending zelf een daad uitmaakt strijdig met de eerlijke gebruiken of wanneer zij omwille van het bedrog waarmee ze gepaard gaat het karakter krijgt van een burgerrechtelijk delict; 2) derdemedeplichtigheid aan de schending van een contractuele verbintenis. De eerste rechter beslist dus ten onrechte dat hij onbevoegd is, zich steunend op het argument dat hij de overeenkomsten tussen partijen niet mocht interpreteren.

Arrêt :

The full and consolidated version of this text is not available.